Tekst: Pieter Dijkhuizen Illustratie: Marcel Leuning
Onvergetelijk 045
Prauw “
Toen semi-arts Pieter Dijkhuizen vorig jaar een inzending van hoog- leraar Jo Hautvast voor deze rubriek las, bracht dat herinneringen boven.
Eind jaren zeventig: ik had juist mijn semi-artsexamen afgelegd, maar bleek ruim een half jaar te moeten wachten om verder te kunnen gaan met mijn senior coschappen. Ik besloot mijn studie te onderbreken en werd door prof. Hautvast aangenomen voor een interessante baan als projectleider van een regionaal onder- wijsproject over Food Policy voor Zuidoost- Azië in de Filippijnen. Zo kwam het dat ik in 1980 op reis was
van Port Moresby naar het Sepik-district in Papua New Guinea om enkele studen- ten van onze cursus op hun werksituatie te bezoeken. Het vliegtuigje waarin ik meevloog, kreeg halverwege motorpech en moest landen op een klein vliegveld in het oerwoud. Het bleek de landingsstrip te zijn van een UNHCR-kamp, waar een kleine honderd vluchtelingen verbleven uit West-Irian (het vroegere Nederlandse deel van Nieuw-Guinea). De kampleid- ster, een jonge Maleisische sociologe,
informeerde ons dat de sfeer in het kamp gespannen was. Een van de bewoners had een week tevoren bij het voetballen zijn enkel lelijk verstuikt. Toen de enkel sterk opzwol, werd er door de kampverpleger (de enige bewoner die ooit iets van EHBO had meegekregen) met een oud, veelge- bruikt scheermesje een aantal kerven in gemaakt: ‘to allow the evil spirits to escape’. Ik trof Adolf – de zieke – ijlend in bed
aan met hoge koorts en een sterk opge- zwollen been. Hij was niet meer aan- spreekbaar. De diagnose was niet moei- lijk. Het dichtstbijzijnde hospitaal was een paar dagreizen ver in het volgende dal over onmogelijke bergpaden. De Me- dical Kit van het kamp bevatte injectie- materiaal, een hoeveelheid penicilline waarvan de uiterste gebruiksdatum al meer dan twee jaar verstreken was, maar geen adrenaline. Na overleg met de kampleidster besloot
ik toch maar een injectie te wagen. Vlak voor ik zou prikken, stapte de kampleid- ster op mij toe en fluisterde dat we het de verpleger moesten laten doen: ‘I don’t have any control of the group in case any- thing should go wrong’. In de twee dagen, die het kostte het vliegtuig de lucht weer
in te krijgen, knapte Adolf met het uur verder op, tot ieders – en niet in het minst mijn – geruststelling. Ruim een jaar later ontving ik, via stu-
denten uit Papua New-Guinea, een prach- tig handgesneden model van een ceremo- niële prauw van Adolf als dankbetuiging. Overigens is Adolf ook mijn laatste
patiënt geweest: de wereld van voeding en voedsel boeide mij zodanig, dat mijn studieonderbreking permanent werd en ik mij verder ontwikkelde als tropisch voedingskundige. Een loopbaan waarin ik zeer bevredigend heb kunnen werken onder meer bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen en het UN World Food Program.
‘I don’t have any control of the group’
Iedere medisch professional heeft wel een patiënt (gehad) die hij of zij nooit vergeet. Wilt u ons uw verhaal (laten) vertellen, dan nodigen wij u uit contact op te nemen via 030 247 46 64 of
wout.de.bruijne@
artsenauto.nl
”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92