search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ACTUEEL


RUNDVEEHOUDERIJ Meikuil met weinig eiwit en veel suiker


Een hoge verteerbaarheid van de organische stof en veel suiker maken dat veehouders voorzich- tig met de meikuilen van dit jaar moeten omgaan.


De kuilen uit de eerste snede bevatten heel veel suiker; gemiddeld 149 gram per kilo droge stof. Het eiwitgehalte is met 170 gram per kilo droge stof daarentegen juist wat lager dan normaal. De DVE-waarde komt uit op 68 gram per kilo droge stof en de OEB-waarde is 40. Dat meldt Eurofins Agro op basis van de analyses die het Wage- ningse laboratorium heeft uitgevoerd. De verteerbaarheid van de organische stof ligt met 80,8% hoger dan normaal. Sa- men met een lage ADL-waarde van 16, het lagere eiwitgehalte en de hoge suikerhoe- veelheid maakt dat deze gemiddelde kuil als ‘erg snel’ wordt betiteld. De gemiddelde kuil bevat 970 VEM per kilo droge stof. Een snelle kuil is een kuil die een hoge verteringssnelheid kent in de koe. De cel- wanden van het gras worden snel afgebro- ken. Dit zorgt voor een daling van de pH in de pens, met het risico op pensverzuring. Onder andere dunne mest en teruglopende opname van voer zijn het resultaat. Hoe langer dit speelt, des te meer gevolgen het heeft op zowel koe als bedrijfsresultaten.


Veel veehouders herkennen dit beeld bij het inkuilen ditvoorjaar. Bij het aanrijden blijft het gras aan de banden plakken. Een teken van overvloedige aanwezigheid van suikers.


Een voordeel is dat het snelle voorjaars- gras met bijna 50% droge stof vrij droog is ingekuild. Dat maakt het aandeel DVE iets hoger en het maakt ook de kuil iets minder ‘explosief’ in de vertering omdat de celwanden in mindere mate in de kuil zijn voorverteerd. Volgens Bob Fabri, junior productma- nager Veehouderij, bevatten de vroegst gemaakte kuilen, rond eind april, nog rond


180 gram eiwit per kilo droge stof. Naar- mate de maand mei vorderde en het gewas zwaarder werd en verouderde, nam het ruweiwitgehalte af naar rond 140 gram per kilo droge stof.


Andersom is het suikergehalte rond eind april het laagst, maar ligt altijd nog op zo’n 140 gram. Richting eind mei neemt dat zelfs toe richting 180 gram per kilo droge stof.


Investeringen in melksystemen op gelijk niveau als 2019


Het aantal bedrijven dat met een automatisch melksysteem werkt neemt nog toe, maar slechts in geringe mate.


Het aantal investeringen dat melkveehouders doen in hun melkinstallaties ligt met 470 nieuwe opleveringen, uit- breidingen of renovaties op hetzelfde niveau als vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van stich- ting Kwaliteitszorg Onderhoud Melkinstallaties (KOM) in Zutphen.


Het aantal van 470 uitbrei- dingen, opleveringen en reno- vaties is nagenoeg de helft van


de 953 acties die over heel 2019 zijn uitgevoerd. Van de opleve- ringen en uitbreidingen gaat het om plaatsing van 357 boxen van de automatische melksys- temen. Die nemen daarmee driekwart van het totaal in beslag. Bij 70 gevallen gaat het om zij-aan-zij-melkstallen en bij 30 gevallen gaat het om visgraatmelkstallen. De overige melkstaltypes zijn marginaal. De totale markt voor melkin- stallaties is krimpende. KOM signaleert een daling van het aantal melkveebedrijven van 16.803 op 1 januari naar 16.131 op peildatum 28 juni. Alle melksystemen hebben daar last van en dalen over de hele linie. Alleen het aantal melk-


De visgraatmelkstal is nog het meest gebruikt, maar de aan- tallen lopen snel terug.


robotbedrijven groeit nog heel licht, met 14 stuks naar 4.392 bedrijven. Deze toename over een half jaar haalt lang niet de cijfers van voorliggende jaren, waar gemiddeld netto zo’n 250 melkveebedrijven met een


BOERDERIJ 105 — no. 41 (7 juli 2020)


melkrobot per jaar werden bijgeschreven. De toename van het marktaandeel van de melk- robot als melksysteem neemt nog altijd toe. Het aandeel was 26,0% op 1 januari van dit jaar en ligt inmiddels op 27,2%. De visgraatmelkstal is nog altijd het meest gebruikte systeem op 5.294 bedrijven, maar dat is wel 456 bedrijven minder dan op 1 januari. De visgraat melkstal verliest dan ook het snelst terrein ten op- zichte van de andere conven- tionele melksystemen als de zij-aan-zij-melkstal, swingovers en draaimelkstallen. Ook de grupstallen en de tandemmelk- stallen nemen relatief hard in aantal af.


33


FOTO: MISSET


FOTO: PETER ROEK


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84