search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
58


PETER TEEUW (60) 41 jaar werkt Teeuw bij Defensie. In 1994 werd hij voor het eerst naar Bosnië uitgezonden. Daarna volgden nog drie uitzendingen naar Bosnië, in 1996, 1997 en 2004. In 2007 werd hij uitgezonden naar Afghanistan, waar hij hoofd was van de afdeling Operaties bij TFU. Teeuw werkte in 2015–2016 een jaar in Florida bij het Central Command van de Amerikaanse strij dkrachten. Op dit moment is Teeuw commandant van het Talencentrum Defensie (TCD).


Speelden de verschillende rangen binnen het team nog een rol? ‘Nee, dat was totaal niet belangrijk. We verbleven op de bovenverdieping van een woning, het gezin zelf woonde op de etage onder ons. We sliepen met z’n drieën op een kamer. Het was soms zo koud dat we met trainingspak in onze slaapzakken kropen. We hadden geen water of gas en slechts een aantal uren per dag stroom van een aggregaat. Dat was voor iedereen hetzelfde. Daarnaast moest iedereen in het team meehelpen met huishoudelijke taken. Het ging veel meer om wat je kon. Of je initiatief nam, in de sneeuw kon rijden of de taal beheerste. Dat gaf soms wel problemen. Er was een Poolse majoor, een vlieger van een gevechtshelikopter, die zakte voor zijn VN-rijbewijs en nauwelijks Engels sprak. Hij werd niet terugge- stuurd, maar kreeg een herkansing in ons team. Ik probeerde hem Engels te leren en een auto te besturen. Dat was te veel gevraagd. Het gevolg was dat we altijd met z’n drieën op stap moesten. Als mij namelijk iets zou over- komen, dan kon die Poolse offi cier niet terugrijden en ook niet duidelijk maken wat er aan de hand was.’


Waar liep u tegenaan? ‘Rond Sarajevo waren er al vier Nederlandse teamleiders. Daarom werd in mijn team een Pakistaanse majoor aangesteld als teamlead en werd ik (later) zijn plaatsvervanger. Ik wilde hem graag helpen, maar hij voelde zich snel aangevallen. Hij zei bijvoorbeeld in een briefi ng dat de patrouille naar plaats X moest. Ik zei toen dat we daar gisteren al waren geweest. Na de brie- fi ng sprak hij mij aan. Hoe kun je dat nou tegen mij zeggen?’ Hij ervoer dit als gezichtsverlies.’


Waren er problemen in het team vanwege culturele verschillen? ‘We hadden een Afrikaanse offi cier in het team die niet functioneerde. Hij nam geen initiatief en zat alleen maar op de bank. Hij kreeg een herkansing in een ander team in een van de drie enclaves van de Bosniërs. Die offi cier was zelf ook moslim en als de dood voor de Serven. Ze zaten in de kluis van een bank waar hij vier weken lang niet uit is geweest. De leiding besloot dat deze man naar huis moest. De Finse collega uit mijn team, met wie ik goed bevriend was, moest hem dat gaan vertellen en zou hem mee terugnemen naar Sarajevo. Die Afrikaanse offi cier realiseerde zich dat hij in zijn thuisland ontslagen zou worden en dat dit het einde van zijn carrière zou betekenen. Op het moment dat mijn Finse collega de sneeuwkettingen om de banden van de auto wilde leggen, pakte deze


checkpoint


Afrikaanse offi cier een krik en bracht hem om het leven met een slag op zijn hoofd. Daarna probeerde hij de Fin in de rivier te dumpen. De Serven kwamen erachter, want bij het volgende checkpoint zat hij alleen in de auto, ter- wijl ze bij het vorige nog met z’n tweeën waren. Het lichaam van mijn Finse col- lega is later stroomafwaarts gevonden. Ik ben nog bij de uitvaartceremonie geweest.’


Hoe kij kt u aan tegen de effectiviteit van jullie inzet? ‘Dion Landstra heeft hier onlangs on- derzoek naar gedaan en geprobeerd de kosten, het persoonlijk leed, af te zetten tegen de opbrengst. Die opbrengst be- staat dan uit informatie en de politieke winst die je hiermee kunt behalen. Ik ben van mening dat het meer heeft opgeleverd, dat ons werk als waarne- mers uiterst zinvol was. We hebben meegewerkt aan de totstandkoming van het Verdrag van Dayton, waarmee een einde kwam aan de burgeroorlog. Je kunt ook de vraag stellen wat er was gebeurd als wij er niet waren geweest. Dan hadden er mogelijk nog veel meer moorden plaatsgevonden. Nog steeds vinden er veroordelingen plaats op basis van de onderzoeken die wij heb- ben uitgevoerd.’


Is hier voldoende erkenning voor? ‘Nee, ik vind van niet. Dat gebrek aan erkenning is iets waar ik steeds meer last van krijg. We liepen grote risico’s. Er was een forse mijnendreiging en we kregen te maken met artilleriebe- schietingen en sluipschuttersvuur. Voor een militair lijken dit misschien risico’s die bij het vak horen, maar bedenk dan wel dat we ongewapend waren en midden tussen de bevolking woonden. Daarnaast kregen we te maken met kapingen, overvallen en gijzelingen. Dit alles heeft diepe sporen achter- gelaten. Dat mogen we niet vergeten. Desondanks is het mijn algehele gevoel dat ik door mijn missies een beter mens en een betere offi cier ben geworden.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76