search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
868 | WEEK 38-39 20SEPTEMBER 2017


Doop opleidingsschip voor maritieme opleidingen in IJmuiden en Harlingen


IJMUIDEN Een nieuw opleidingsschip is don- derdag 14 september in IJmuiden gedoopt voor het vmbo-onderwijs van het Maritiem College IJmuiden én de Maritieme Academie Harlingen. Het schip Union is gebouwd bin- nen een unieke samenwerking en overleefde tijdens de bouw een grote brand, waarbij de scheepswerf vrijwel volledig werd verwoest.


In zo’n drie jaar tijd werd het schip ge- bouwd door leerlingen van scheepswerf De Chinook, een van de zogenoemde Perspectief Leerwerkbedrijven. Deze leerlingen zijn eerder uitgevallen geweest in het reguliere onderwijs en krijgen binnen Perspectief de kans om te werken aan dit project, onder intensieve be- geleiding van de leermeesters Ed Zijlstra en Michel Kaspers.


Het Maritiem College IJmuiden en de Maritieme Academie Harlingen werden in 2013 benaderd of zij het schip zouden kunnen gebruiken voor hun lessen. Uiteraard waren beide scholen hier heel blij mee en de vakdo- centen gingen samen met Chinook om tafel. In nauwe samenwerking ontstonden de eer- ste schetsen voor het schip. Het opleidings- schip is mogelijk gemaakt door bijdragen van partners, sponsoren en investeringen van de scholen.


Brand Bijna waren de 35.000 uren werk die de leer- lingen van scheepswerf de Chinook in het


De in de stromende regen gedoopte Union zal zowel in IJmuid en als in Harlingen worden ingezet. Begrip ‘schipper’ in regelgeving CCR wellicht nader omschreven


ROTTERDAM De algemene aanduiding van een ‘schipper’ in de CCR-regelgeving krijgt moge- lijk een nadere omschrijving. Dat meldt het CBRB naar aanleiding van de rechtspraak over het schipperspatent voor bepaalde riviergedeelten, waar plaatselijke bekendheid een vereiste is. Inmiddels is over dit zogenoemde Streckenpatent van Duitse zijde voorgesteld om dat alleen verplicht te stellen voor de ‘gezagvoerende’ schipper.


In een brief aan secretaris-generaal Bruno Georges van de CCR heeſt de EBU steun aan dit voorstel betuigd en vraagt om wijzi- ging van artikel 1.02 van het Rijnvaart Politie Reglement (RPR). Eerder interpreteerde de Kamer van Beroep van de CCR namelijk dat niet alleen de gezagvoerende schipper, maar


ook elke andere schipper die deel uitmaakt van de bemanning over het vereiste patent moet beschikken. In de praktijk is dit artikel echter nooit eerder zo uitgelegd en deskundi- gen zijn het erover eens dat zo’n uitleg onwen- selijk is.


Tegelijkertijd spreekt de EBU zorg uit over de wijze waarop de bepalingen – niet alleen in het RPR, maar ook in het Reglement voor het Scheepvaartpersoneel (RSP) – geformuleerd staan. Het feit dat de Kamer van Beroep voor een brede interpretatie heeſt gekozen, duidt er volgens de EBU op dat de huidige bepalingen over ‘de schipper’ niet goed omschreven zijn. Om uiteenlopende interpretaties in de toe- komst uit te sluiten, stelt de EBU dan ook voor om de term ‘schipper’ te vervangen door ‘ver- antwoordelijke schipper’.


RECHT IN


ZICHT


T 010 212 12 20 E y.ooykaas@vandijkadvocaten.nl I www.vandijkadvocaten.nl


Overliggeld - wie moet betalen?


Schipper Sjaak Kosto vaart samen met zijn vrouw en twee jonge kinderen op het ms ‘Vuurvogel’. Hij moet in Servië een partij big bags gaan laden en daarnaast nog een paar honderd ton losgestort materiaal. De reis ver- loopt voorspoedig tot ze in Hongarije erg laag water hebben. Daardoor ligt het schip 84 uur stil. Ook op de terugweg is er oponthoud. In eerste instantie was het de bedoeling dat er eerst in Rotterdam en daarna in Moerdijk zou worden gelost. Maar gezien de wijze van be- lading is het – in verband met de veiligheid van het schip – noodzakelijk eerst in Moerdijk te lossen en daarna pas in Rotterdam. In Moerdijk wordt het weekend niet gewerkt, dus kan het schip maandagmorgen pas terecht en daarna moet het nog naar Rotterdam. Al met al heeſt Kosto flink wat overliggeld te vorde- ren van zijn bevrachter.


Kosto meldt het oponthoud en het bedrag aan overliggeld aan de bevrachter. Die zegt dat hij dat geld eerst van zijn opdrachtgever moet krij- gen voor hij Kosto kan betalen en dat het nog maar de vraag is of zijn opdrachtgever dat gaat doen. Kosto neemt daar geen genoegen mee en stapt naar zijn advocate, mr Alexia Specialis.


Heeſt hij recht op overliggeld? De vertraging in Hongarije is netjes in het reisverslag en het vaartijdenboek van de ‘Vuurvogel’ aangegeven en biedt daarmee vol- doende bewijs van de vertraging. Als iemand wil bestrijden dat er in Hongarije geen sprake is


geweest van oponthoud, zal die daar het bewijs van moeten leveren. De vordering voor overlig- geld wegens vertraging in Hongarije maakt dus een goede kans in een procedure. Bij het lossen van de ‘Vuurvogel’ is ook ver- traging ontstaan. Die is ontstaan doordat het schip pas na het weekend in Moerdijk kon los- sen. De oorspronkelijke volgorde Rotterdam- Moerdijk was juist gekozen omdat het bedrijf Rotterdam ook in het weekend werkt. De be- vrachter heeſt al aangegeven niet aansprakelijk te zijn voor dat oponthoud. Wanneer er volgens afspraak was gelost was er immers niets aan de hand geweest. Het is aannemelijk dat dit ver- weer niet opgaat. Als het vanwege de veiligheid van het schip noodzakelijk is, mag een andere losvolgorde worden aangehouden. Maar wie betaalt de gevolgen van die keuze? Op deze internationale reis is het CMNI van toe- passing. Artikel 6 lid 4 van dit verdrag stelt dat de afzender de goederen moet lossen, tenzij anders overeengekomen. Het lossen is in be- ginsel een taak en de verantwoordelijkheid van de ladingbelanghebbende en dus moet het


overliggeld worden betaald. Bij het lossen kan de schipper zich in plaats van het CMNI ook be- roepen op nationaal recht. Er is gelost in Nederland en daar is boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van kracht. In boek 8 is bepaald dat de afzender verplicht is te laden en de ontvanger verplicht is te lossen (tenzij anders overeengekomen). De ontvanger is ook degene die kan worden aangesproken in geval van oponthoud bij het lossen. Alleen wanneer de vertraging door de schuld van de vervoerder of door gebreken in zijn materiaal (problemen met het schip) zijn veroorzaakt, is er reden tot verlenging van de lostijd. Door de wijze waarop de big bags en het losge- stort materiaal geladen waren, moest het schip eerst naar Moerdijk. De keus van de schipper de losvolgorde om te draaien, is geen ‘schuld’ van de vervoerder. Ondanks het feit dat de ontvan- ger weinig te verwijten valt, kan deze worden aangesproken. Ook de vordering van het overliggeld bij het los- sen zal in een procedure dus een goede kans maken.


Ynke Ooijkaas is advocaat bij VANDIJK advocaten in Rotterdam en is gespecialiseerd in vervoers-, binnen- vaart- en handelsrecht. Ynke heeſt vrijwel haar hele werkzame carrière in een op de scheepvaart gerichte werk- omgeving doorgebracht. Van 1994 tot 1996 werkte zij als wetgevingsjurist bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken). Sinds 1996 is zij - met een korte onderbre- king - als advocaat werkzaam in de binnenvaart. Van 1996 tot 2002 bij Van Dam en Kruidenier advocaten en in 2004 is ze bij VANDIJK advocaten in dienst getreden alwaar, zij ondersteund door collega’s, de zogenaamde ‘natte ‘praktijk beheert. Ynke Ooijkaas is de huisadvocaat van brancheorganisatie BLN, en was eerder ook al de vaste juridische adviseur voor de BBU en CBOB.


schip hadden gestoken voor niets geweest. Het schip stond klaar om gespoten en afge- bouwd te worden, toen er op Koningsdag 2016 brand uitbrak op de scheepswerf. Met angst en beven keken alle betrokkenen en leerlingen van de scholen samen met de Chinook toe. Vrijwel het hele pand en alle


apparatuur werden in de as gelegd. Maar de Union bleef wonderwel intact en nadat ze op- nieuw gestraald was, kon de afbouw verder gaan.


De Union is 4,5 meter breed, 14 meter lang en zal na de doop off icieel worden overgedragen aan beide scholen. De vakdocenten hebben


de tijd van de bouw benut om een lespro- gramma te schrijven rondom de inzet van het schip. De Union is inmiddels voorzien van alle moderne nautische apparatuur en er is een klein klaslokaal aan boord, zodat leerlingen veel kennis en ervaring direct op het water kunnen opdoen.


37


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88