ACTUEEL
RUNDVEEHOUDERIJ Zomerkuil: redelijke VEM; vrij laag eiwit
De zomerkuilen, gemaakt tussen 15 juni en 31 juli, kennen een gemiddelde voederwaarde van 882 VEM per kilo droge stof met 14,8% ruw eiwit.
D
e voederwaarde van 882 VEM verhoudt zich met die van voorgaande jaren, zo blijkt uit analyses uitgevoerd door Eurofins Agro. Het eiwitgehalte van 148 gram per kilo droge stof is aan de lage kant. Op basis van ruw eiwit totaal, inclusief ammoniak-eiwit, heeft zelfs een op de drie kuilen minder dan 150 gram per kilo droge stof. Vorig jaar bevatten de zomerkuilen gemiddeld 165 gram ruw eiwit. Het labora- torium verklaart het lage eiwitgehalte door de droogte. Daardoor is de plant onvol- doende in staat geweest om de beschikbare stikstof op te nemen. Ook in 2016 kenden de zomerkuilen een eiwitgehalte dat onder de 15% bleef. Toen was het juist de overvloedige regenval die zorgde voor een matige beschikbaarheid van stikstof door uitspoeling en de verdunning door hoge opbrengsten.
De effecten van droogte zijn ook terug te vinden in de mineralensamenstelling van het gras. Zo heeft 20% van de kuilen nog een lage S-index als gevolg van een te krappe beschikbaarheid van zwavel. Deze
De zomerkuilen bevatten als gevolg van de droogte minder eiwit dan normaal.
index was in de voorjaarskuilen ook al laag door droog en koud weer. Nadat het war- mer werd, was het aanbod van zwavel door mineralisatie en eventueel uit kunstmest aangewende zwavel wel voldoende, maar door de droogte is de opname toch achter- gebleven.
Het drogestofgehalte van de kuilen ligt gemiddeld op 48,7%. Voor de zomerkuilen, die gemiddeld meer ruwe celstof en een
iets lagere verteringscoëfficiënt kennen, wordt vaak juist een iets lager drogestof- gehalte als doel gesteld, maar door de hoge temperaturen droogt het gewas toch sneller in dan gedacht. Volgens Eurofins Agro zijn de kuilen geschikt voor het melkvee, mits ze in combinatie met een eiwitrijkere voorjaars- of najaarskuil met hogere voederwaarde gevoerd worden.
Melkrobot over twee jaar meest gebruikte melksysteem
De melkrobot zal over ongeveer twee jaar het meest gebruikte melksysteem zijn. Dat blijkt uit de statistieken van stichting Kwaliteitszorg Onderhoud Melkinstallaties (KOM).
Nu is de visgraatmelkstal nog het belangrijkste melksysteem, maar het aantal neemt al jaren af. De eerste acht maanden van dit jaar met zo’n 350, en op jaarbasis zal dat rond de 550
liggen. Het aantal bedrijven met een melkrobot neemt juist toe. De eerste acht maanden kwamen er rond 150 bij (op jaarbasis rond de 225). Het verschil in aantal be-
advertentie
Wintercursus Middelbaar Kader Melkveehouderij
drijven bedraagt 1.589; 4.293 bedrijven melken met de robot en 5.882 bedrijven met een visgraatmelkstal. De melk robot beslaat nu een marktaandeel van 25,4%.
oktober 2019
Meer weten?
aereshogeschool.nl/middelbaarkadermelkveehouderij BOERDERIJ 104 — no. 49 (3 september 2019) 27
Start
deeltijd / Dronten
FOTO: HANS BANUS
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76