22
Luc Beij e en Mario van Boven hebben een stevige leidinggevende baan in de burgermaatschappij . Defensie was hun leerschool. Ze vergelij ken hiërarchie en leidinggeven met hoe het bij Defensie was. ‘Ik merk dat men blij is met wat ik meebreng.’ Tekst Else de Jonge Fotografi e Merlij n Doomernik
Defensie als leerschool
Luc Beij e stuurt bij na vierhonderd man aan als manager Bedrij fsveiligheid in het Rij nstate Ziekenhuis in Arnhem. ‘Onze primaire verantwoordelij kheid is om de bedrij fscontinuïteit in het zie- kenhuis te garanderen. Denk aan de organisatie rondom crisisbeheersing, veiligheidsadvies, brandveiligheid, arbo, bhv en beveiliging. De teamlei- ders van de zes afdelingen rappor- teren direct aan mij .’
L checkpoint
Mario van Boven is directeur bedrij fsvoering aan de Erasmus School of Economics, de grootste en oudste faculteit van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. ‘Ik geef leiding aan honderd mensen, van wie ik er zes direct aanstuur. Het is onze taak bij te dragen aan de kwaliteit en de voortgang van onderwij s en onderzoek. Wij regelen dus alles op het gebied van logistiek, hr, IT, onder- wij sadministratie, communicatie, inschrij ving, et cetera. Samen met de decaan en de vice-decanen onderwij s en onderzoek vorm ik het bestuur van de faculteit.
Krachtenveld Gevraagd naar verschillen in hiërar- chie bij Defensie en hun huidige baan,
wij zen Beij e en Van Boven meteen op de uiterlij ke zichtbaarheid van hiërar- chie bij Defensie. ‘In een ziekenhuis is die zichtbaarheid er niet,’ zegt Beij e, ‘terwij l de hiërarchie er wel degelij k is.’ Van Boven ziet hetzelfde in zij n huidige werk. ‘In een universitaire omgeving heeft die niet-zichtbare hiërarchie ook nog eens twee varianten. In de formele hiërarchische lij n word ik als directeur en bestuurder als eindverantwoordelij ke aangesproken. Daarnaast is er ook zoiets als een academische hiërarchie. Ik denk dat bij voorbeeld studenten en onderzoe- kers wel opkij ken tegen hoogleraren, maar mij niet of veel minder als hun meerdere zien. Ik heb geen academi- sche achtergrond en ben niet mede- bepalend voor hun verdere loopbaan.
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76