FOTO: ANP
FOTO: ALBERT VAN DER PLOEG
ONDERNEMEN
Omdat de primaire taak van de dijk het tegenhouden van water is, tellen dijken niet mee als landbouwgrond.
Landbouwgrond moet aan twee eisen voldoen. Ten eerste moet de grond daadwerkelijk voor landbouw ge- bruikt worden. Ten tweede moet de agrariër de feitelijke beschikkingsmacht over de grond hebben. Dit laatste is bij dijken een apart verhaal, legt Optimus Advies uit. Voor de feitelijke beschikkingsmacht moeten boeren de uitvoering van de teelt en bemesting binnen de mestwet- geving in eigen hand hebben. Een andere partij mag zich hier niet mee bemoeien. Omdat een dijk in het beheer van het waterschap is – en het waterschap dus de feite- lijke beschikkingsmacht heeft – mag deze beperkingen opleggen voor het bemesten van dijken. Daarom is een dijk geen landbouwgrond.
Als bij controle blijkt dat je de waterkering toch als landbouwgrond hebt opgegeven, maar je niet de feite- lijke beschikkingsmacht hebt, dan kan de NVWA een boete van € 300 geven. Dergelijke overtreding brengt ook de derogatie van de veehouder in gevaar. De NVWA kan deze dan intrekken.
Bemesting
Normaal gesproken is een mestberekening gebaseerd op de totale oppervlakte grond dat tot het bedrijf be- hoort en de totale mestproductie, legt Countus Advies uit. Voor dijken gelden dezelfde mestregels als voor natuurgrond. Dieren die op dijken grazen, moeten in de mestboekhouding opgegeven worden als ‘uitgeschaard’. Zo kun je de mestproductie van dieren verantwoorden. De veehouder waar de schapen tijdelijk grazen, schaart
ze dan in. Dit voorkomt dat de wettige eigenaar met een mestoverschot komt te zitten. Voor het inscharen van schapen voor een periode korter dan vier weken geldt een vrijstelling. De mestboekhouding blijft dan ongewij- zigd. Om te voorkomen dat schapenhouders te veel of te weinig mest hebben, is het belangrijk om te bedenken hoeveel schapen op eigen land kunnen lopen. Alleen landbouwgrond telt voor derogatie. Daarom gelden deze voorwaarden voor beweiden, bemesten en maaien op dijken:
‘Aparte gewascode nodig voor primaire zeedijken’
De discussie over het bemesten en beheren van dijken speelt al ongeveer drie jaar. Albert van der Ploeg is bestuurder van de vakgroep schapenhouderij van LTO Nederland.
Hoe wil LTO het opgeven van dijken makkelijker maken? “LTO pleit voor een aparte code voor primaire zeedijken. Dan is het voor iedereen simpel dat het om dijken gaat en welke regels hierbij horen. Deze discussie met
RVO.nl en NVWA loopt juridisch gezien vast. Dit geldt ook voor de discussie over het bemesten van dijken. Zolang waterschappen geen fosfaat strooien op dijken is er voor boeren niks aan de hand. Boeren krijgen dan geen problemen als ze de- rogatie aanvragen. Voor 2019 is dit geregeld. Voor 2020 is dit nog niet besloten. Hierover gaat LTO binnenkort in gesprek met
RVO.nl.”
Wat is op dit moment de discussie tus- sen LTO en
RVO.nl?
8
“
RVO.nl maakte in 2018 bekend dat primaire waterkeringen niet mochten worden opge- geven als landbouwgrond, maar als natuurlijk grasland. Landbouwgrond kan een droge- stofopbrengst tot wel 15.000 kilo per jaar behalen. Natuurgrond niet meer dan 5.000 kilo. Van een dijk haal je meer droge stof dan van natuurgrond. De gewascode moet beter aansluiten bij de opbrengst van de dijk. Een dijk kan dan in de Gecombineerde opgave ingevuld worden als blijvend grasland, ge- wascode 265. Dit is het discussiepunt tussen boeren en de overheid. Deze partijen zijn het niet eens over de juiste registratie.”
Welk oppervlakte van een dijk telt mee voor de Gecombineerde opgave? “Vanaf maart 2019 moeten dijken waarop gras groeit voor landbouwactiviteiten apart worden opgegeven in de Gecombineerde op- gave. Als het gaat over regelingen, dan werkt
RVO.nl standaard met het horizontale vlak.
BOERDERIJ 104 — no. 49 (3 september 2019)
Albert van der Ploeg is bestuurder van vak- groep schapenhouderij van LTO Nederland.
Dit geldt voor dijken, maar ook voor heuvels zoals in Limburg.
RVO.nl meet het oppervlakte van de dijk door het horizontale vlak op te meten. Deze manier van rekenen komt het bemesten van de dijk niet ten goede omdat het daadwerkelijke oppervlakte groter is en de productie dus ook.”
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76