Profiel
In de afgelopen 36 jaar werkte Toon Melis behalve bij HortiNova ook bij Lucel (tot 2010 onderdeel van de ZLTO), bij Haasnoot Advies en – net afgestudeerd – bij toeleverancier Vlamings. In die jaren heeft hij de ontwik- keling van de aardbeienteelt meegemaakt tot wat het nu is. Aanvankelijk wilde hij teler worden, maar kreeg het advies om eerst eens in de praktijk rond te kijken, en te leren “Dat heeft erg veel opgeleverd, aan praktische kennis en aan waardevolle contacten. Ik adviseer mensen die een bedrijf willen overne- men ook altijd eerst ergens anders ervaring op te doen.”
weten we bijvoorbeeld dat voor een plant met drie trossen minimaal 250 vierkante centimeter bladoppervlak nodig is. Anders heb je te weinig zonnepaneeltjes om de trosontwik- keling goed af te werken.”
Valt er na twintig jaar bloemonderzoek nog veel te leren? “We hebben het tegenwoordig over ‘plantmapping’: je be- schrijft methodisch wat je waarneemt, en verbindt daar conclusies aan. Maar we zouden nog veel meer kunnen doen met al de informatie die we hebben, vooral om de op- kweek verder te optimaliseren. We kunnen door plantmap- ping ook veel sneller nieuwe variëteiten kennen. Dat is een van de aspecten waaraan ik wil blijven werken. Wel is be- langrijk dat iedereen die hiermee bezig is de waarnemin- gen op een vergelijkbare manier interpreteert. Ik was aan- vankelijk de enige in Nederland met bloemonderzoek bij aardbeiplanten. Nu gebeurt het op meer plekken, waaron- der door Bert Meurs (Plantologica).” Een vraag die zich aandiende was: in welk groeistadium moet een groeipunt verkeren, om met zekerheid te zeggen dat die zich ontwikkelt tot een voor productie goede na- tros. “Dat is een technisch verhaal, maar we zijn overeenge- komen dat als een groeipunt op het eind van de opkweek in stadium 2+ verkeert, het kan uitgroeien tot een volwaar- dige tros. Dat Bert en ik op dezelfde lijn zaten, vonden we een belang- rijke doorbraak. Daar zijn klanten immers mee gediend.”
Je merkte al op dat er mogelijkheden zijn om aard- beitrayvelden anders op te zetten. Hoe zou dat an- ders kunnen? “In Noord-Brabant liggen erg veel trayvelden, voor het me- rendeel zo ingericht dat 50% van het gietwater en de mest- stoffen naast de trayplantenopkweek valt. Daardoor is er de verplichting water op te vangen en te hergebruiken. Dat maakt een opkweek op noodvelden voor aardbeitrayplan- ten onmogelijk en dwingt tot aanzienlijke investeringen: maar feitelijk is wateropvang gelijk aan gevolgbestrijding. Dat water wordt, na zuivering, weer vaak gebruikt, maar dat is niet per definitie risicoloos: teelten als aardbei geef je elke dag water, dat moet absoluut vrij zijn van ziektekie- men.”
Het is logischer te voorkomen dat stoffen in het drainwater kunnen komen. “Dat kan met trayplaten die direct tegen el- kaar aan liggen. Dat zou kunnen op een stellingensysteem met een bodembedekker eronder. Die trays bestaan al, met een ontwerp waardoor bij veel intensieve neerslag het wa- ter direct wordt afgevoerd, maar níet door de potten. We hebben een uitspoelproef gedaan met trayplaten zon- der tussenruimte op stellingen. Dat gebeurde in een kas. Na een behandeling met Paraat is er veertien dagen flink op beregend. Met het drainwater kwam maximaal 3% Paraat vrij, dat is een hoeveelheid die een gezonde bodem zonder problemen afbreekt. Het minimum aan meststoffen in het drainwater is ook nodig om de bodembedekker van januari tot juni levend te houden.”
▶ GROENTEN & FRUIT | 31 december 2021 33
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48