024 Achtergrond
Een enquête die HPP in 2019 hield in samenwerking met PGGM&Co, een ledenorganisatie voor mensen die werk- zaam zij n in de sector zorg en welzij n, geeft Tielen gelij k. Bij na een kwart van de 17.500 leden die deze enquête hebben ingevuld, gaf aan een groter contract te willen, van gemiddeld zo’n zes uur meer. Graven: “Als we dit potentieel zouden doorberekenen naar de totale Neder- landse zorgpopulatie, zou dit tiendui- zenden fte’s opleveren.” Het onderzoek dateert weliswaar van 2,5 jaar geleden, maar binnen de zorgorganisaties waar HPP actief is (o.a. Dij klander Zieken- huis, Spaarne Gasthuis), ziet Graven dit plaatje ‘consistent terugkomen’. “Rond de 15 procent zegt: bring it on, ik doe het morgen. Een kwart tot een derde geeft aan open te staan voor een groter contract onder de juiste voorwaarden.” Zorgverleners die niet meer uren willen werken, noemen als belangrij kste rede- nen ‘andere prioriteiten zoals hobby’s en sport’, ‘gebrek aan fi nanciële prikkels’ en ‘kinderen’.
Cultuur veranderen Die laatste reden valt mogelij k (deels) weg nu kinderopvang (bij na) gratis
wordt. “Dat zal zeker helpen”, zegt Graven. “Maar toch staat betaalbare kinderopvang niet in de top 10 van meest onderschreven voorwaarden om meer te werken. Flexibiliteit en een gunstig rooster worden veel vaker genoemd, net als steun van de levenspartner.” Dat die steun soms ontbreekt, is onderdeel van die ‘ingeslepen cultuur’, en een cultuur verander je niet zo een-twee-drie, dat ondervindt Graven elke dag. “Dat vraagt een lange adem, maar ik zie wel lang- zaam een kentering ontstaan.” Binnen instellingen probeert HHP die
kentering in elk geval teweeg te bren- gen. “Bij de meeste zorgorganisaties is het verhogen van de deeltij dfactor geen prioriteit. Bij na overal waar ik kom, is de eerste reactie: ‘Bij ons wil niemand meer werken, dat krij g je hier niet voor elkaar.’ Maar als je de dialoog aangaat en werknemers vraagt: wat is er voor jou nodig om meer uren te gaan werken?, dan blij kt er best wel bereidheid, mits werkgevers de juiste voorwaarden schep- pen ten aanzien van roosters, diensten, fl exibiliteit en beloning. Waarmee ik niet wil zeggen dat het eenvoudig is die voorwaarden te scheppen. Een groter contract is niet altij d makkelij k in te pas- sen in een rooster, maar laten we vooral denken in mogelij kheden. In wat wél kan. We moeten positiever en construc- tiever over meer werken gaan praten.” Dat doet HHP in ‘dialoogsessies’ ook
‘In bepaalde beroepen zou
parttime werken not done
moeten zijn’
met groepen werknemers. Vooral om bewustwording te creëren, over het belang van economische zelfstandigheid bij voorbeeld. “Een op de drie huwelij ken loopt op de klippen”, zegt Graven. “Bij een scheiding of bij overlij den of arbeids- ongeschiktheid van de kostwinner, ben je met een klein contract verschrikkelij k kwetsbaar.” En dat meer werken onder aan de streep niets oplevert: “Daarover gaan de wildste verhalen. Voor een bepaalde groep is dat echt zo: als zij meer uren werken, worden ze gekort op hun toeslagen. Maar voor de meesten loont een groter contract wel degelij k, op de korte termij n, maar ook met het oog op het pensioen. We hebben een tool ontwikkeld, de WerkUrenBerekenaar, waarmee men binnen 10 minuten in- zicht krij gt in wat meer of minder werk onder aan de streep verandert.”
‘Met klein contract verschrikkelijk kwetsbaar
na een scheiding’
Wat in die dialoogsessies met werkne- mers altij d aan bod komt, is dat de werk- druk zo hoog is en dat zorgverleners in de regel al meer uren werken dan in hun contract staat. “Kleine contracten zorgen mede voor constante gaten in roosters, waardoor personeel vaak gevraagd wordt extra te komen werken”, zegt Graven over dat laatste. “Als men die structu- rele overuren formaliseert, geeft dat meer voorspelbaarheid in roosters.” En over de hoge werkdruk: “Er moet meer onderzoek komen naar de relatie tussen contractomvang en ervaren werkdruk, maar onze indruk is dat juist zorgver- leners met kleine contracten een hoge werkdruk ervaren, omdat ze relatief veel tij d kwij t zij n aan overdrachtsmomen- ten, administratie en andere verplichtin- gen en minder tij d overhouden voor pati- entenzorg.” Het lij kt misschien zo, maar het is niet Gravens doel, zo benadrukt ze, vrouwen te overtuigen om meer te gaan werken, maar om ze ‘bewustere keuzes te laten maken over contractgrootte’. Ook dokters kiezen er anno 2022
vaker voor dan pakweg tien jaar geleden om parttime te werken. Toch richt het HPP zich niet op die beroepsgroep.
<
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92