040 Interview ‘Ik zeg nu tegen
vrouwen én mannen: weet waar je aan begint’
Schmitz
Hij is chirurg en opleider, zij is bijna klaar met haar opleiding tot chirurg. Vanaf volgende maand bespreken Roderick Schmitz en Heleen Snijders in een duocolumn in Arts en Auto relevante zorgthema’s, tegenstellingen én taboes. Maar nu eerst een introductie.
E
en overlegruimte in het Groene Hart Ziekenhuis. Op de muur achter Rode- rick Schmitz (58) en Heleen Snijders (37) is een grote foto van het centrum van Gouda
te zien. Tegenover hen hangen foto’s van chirurgen die hier in het ziekenhuis zijn opgeleid. Over twee maanden hangt de foto van Snijders daar ook tussen. Dan is ze gastro-intestinaal chirurg, net als haar opleider. Daarna scheiden hun
wegen. Al is er nog een kans dat ze kan blijven. “Ik heb een onderzoek opgezet naar werkplezier en veerkracht op de verpleegafdeling: Nurses Know Better”, vertelt de aios. “We zijn bezig met sub- sidiëring voor de voortgang. Mocht dit lukken, dan gaat het project een vervolg krijgen in het Groene Hart.” Dat wil ze dan wél combineren met opereren. “Als je een cultuurverandering wil onder- zoeken en in gang wil zetten, dan heb je draagvlak nodig. En dat draagvlak
is minder als je zelf niet in de kliniek werkt. Bovendien wil ik natuurlijk doen waarvoor ik ben opgeleid.” Degene die haar heeft opgeleid, hoopt
in elk geval dat ze blijft. Enerzijds omdat Schmitz het onderzoeksproject een warm hart toedraagt: “Al jarenlang ver- zinnen we protocol na protocol, maar de zorggerelateerde schade neemt niet af. Werkplezier is dé motivator om de zorg te verbeteren én om te voorkomen dat mensen verzuimen of de zorg ver- laten.” Anderzijds omdat hij het beste voor heeft met zijn pupil. “Ik voel me als opleider meer coach dan beoordelaar”, zegt Schmitz. “Als coach bouw ik een band op met de mensen die ik begeleid, ik hoop dat ze goed terechtkomen.”
Beetje eng Zeven jaar geleden leerden de twee el- kaar kennen toen Snijders op advies van Schmitz als anios op de afdeling kwam werken, nadat ze niet was aangenomen voor een opleidingsplek. “Ik vond hem eerst een beetje eng”, lacht Snijders. “Hij
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84 |
Page 85 |
Page 86 |
Page 87 |
Page 88 |
Page 89 |
Page 90 |
Page 91 |
Page 92