search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
016 Interview


verschillen in cardiologische zorg. De jonge student promoveerde erop, nog voordat ze aan haar coschappen begon. “Dat was administra- tief wel een dingetje ja.”


Waarom boeide het thema u zo? “Eind jaren 90 hielden nog maar weinig mensen zich met dit onderwerp bezig. Vrouwen zijn mannen met een baarmoeder, was toen de gangbare opvatting in de geneeskunde. Terwijl we al heel lang weten dat ziektes zich in een vrouwenlichaam anders kunnen manifesteren, en dat het vrouwenlichaam anders op medicatie kan reageren. Door hier onderzoek naar te doen, kan ik maatschappelijk echt een verschil maken, dacht ik.”


Hoe staat de genderspecifieke zorg er 25 jaar later voor? “We hebben grote stappen gezet, vooral als het gaat om bewustwording, zowel binnen als buiten de zorg. Tien jaar geleden werd ik op symposia vaak nog meewarig aangekeken als ik naar man-vrouw-verschillen vroeg. Heb je Jeanine weer met haar hobby, dachten veel collega’s toen. En in het ziekenhuis mocht ik me er wel mee bezighouden, zolang het maar niet ten koste ging van mijn ‘serieuze’ werk. Dat is nu echt anders. Inmiddels is het breed geaccepteerd dat sekse- en genderverschillen een grote rol spelen bij zowel de gezondheid van vrouwen als in de zorg voor hen. Zo ben ik in 2011, samen met een collega-gynaecoloog, een speciale follow-up-poli gestart voor vrou- wen die ernstige zwangerschapsvergiftiging hebben gehad. Hun risico op hart- en vaat- ziekten is meer dan 7 keer verhoogd. Met onze poli richten we ons op preventie: behoud van gezondheid, maar ook het vroeg opsporen en behandelen van bijvoorbeeld hoge bloeddruk, om zo erger te voorkomen. Het onderzoek vanuit onze poli heeft eraan


bijgedragen dat de richtlijn voor de nazorg voor vrouwen met een hoge bloeddruk in de zwanger- schap is aangepast. Het is een voorbeeld van succesvolle multidisciplinaire samenwerking. Maar er moet nog veel meer worden gedaan om de kennis over en gezondheidszorg voor vrouwen te verbeteren.”


Daar wordt toch juist veel onderzoek naar gedaan? “Steeds meer. Zo weten we inmiddels dat hart- en vaatziekten bij vrouwen vaker worden gemist en onderhandeld. En dat vrouwen 50 procent meer bijwerkingen van medicijnen ervaren dan mannen. Mannen die bij de huisarts komen, krijgen ander diagnostisch onderzoek


CURRICULUM VITAE


Jeanine Roeters van Lennep (1976) Willemstad (Curaçao)


1995-2003 geneeskunde,


Universiteit Leiden 2001


promotie, Universiteit Leiden;


proefschrift Gender and cardiovascular disease; risk factors, diagnosis and treatment 2003-2010


aios interne geneeskunde, LUMC


2010-heden


internist vasculaire geneeskunde, Erasmus MC 2013-heden


co-founder NIHES cursus Women’s Health (vanaf


2018 Gender and Health) 2017-heden


bestuurslid Nederlandse Vereniging Gender en Gezondheid 2017-heden


voorzitter werkgroep


Horizon cardiovasculaire geneesmiddelen, Zorginstituut 2019-heden


universitair hoofddocent, Erasmus MC 2019-2022


voorzitter Nederlandse


Vereniging van Internisten Vasculaire geneeskunde 2020-heden


lid wetenschappelijke


adviesraad Hartstichting 2025-heden


co-editor Atherosclerosis 2025-heden


vicepresident European Atherosclerosis Society 2025-heden


co-founder Netherlands


Women’s Health Research & Innovation Center at Erasmus MC


dan vrouwen met precies dezelfde klachten. Depressie, angststoornissen en migraine komen bij vrouwen vaker voor— de lijst met verschillen is schier eindeloos. Belangrijke inzichten, maar tegelijkertijd vormen die nog maar het topje van de kennis-ijsberg. Want we realiseren ons steeds beter dat, los van vrouw- specifieke aandoeningen, sekse- en gender- verschillen in élk geneeskundig vakgebied een rol spelen. Helaas worden vrouwen bij veel wetenschappelijke onderzoeken nog steeds onvoldoende geïncludeerd.”


Hoe kan dat? “Commerciële belangen spelen een grote rol. Vrouwen hebben meer vragen over het mee- doen aan onderzoek en het kost vaak meer tijd om ze te informeren. Bovendien zeggen ze sneller nee tegen deelname. Het betekent dat je in dezelfde tijd meer mannen dan vrouwen kunt includeren. En vanuit de sponsor, vaak de farmaceutisch industrie, is er druk om de studie zo snel mogelijk vol te krijgen. Vervol- gens wordt aan het eind van het onderzoek geconcludeerd dat er minder vrouwen hebben meegedaan dan gewenst. Maar ja, dan is het al te laat en is het opnieuw minder duidelijk of bij- voorbeeld een bepaald medicijn even effectief en veilig is voor vrouwen. Gelukkig neemt de druk om meer sekse- en


gendersensitief onderzoek te doen toe. Subsidie- verstrekkers stellen het steeds vaker als eis. En wetenschappelijke tijdschriften gebruiken het als criterium voor publicatie.”


Leidt nieuwe kennis ook tot andere zorg? “Nog te weinig. De veranderingen gaan tergend langzaam. In het onderzoek, in de kliniek, maar ook in het geneeskundig onderwijs: de man is anno 2025 nog bijna overal de norm. Dat is slecht voor de kwaliteit van leven van vrouwen, maar ook voor de samenleving als geheel. Uit recent onderzoek van WomenINC en de Vrije Universiteit blijkt dat het tijdiger diagnosticeren en behandelen van vrouw- specifieke aandoeningen, zoals endometriose en overgangsklachten, de maatschappij jaar- lijks ruim 7 miljard euro kan besparen. De ‘winst’ zit hem vooral in lager ziekteverzuim – naar schatting 10 procent van al het korte verzuim komt door menstruatiestoornissen. En jaarlijks vallen er zo’n 90.000 vrouwen uit met overgangsklachten. Professionals die we met alle personeelstekorten – zeker ook in de zorg – helemaal niet kunnen missen. Moet je nagaan wat het zou opleveren als we in álle vakgebieden sekse- en genderspecifieke zorg op


<


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92