search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
‘hoog’. Volgens RVO was er in 2019 424.530 hectare bouwland op klei. 7,2% daarvan is 30.753 hectare zoals weergegeven in de tabel. Die berekening is doorgevoerd voor alle klei-, veen- en zandgrond en verkort weergegeven in tabel 1.


In tabel 2 is het effect op de maximale fosfaatruimte weergegeven. De totale fosfaatruimte op grasland in 2019 vol- gens RVO komt uit op 86,3 miljoen kilo. Op basis van grondmonsters zou dat 88,5 miljoen zijn. Het verschil is dan 2,2 miljoen kilo voor grasland in 2019.


In de kolom 2020 is dezelfde berekening gemaakt met de fosfaatgebruiksnormen voor 2020 op basis van het areaal in 2019 omdat het areaal in 2020 nog niet bekend is. Het verschil in plaatsingsruimte is in 2020 groter. Voor grasland loopt het op naar 3,5 miljoen en voor bouwland wordt het verschil 8,6 miljoen kilo. Dat komt neer op gemiddeld ruim 10 kilo fosfaat per hec- tare bouwland die niet wordt benut.


Scherpere normen in 2021


In de praktijk wordt op veel bedrijven, met name in de akkerbouw, de mestruimte niet volledig benut en was dat ook niet nodig. Maar dat wordt anders nu de mestnormen zijn aangescherpt, zeker op grond met fosfaattoestand hoog. In 2021 wordt de fos- faattoestand bovendien anders vastgesteld. Dan wordt de zogenoemde gecombineerde indicator ingevoerd. De fosfaattoestand wordt dan vastgesteld op basis van zowel het PAL-getal (bodemvoorraad) als het P-PAE-getal (beschikbaar voor de plant). In adviezen van het College Deskundigen Meststoffenwet is berekend dat deze ver- andering vrijwel geen effect gaat hebben op de totale plaatsingsruimte. Maar voor individuele bedrijven kunnen wel grote verschillen optreden. Het kan de bemes- tingsruimte voor fosfaat zomaar met hon- derden kilo’s verkleinen vanaf 2021, met name voor akkerbouwbedrijven op zeeklei. Anderzijds is op andere bedrijven – met name melkveebedrijven – de fosfaatruimte niet altijd te benutten omdat stikstof in dierlijke mest de beperkende factor is, ook met derogatie.


De plaatsingsruimte voor fosfaat is niet alleen bepalend voor de bemesting van de grond. Op melkveebedrijven speelt ook de veebezetting een rol (‘grondgebonden groei’). Op alle veebedrijven is de fosfaat- ruimte bepalend voor wel of geen mest- verwerking. En de totale fosfaatruimte in combinatie met de veestapel is op landelijk niveau bepalend voor de benodigde mest- verwerkingscapaciteit op langere termijn.


1. Meer fosfaatruimte mogelijk op bijna 370.000 hectare Klei Veen


Zand Totaal 2019*


PAL Fosfaatklasse 0-50 51+


geen PAL 0-50 51+


geen Totaal Bouwland RVO.nl


PW Fosfaatklasse 0-55 56+


geen PW


0-55 56+


geen Totaal


Overige klassen Hoog obv PW Hoog geen PW


Eurofins % x areaal RVO Overige klassen Hoog obv PW Hoog geen PW


Overige klassen Hoog obv PAL Hoog geen PAL


Eurofins % x areaal RVO Overige klassen Hoog obv PAL Hoog geen PAL


217.048 98.896 55.551 11.358 113.153 44.133


272.199 126.064 113.552 28.323 -


- veen


199.560 61.929


165.355


274.449 152.394 -


385.751 154.387 426.844 klei


284.295 7.693


132.542


9.677 692


6.934


393.795 16.776 30.735 -


113.592 25.637


224.114 209.068


527 154.275 -


- 424.530 17.303 363.343


*) Totaal 2019 is totaal areaal inclusief lössgrond en grondsoort onbekend Bron: Berekening Boerderij op basis van areaalgegevens CBS/RVO.nl en grondmonsters Eurofins


De berekening van de arealen per fosfaatklasse en de totale fosfaatruimte is gebaseerd op data van RVO.nl (bewerkt door het CBS) en geanonimiseerde data van Eurofins Agro. Het areaal grasland en bouwland en de fosfaattoestand daarvan komt uit de landbouwtelling 2019. Grond waarvoor geen fosfaattoestand wordt doorgegeven, wordt door RVO aange- merkt als fosfaattoestand hoog. In de tabel is die categorie aangegeven als ‘hoog geen PAL’ of ‘hoog geen PW’. De arealen op basis van de RVO-cijfers zijn herberekend met de verdeling van de fosfaat-


toestand volgens gegevens van Eurofins Agro, die zijn gebaseerd op geanonimiseerde to- talen van grondmonsters en analyseverslagen. Voor grasland en bouwland op klei, veen en zand heeft Eurofins het aandeel in procenten berekend. Die percentages zijn toegepast op het areaal klei, veen en zand volgens de RVO-cijfers. Vervolgens is voor de arealen volgens RVO en het herberekende areaal de maximale plaatsingsruimte berekend, uitgaande van de geldende fosfaatgebruiksnormen in 2019 en 2020. In beide jaren is daarvoor het areaal in 2019 gebruikt.


De berekende fosfaatruimte in tabel 2 is de maximale ruimte. In de praktijk zal niet alle grond met de hoogste fosfaatgebruiks- norm ook met die maximale norm worden bemest. Verder zijn niet alle percelen bemonsterd en zal dat ook in de komende jaren niet gebeuren.


2. Grootste verschil fosfaatruimte op bouwland 2020


Maximale fosfaatplaatsingsruimte in 2019 en 2020, x 1 miljoen kg fosfaat* Grasland 2019 RVO.nl 86,3 Eurofins %


88,5 Verschil 2,2


Bouwland RVO.nl 52,5 Eurofins %


58,0 Verschil 5,6


Totaal landbouwgrond RVO.nl 138,8 Eurofins %


Verschil 7,8 146,5


85,9 89,4 3,5


50,3 58,9 8,6


136,2 148,3 12,1


*) 2020 op basis van areaal 2019 maal gebruiksnormen 2020 Bron: Berekening Boerderij op basis van areaalgegevens CBS/RVO.nl en grondmonsters


verschil -0,4 0,9


-2,2 0,9


-2,6 1,8


Verdeling grond naar fosfaattoestand volgens gegevens RVO.nl en volgens grondmonsters Eurofins, in ha Grasland RVO.nl


521.064 53% 129.561 13% 331.040 34%


678.273 69% 294.993 30% 8.399 1%


981.665 100% zand Totaal 2019*


415.336 50% 34.377 4% 374.013 45%


627.412 76% 185.892 23% 10.422 1% 823.726 100%


BOERDERIJ 105 — no. 41 (7 juli 2020)


15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84