026 Interview
‘Laten we, juist in een gepolariseerd debat, onze stem laten horen en pleiten voor menswaardigheid’
Tarek Meguid (Stuttgart, 1960) studeerde geneeskunde aan de Maastricht University en Tropical Medicine & Hygiene aan de University of London. In Stuttgart specialiseerde hij zich tot gynaecoloog. Vanaf 1995 werkte Meguid in
Namibië, Zuid-Afrika, Malawi, Spanje, Tanzania en Burundi. Hij had er functies als gynaecoloog, afdelingshoofd en associate professor. In 2006 behaalde Meguid zijn
Bachelor of Law aan Nottingham Trent University, 4 jaar later zijn master in International Human Rights Law aan Oxford University. Sinds begin dit jaar werkt hij
als gynaecoloog in het Rundu Intermediate Hospital in Namibië.
5 juni 1967 werd vernietigd door een Israëlische verrassingsaanval. De daar- opvolgende 6-daagse oorlog maakte als kind grote indruk op me. Ik woonde op dat moment met mijn ouders in Duitsland, maar we hadden veel familie in Egypte. Ik was me dus al heel jong bewust van de conflicten in het gebied en wilde er altijd nog eens gaan werken. Toen de recente oorlog uitbrak, voelde ik dat ik moest gaan. Via mijn netwerk heb ik contact gezocht met Glia Equal Care, een Canadees-Palestijnse medische hulporganisatie. Die wist te regelen dat ik 4 weken naar het Al Awda ziekenhuis in Gaza kon. Dat was trouwens verre van vanzelfsprekend. In oorlogstijd worden vooral traumachirurgen en orthopeden ingezet. Verloskundige zorg stond, net als overal ter wereld, laag op de prioriteitenlijst. Maar in zo’n conflict- situatie is de zorg voor zwangeren en vrouwen die bevallen net zo goed belang- rijk.”
Hoe kwam u het gebied in? “Daarvoor heb je toestemming nodig van de VN, de WHO en COGAT, onder- deel van de Israëlische overheid. Van die laatste organisatie hoor je pas 24 uur van tevoren of je Gaza in mag. Toen het verlossende woord kwam, vertrok ik vanuit Jordanië met zo’n 25 mensen in een bus via de Westbank en Israël naar Gaza. Hulpverleners, maar ook mede- werkers van de Verenigde Naties en NGO’s. Eenmaal bij de grens met Gaza werden we verdeeld over gepantserde auto’s zoals je die alleen van tv kent, met roosters voor de ramen en kogel- gaten in de deuren. Daar zag ik voor het eerst de onbeschrijfelijke puinhopen. Ik registreerde de beelden, maar raar genoeg kwamen ze toen nog niet echt binnen. Eigenlijk gebeurde dat pas weken later, nadat ik weer thuis was.”
Met welk doel ging u er naartoe? “Ik wilde vooral mijn solidariteit tonen, en helpen waar ik kon. Praktisch gezien betekende het dat ik veel op de ok stond om keizersneden te doen, en af en toe een hysterectomie. Verder gaf ik samen met mijn Palestijnse collega les aan studenten. En ik hielp op de verloskamer. Er was veel te weinig ruimte, laat staan privacy, maar naar omstandigheden konden we ons werk redelijk goed doen. Van collega’s met wie ik contact heb gehouden, begreep ik dat de situatie de maanden erna steeds nijpender werd. Op een gegeven moment was er bijvoor- beeld bijna geen antibiotica meer. Ook elektriciteit werd steeds schaarser.”
Was u bang? “Eerlijk gezegd heb ik het gevaar vooraf onderschat. Er zijn weinig buitenlandse hulpverleners omgekomen in Gaza. Ik dacht dus dat het voor mij ook wel veilig
zou zijn, maar dat bleek een illusie. Elke dag vielen er bommen om ons heen. Soms vijf, soms twintig. Meestal wat verder weg, maar één keer zo dichtbij, dat ik de trillingen in mijn hele lijf voelde. De onvoorspelbaarheid vond ik het moei- lijkst om mee om te gaan. Je weet nooit wanneer de volgende bom komt, en of dat misschien de bom zal zijn die jou gaat raken. Daarom ben je constant alert en gespannen. Ik was er maar 4 weken, maar voor de mensen in Gaza is dit elke dag hun werkelijkheid. Acute angst heb ik maar één keer gevoeld, toen ik in mijn guesthouse in Deir Al-Balah was. Twintig minuten lang werd in de straat ervoor ge- schoten en gevochten. Wat als ze binnen- komen, dacht ik. Maar dat gebeurde niet.”
Heeft u met uw aanwezigheid een verschil kunnen maken? “Medisch niet echt, denk ik. Wel door er te zijn. Elke vorm van steun – of het
FOTO: LARA MEGUID
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92