search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
PIETERBUREN - WINSUM 11 KM WINSUM - GRONINGEN 18 KM


Zaterdag, Pieterburen, Groningen. ‘Sint Pietersberg, 447 kilometer’, wijst een pijl naar links. Ons wandelgidsje wijst naar rechts. ‘Nee hè’, zucht mijn moeder. ‘Nu de weg al kwijt?’ Ferm loopt ze in de richting van het bordje. Daar gaat ze. Vijfenzeven- tig jaar, zilver haar, in een meisjesstaartje. We zijn begonnen aan het Pieterpad.


Maar waar gaat die column dan over, vroeg de hoofdredactrice. Over wandelen? Over jou en je moeder? Hm. Ik denk dat het over telefoons gaat. Mijn moeder staat in verbinding met de hele wereld. Vooral met haar zussen. Tante Annie belt als we een uur lopen. Hoe ver we al zijn. Tante Tiny voorspelt slecht weer. Haar man Geert zegt dat het slecht is voor je gewrichten, wandelen. Dat klopt. Op zondag doet alles pijn. Heup, knie, enkel. Bij mij ook.


Piep, doet haar telefoon weer. Als een razende tikt ze het in. Terrasje bij Eenrum, alles goed. Sms’en, sinds wanneer doet ze dat? De mijne gaat ook. Het is Frans, vriend, kunstenaar. Hij is net vader ge- worden en woont vlakbij. Komen we kijken? We krijgen koffi e en een huilende baby in onze armen. Frans toont zijn beeldhouwwerken, Irma haar zwangerschapsmasker. Zij huilt ook, maar dat geeft niks, zegt ze. ‘De derde dag’, zegt mijn moeder. Als ze de baby overneemt stopt het huilen, bij allebei.


Op zondag wandelen we van Winsum naar Groningen. Het is schitte- rend. We lopen in een grafi sch landschap. Een loodgrijze hemel drukt de horizon plat. En het is ver, wel 18 kilometer. Vlak voor Groningen – we zien de Martinitoren over de bosrand – wil ze niet meer. Opeens zie ik dat ze vijfenzeventig is, mijn moeder. Uitge- put zit ze in de berm. ‘Is hier geen bus?’, vraagt ze. Het fl oept eruit voor ik er erg in heb: ‘We gaan pas in een bus als je op je knieën om genade smeekt.’


Even kijkt ze me vertwijfeld aan. Dan schieten we allebei in de lach. Ik geef haar een hand en we vliegen de laatste kilometers. We reizen samen terug tot station Amersfoort. Daar nemen we af- scheid: zij naar Limburg, ik naar Amsterdam. Bij station Amstel weet ik het.


Waar gaat deze tocht nou over? Over het Pieterpad? Over na 25 jaar weer samen tijd doorbrengen? Natuurlijk, ook: het gaat over haar, over mij, over het Pieterpad. En over wandelen. Over een weekend per maand samen door het leven wandelen, daar gaat het over.


39


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73