RUNDVEEHOUDERIJ ACTUEEL
Dit seizoen meer kans op boterzuursporen in het voer
Het risico van hogere boterzuur- gehaltes geldt vooral voor voor- jaarskuilen die eind april nat geoogst zijn en najaarskuilen die in september van het land kwamen.
Door Theo Brummelaar B
oeren die hun ingekuilde gras, mais of bijproducten aan hun koeien voeren, moeten scherp zijn op boterzuursporen. Dat zijn sporen die via voer in de mest te- rechtkomen en daarna op de spenen van koeien komen en in de melkstal in de melk belanden. Dit vraagt aandacht. Zeker nu koeien op stal staan en meer kuilvoer gevoerd wordt. Dit najaar lijkt het risico op boterzuur iets groter te zijn dan normaal. Boerderij peilde de stemming en geeft boe- ren enkele handvatten (zie kader). Eurofins Agro stelde onlangs dat er dit jaar veel boterzuurproblemen gemeld zijn. ForFarmers herkent dit beeld en legt de oorzaak bij de natte dagen van eind april/begin mei toen toch ingekuild is. “In onze databank van de voorjaarskuilen zien we dat 2% van de kuilen een verhoogd boterzuurgehalte heeft. Vorig jaar was dat 1,2%. Verhoogd betekent hierbij meer dan 3 gram per kilo droge stof”, vertelt Bart
Een melkveehouder is bezig met uitkuilen van de graskuil om zijn koeien in de stal te voeren.
Tas van het voerbedrijf. Tas ziet voor de najaarskuilen ook een hoger risico dan in 2018. “Vorig najaar namen de boterzuur- gehaltes niet echt toe. Dat lijkt nu anders te zijn. Het heeft in september en in de tweede helft van oktober behoorlijk veel geregend en goed drogend weer is er nau- welijks geweest.” Of dat ook automatisch betekent dat er straks meer boterzuur- sporen zullen zijn, is nog lastig te zeggen. ForFarmers heeft de uitslagen en analyses
Wat kun je doen tegen boterzuursporen?
z voorkom broei in de kuil en verhoog de voersnelheid als er toch sprake is van broei;
z voer een tweede drogere snede van de kuil samen met de eerste waardoor de besmettingsdruk automatisch lager wordt. De kuil wordt zo droger en minder eiwitrijk en raakt daarnaast beter uitge- balanceerd;
z werk schoon en hygiënisch tijdens uitkui- len, voeren en melken om overdracht te voorkomen;
z houd boxen en roosters zoveel mogelijk schoon;
42
z wees scherp op schone koeien en let op schone spenen;
z zorg voor een goede melkhygiëne; houd de melkstal netjes schoon en behandel de koeien zorgvuldig voor;
z voer eventueel het nattere deel van het kuilvoer aan het jongvee;
z let op een laag asgehalte; kuil zorgvuldig in bij een goed drogestofgehalte en pro- beer er zo weinig mogelijk grond bij te laten komen;
z stuur eventueel bij met kuilmiddelen; z voer minder als het probleem blijft aan- houden (laatste optie).
van de najaarskuilen nog niet afgerond. Bovendien hoeft er niet altijd een verband te zijn tussen het boterzuurgehalte in een kuil en boterzuursporen. Tas: “Het gehalte is een berekend getal, geen echte meting.”
Officieel nog weinig problemen Het verhoogde risico op boterzuursporen vertaalt zich niet direct in concrete cijfers. Zuivellaboratorium Qlip ziet geen echte verhoging van het aantal melkmonsters boerderijmelk dat dubbel positief test op boterzuur. Leo Tjoonk van Agrifirm onder- schrijft dat. “Vanuit de zuivel hoor ik wei- nig over afkeurpunten op boterzuur. Maar dat kan twee dingen betekenen: of het valt dit najaar mee of veehouders voeren nu nog andere kuilen.”
Tjoonk kan wel een beeld schetsen van de kuilen die Agrifirm tot nu toe geanaly- seerd heeft (niet alleen voorjaarskuilen, tot en met september). “We zien bij 5% van de kuilen een verhoogd boterzuurgehalte. Risicovol waren vooral de periodes 15 april tot 5 mei – vooral 27 tot 30 april – en de laatste twee weken van oktober. Dan zie je de meeste uitschieters; boven de 5 gram per kilo droge stof.” Daarbij valt één ding op. De grondvervuiling in de kuilen valt relatief mee. De asgehaltes zijn niet hoog.
BOERDERIJ 105 — no. 8 (19 november 2019)
FOTO: KOOS VAN DER SPEK
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84