56
Waarnemer Teeuw kij kt terug op missie in Bosnië
Internationale teams aansturen
In 1994 was kolonel Peter Teeuw, toen ritmeester, VN-waarnemer tij dens de missie UNPROFOR in Bosnië. Rangen en standen speelden geen rol, culturele gevoeligheden des te meer. Tekst Johan Kroes Fotografi e Jeroen Dietz
Wat is u het meeste bij gebleven van de missie? ‘We zaten in het noordoosten van Sarajevo en moesten contact houden met de Bosniërs. We bezochten hen re- gelmatig om informatie uit te wisselen. Daarnaast hadden we twee observatie- posten. Als we “boem” hoorden, dan moesten we vaststellen waar het explo- sief was ingeslagen en of er doden en gewonden waren gevallen. We waren veel in ziekenhuizen en mortuaria te vinden. Regelmatig werden we bescho- ten. Ik heb vijfenhalve maand in een soort cowboyfi lm geleefd. Anderhalve week voor het einde van mijn missie
W checkpoint
ging het mis. We kregen een melding dat een ambulance was beschoten, dat de chauff eur gewond was geraakt en er nog in zou zitten. Met een Nigeriaanse collega reed ik ernaartoe. Onderweg namen we onze “drills” door. Bij aan- komst zou ik de autosleutels pakken, hij de radio. Toen we daar aankwamen zagen we de chauff eur tegen de banden van zijn ambulance liggen. Hij was in zijn maag geschoten. We wilden hem helpen. Op het moment dat we uit- stapten, werden we beschoten van een afstand van 600 meter. De radio werd uit de handen van mijn collega-UNMO (United Nations Military Observer) geschoten en hij raakte gewond aan zijn hand. Opeens barstte de bubbel waar ik al die maanden in had gezeten. Toen realiseerde ik mij dat me wel degelijk iets kon overkomen. Toen de adrenaline uit mijn lichaam was, merkte ik dat ik bang was. We moesten nog terug naar die locatie om het incident te onderzoe- ken. Dat vond ik heel beangstigend.’
Wat brachten jullie als Nederlanders in in deze waarnemingsteams? ‘Nederland leverde een grote bijdrage. Tussen 1991 en 1995 zijn ruim vier- honderd Nederlandse offi cieren als waarnemer in Bosnië ingezet. Van de vijftig waarnemingsteams had de helft een Nederlander als teamleider. De andere helft had een Nederlandse plaatsvervangend teamleider. Dat komt volgens mij omdat Nederlandse militairen gewend zijn om initiatief te nemen, oplossingsgericht zijn en hun talen spreken.’
Was de voorbereiding op deze missie voldoende? We kregen een opleiding van twee maanden in Ossendrecht. We leerden over het confl ict, over interculturele communicatie en het rijden van pa- trouilles. Die opleiding was niet zo pro- fessioneel als nu. Ik kwam in Sarajevo terecht in een team met onder anderen een Brit, een Fin, een Pakistaan en twee Afrikanen. De teams waren bewust zo internationaal divers om te voorkomen dat de rapportages een politieke kleur krijgen. Hoe je precies leiding moet geven aan een intercultureel team zat niet in de opleiding.’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76