Tekst: Edo Dijksterhuis
049 van Kampen’
Hendrick Avercamp, IJsvermaak (1610), olieverf, paneel, 71 x 36 cm, te zien in het Mauritshuis (bruikleen collectie Rijksmuseum; foto: Carola van Wijk). Als het fout ging, was de schilder er als de kippen bij om dat vast te legggen. Zo is hier te zien hoe enkele ongeluksvo- gels uit het water proberen te klimmen. En wie goed kijkt, ziet op dit werk ook een van Avercamps vermaarde ondeu- gende knipoogjes in de vorm van een vrouw met blote billen onder haar rok.
Rij ksmuseum, Mauritshuis en Stedelij k Museum Kampen, zitten boordevol actie. Die gedetailleerde zoekplaatjes zij n niet alleen illustratief voor Avercamps sterk ontwikkelde opmerkingsvermogen, maar zeggen ook veel over de tij d waarin hij leefde.
Winters waren in die tij d een stuk ‘echter’ dan het lauwe gekwakkel dat tegenwoordig doorgaat voor het koude seizoen. Avercamp leefde in de jaren dat de zogenaamd kleine ij stij d op zij n he- vigst was. In die periode tussen 1550 en 1850 waren de zomers over het algemeen koel en kon twee derde van de winters worden aangemerkt als ‘zeer koud’ tot ‘streng’. Het kwik daalde regelmatig tot diep onder nul en niet alleen slootjes, maar ook rivieren, kanalen en zelfs me- ren en de toenmalige Zuiderzee vroren dicht. Als kind al deed Avercamp niets liever dan de ij zers onderbinden en lange schaatstochten maken. Als volwassen kunstenaar legde hij
het witte landschap vast in schetsen die hij in zij n atelier met olieverf op doek
Avercamp overwon de beperkingen van zijn handicap
uitwerkte. In de manier van weergave klinkt de invloed van zij n Vlaamse leermeesters door, die op hun beurt weer goed hadden gekeken naar Pieter Bruegel de Oude. Anders dan de latere landschapsschilders die hun doeken grotendeels vulden met imposante wolkenluchten, plaatste Avercamp de horizon hoog, waardoor een groot decor ontstond dat hij bevolkte met tiental- len fi guurtjes. Vooral zij n vroege werk, dat te bekij ken is in onder andere het
Armoedzaaiers Nederland was toen nog een hiërarchi- sche standenmaatschappij , maar op het ij s leken de verschillen tussen de klassen tij delij k te verdwij nen. Armoedzaaiers met stro onder hun kleding om warm te blij ven, hadden op de schaats net zoveel lol als een goed geklede jongeman met een zwierige veer op zij n hoed. Maar de rij kaard hoefde niet te denken aan het hout dat zo meteen moest worden ge- hakt voor de kachel of de was die in het ij skoude water van een wak werd gedaan – alledaagse zaken die Avercamp ook een plekje gaf op zij n doeken. Op veel van zij n schilderij en staan
schaatsers afgebeeld met een soort ij shockeystick in hun handen. Zij beoe- fenen het kolfspel, dat toen razend popu- lair was en tegenwoordig nog gespeeld wordt in Friesland. Een leren of houten bal wordt tussen verticale palen heen en weer getikt en bij het derde schot is het de bedoeling de bal zo ver mogelij k voorbij de paal te krij gen. Een kruising tussen curling, cricket en jeu de boules. Natuurlij k ging het ook weleens mis
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92