search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
036 Opinie


Tekst: Shirin Slabbers


Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Eindhoven heeft een huisarts afgelopen december berispt na suïcide van een patiënt. Onder meer omdat hij nadrukkelijker had moeten aandringen op een beoordeling door de crisisdienst. Naar mijn mening wordt hier een onjuiste norm gehanteerd.


Moet een huisarts werkelijk bij de ggz aandringen?


‘Nee van ggz moet niet


tuchtrechtelijk probleem van


huisarts worden’


Wat waren de feiten? De 44-jarige patiënt kwam op 16 juli 2020 bij de huisarts in verband met slaappro- blemen en spanningsklachten. De volgen- de dag meldde de patiënt zich weer bij de praktijk. Hij had de voorgeschreven medi- catie niet ingenomen en gaf aan te willen starten met cognitieve gedragstherapie. Op 22 juli 2020 heeft de huisarts zijn


advies met de patiënt besproken: specia- listische zorg door een psychologenprak- tijk met een relatief korte wachttijd. De patiënt wilde echter eerst afwachten of een behandeling bij een haptonoom zou helpen. Na contact met een HAP, heeft de pa-


tiënt op 26 juli 2020 weer een gesprek met de huisarts gehad. Toen stemde de patiënt wel in met een doorverwijzing naar de ggz. Op 3 augustus 2020 vond daar de intake plaats (het suïciderisico werd laag geacht). Enkele dagen later kwam de patiënt


weer naar de praktijk. De huisarts heeft vervolgens de ggz-praktijk gebeld om de start van de behandeling te bespoedigen. De dagen erna hebben de ouders meerde- re keren contact met de HAP opgenomen. De HAP schatte het suïciderisico ook als laag in en verwees de patiënt terug naar de eigen huisarts. De huisarts heeft de patiënt op 17 au-


Wat vindt u? In deze rubriek biedt Arts en Auto u ruimte om op persoonlijke titel uw meningen en inzichten rond zorggerelateerde onderwerpen te delen met andere leden/lezers. Stuur uw bijdrage van maximaal 600 woor- den) naar: redactie@artsenauto.nl


gustus weer gezien. Omdat het niet goed ging, heeft de huisarts contact opgeno- men met de crisisdienst. Die gaf aan de patiënt niet te kunnen beoordelen omdat hij al in behandeling was bij een ggz-prak- tijk. De huisarts heeft vervolgens contact met die praktijk opgenomen, maar kreeg te horen dat daar geen crisismogelijk- heden waren. Wel werd toegezegd contact op te nemen met en de behandeling over te dragen aan de crisisdienst. De patiënt heeft zich later op de dag gesuïcideerd.


Het tuchtrechtelijke oordeel Ik zoom in op de volgende overweging in de uitspraak: “Dat op 17 augustus 2020 geen spoedbeoordeling heeft plaatsgevonden, kan verweerder naar het oordeel van het college niet worden verweten. Het college heeft ook oog voor de moeilijke situatie waarin verweer- der verkeerde toen de psychologenpraktijk en crisisdienst naar elkaar wezen voor het ondernemen van actie. Verweerder valt echter wel een verwijt te maken dat hij op 17 augustus 2020 niet doortastender is opgetreden richting de crisisdienst en psychologenpraktijk. Hij had (nadrukkelijker) moeten aandringen op een spoedbeoordeling, te meer ook nu de HAP in de ochtend de ouders had geadviseerd om een spoedverwijzing voor beoordeling door een psychiater dan wel crisisdienst te vragen.”


Eens, het toestandsbeeld van de patiënt verslechterde. De huisarts behoort de patiënt dan te verwijzen en een redelijke inspanning te leveren om de gewenste zorg te regelen. En dat heeft hij naar mijn mening in casu gedaan. De norm zou niet moeten zijn dat een huisarts in alle schrijnende gevallen bij de ggz moet aandringen nadat een verzoek niet is ingewilligd. Dan wordt iets onredelijks gevergd, zeker gelet op de wachttijden in de ggz. Een goed onderbouwd en juist verzoek doen behoort de norm te zijn. Een ‘nee’ van de ggz moet niet daarna het tuchtrechtelijk probleem van een huisarts worden. Ik hoop dat deze aan- geklaagde huisarts in beroep gaat en het Centraal Tuchtcollege nog eens goed naar de feiten én de in Eindhoven gehanteerde norm kijkt.


Shirin Slabbers is juridisch adviseur gezondheidsrecht bij VvAA Juridisch Advies en Rechtsbijstand


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92