ONDERNEMEN
Daarmee moet extra experimenteerruimte ontstaan, bijvoorbeeld over regelingen voor beloningen via pun- tensystemen en over een gebiedsaanpak. De beoogde looptijd van de nieuwe pilots is vanaf 1 januari 2021 tot 1 april 2023. LNV houdt rekening met een budget van € 6 miljoen. De exacte invulling van de nieuwe pilots is nog onbekend. Geertsema: “Het ministerie wenst extra ruimte om van ervaringen in de praktijk te leren. Dat kan via verdiepende opdrachten aan bestaande pilots, maar ook door uitbreiding met nieuwe thema’s en pilots.” Dit najaar volgt meer informatie.
Nationaal Strategisch Plan
Alle EU-lidstaten moeten binnen het nieuwe GLB een Nationaal Strategisch Plan opstellen. Daaruit moet blij- ken hoe lidstaten werken aan de doelen die de Europese Commissie heeft gesteld op gebied van onder andere klimaat en biodiversiteit. De ervaringen uit pilots gelden voor Nederland als input voor dit plan. De Europese Commissie rekent EU-lidstaten af op de plannen en doe- len, mogelijk zelfs in de toekenning van Europees geld. De minister streeft ernaar om een ruwe versie van het plan klaar te hebben in de zomer van 2021. Eind 2021 of begin 2022 wordt het plan ingediend in Brussel. Het nieuwe GLB treedt op 1 januari 2023 in werking. Tot die tijd geldt het huidige beleid met het huidige budget.
Dit weten we van de zeven lopende GLB-proefprojecten
In maart 2019 zijn zeven proefprojecten opgezet. Doel is een grotere effectiviteit van maatregelen in de sector voor klimaat, bodem, water, lucht, landschap en biodi- versiteit. Betalingen worden sterker dan nu gekoppeld aan groene tegenprestaties van boeren. Er wordt gezocht naar de beste invulling op lokaal niveau. In totaal doen ongeveer 500 boeren mee aan de praktische pilots. Zij ontvangen een vergoeding waarvan de hoogte afankelijk is van wat ze doen. In totaal is er € 9 miljoen beschikbaar voor de proefprojecten die eindigen op 31 maart 2021. Elke pilot heeft andere doelen, afgestemd op het landschap en op doelen van andere lokale partijen (waterschappen, provincies) die haalbaar zijn voor het gebied. 1. De pilot Akkerbelt richt zich op de akker- bouwstrook die loopt van Zeeland tot Gro- ningen. Akkerbouwers experimenteren met een keuzemenu van 40 vergroeningsmaat- regelen, zoals bloemrijke akkerranden, meer inzaai van groenbemesters en ecologisch slootbeheer. Negen agrarische collectieven werken mee. 2. In Limburg ligt de focus op natuurinclu- sieve landbouw, aangepast op het Limburgs landschap. Tachtig boeren doen mee aan de pilot en nemen maatregelen zoals de aanleg
8 3 6 5 1 4 1 4 2 4 4 1
Een overzicht van de GLB-pilots in Neder- land. De eerste zes pilots zijn praktijkge- richt met concrete maatregelen in het veld. De agrarische collectieven leiden deze pilots. De zevende pilot focust op kennis- uitwisseling en het opstellen van bedrijfs- plannen van boeren en is daarom niet in de kaart ingetekend. In deze pilot trekt LTO Nederland de kar.
van kruidenrijke graslanden, gefaseerd maai- beheer en mechanische onkruidbestrijding. Doel is om een gezond voedselsysteem met
een passend verdienmodel voor de boer te verkrijgen. Collectief Natuurrijk Limburg en agrarisch adviesbureau Arvalis trekken de kar. 3. Drie collectieven in Friesland en Groningen richten zich op vergroeningsmaatregelen en testen een puntensysteem om maatregelen van boeren te waarderen en te belonen. Ex- tra inzet voor het nemen van vergroenings- maatregelen levert de boer meer geld op. De maatregelen lopen uiteen van houtsingels om het open akkerbouwgebied te vergroe- nen, tot het uitrijden van ruige mest in en buiten weidevogelgebieden. 4. Vijf agrarische collectieven werken aan versterking van het kleinschalig cultuur- landschap op de zandgronden in de provincies Gelderland, Overijssel, Utrecht en Noord-Brabant. Daartoe moeten de 75 boeren die meedoen op minimaal 7% van hun grond groene maatregelen nemen, zoals de aanleg van akkerranden, kruidenrijke graslanden en het verbouwen van eiwitrijke gewassen. De nadruk ligt op behoud en ont- wikkeling van het kleinschalige landschap. 5. Drie veenweidecollectieven onderzoeken wat het beste past in vergroening van de waterrijke veenweidegebieden in voorna- melijk Noord- en Zuid-Holland. Speerpunten binnen het programma zijn het ontwikkelen
BOERDERIJ 105 — no. 41 (7 juli 2020)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76 |
Page 77 |
Page 78 |
Page 79 |
Page 80 |
Page 81 |
Page 82 |
Page 83 |
Page 84