020 Achtergrond
staan. Terwij l artsen en verpleegkundi- gen de zorg sámen moeten vormgeven. Vanuit gelij kwaardigheid en respect. Met ‘Nurses Know Better’ helpen we verpleeg- kundigen een stem te geven en die te laten horen. Bij teamleiders, artsen en bestuurders.”
Cultuurverandering
Hoe ingewikkeld het kan zij n om ingebak- ken patronen te doorbreken, ontdekte Keij zer toen ze voor het eerst met chirurg Heleen Snij ders op pad ging. “In het begin nam zij automatisch het woord. ‘Maar jij
zegt niks!’, antwoordde ze, toen ik haar daarop aansprak. Dat was confronterend — de aangeleerde bescheidenheid zat mij óók in de weg. Maar als we dingen willen veranderen, moeten we onze rol als pro- fessionals echt nadrukkelij ker opeisen. Dat begint trouwens al in het onderwij s.” In haar 11 jaar als verpleegkundige
heeft Keij zer zeker verbeteringen gezien. Toch gaat de beweging wat haar betreft niet snel genoeg. “Ik spreek veel verpleeg- kundigen die overwegen uit de zorg te stappen. Niet omdat ze hun werk niet leuk vinden, maar omdat ze te weinig
zeggenschap ervaren. Over de invulling van hun vak, over de roosters. Word je ziek van nachtdiensten en wil je in plaats daarvan best extra avonddiensten draai- en? Ga erover in gesprek! Leidinggevenden moeten in zo’n geval de moed tonen om tot een creatieve oplossing te komen, ook al kan het formeel misschien niet.” ‘Nurses Know Better’ richt zich vooral
op zeggenschap op individueel en team- niveau. Hoe zit het intussen met het formele zeggenschap in het Keij zers ziekenhuis? “Sinds 2 jaar heeft ons ver pleegkundig stafbestuur stemrecht in plaats van adviesrecht. Dat is een belangrij ke stap vooruit. Toch blij ft het ook daar lastig om vanuit gelij kwaardig- heid mee te praten – een arts die lid is van een maatschap heeft toch een andere positie dan een verpleegkundige in loon- dienst. Daar is echt een cultuurverande- ring voor nodig.”
Pilot zeggenschap IGJ
Begin dit jaar is de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een pilot gestart om te onderzoeken hoe zeggenschap van zorgprofessionals een belangrijker plaats kan krijgen in het toezicht. “Kwaliteitsverbetering is sowieso een belangrijk onder- deel van ons werk”, zegt Ellen Spierings, een van de betrokken IGJ- inspecteurs. “Medezeggenschap maakt daar onlosmakelijk onderdeel van uit. Met de pilot willen we in kaart brengen hoe we als IGJ zorgorganisaties kunnen stimuleren om zeggenschap verder te versterken. Daarbij kijken we niet alleen naar wat er formeel rond zeggenschap is geregeld, maar ook naar de effecten op de werk- vloer. Krijgen medewerkers voldoende tijd en ruimte om met zeggenschap aan de slag te gaan? Ervaren zij daarbij voldoende steun van leidinggevenden? Dat soort vragen.” Collega-inspecteur Maaike van Egmond benadrukt dat de focus dus niet op
handhaving ligt. “We willen graag meedenken. Daarom gaan we tijdens de pilot vooral veel in gesprek. Met bestuurders, maar zeker ook met teamleiders, VAR- leden en andere medewerkers. Wat gaat goed? Wat kan beter? Die informatie geven we terug. Omdat we op veel plekken komen, kunnen we goede voorbeelden ook delen en zo helpen kennis te verspreiden.” De pilot, die tot de zomer loopt, vindt plaats in de sectoren verpleging en verzorging en ziekenhuiszorg. De uitkomsten volgen later dit jaar.
Personeelsbehoud Hoogleraar verplegingswetenschap en onderwij s en lector verpleegkunde Evelyn Finnema, nauw betrokken bij de Landelij ke Monitor Zeggenschap (zie kader rechts), onderschrij ft de uitspraken van Keij zer volmondig. Ze gelooft dat het wettelij ke recht echt gaat helpen om zo’n cultuurverandering teweeg te brengen. “Het onderstreept het belang van goed zeggenschap. Dat zorgorganisa ties nu formeel verplicht zij n met het thema
‘Meer zeggenschap zorgt voor meer
werkplezier, blijkt keer op keer uit onderzoek’
aan de slag te gaan, is essentieel voor de borging. Door de inrichting van bij voor- beeld adviesraden en stafbesturen wordt zeggenschap minder afhankelij k van individuele personen.” Finnema pleit ervoor meer verpleeg-
kundigen in beslissende functies te plaat- sen. “Dat gaat niet vanzelf. Als professi- onals moeten we aan de poorten blij ven
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92