42 Sergeant b.d. Arthur Dias (69)
Was: CIS-medewerker hoofdkwartier KLu Nu: bestuurslid Stichting Molukkers bij de krijgsmacht Missies: 1987 Sinaï MFO Arthur over Fred: ‘Hij zet zich in voor de mensheid’
Brothers in arms
Arthur vond het bij zonder te merken dat hij in het leger niet werd gediscrimineerd. Door Arthur kreeg Fred weer vertrouwen in vriendschappen. Tekst Sanne van de Grift Fotografi e Niels Blekemolen
‘Fred behandelde mij direct als zij n gelij ke’
Hoe hebben jullie elkaar ontmoet? ‘Dat was in 1986 tij dens de opkomstdag voor onze uitzen- ding naar de Sinaï. We gingen op vredemissie naar de grensstreek van Israël en Egypte om met militairen uit elf verschillende landen de grens te bewaken. Ik was al 37 jaar, Fred een heel stuk jonger. Hij vroeg mij toen ook wat ik als oude hier deed. Hetzelfde als jij , antwoordde ik. Dat klopte trouwens niet letterlij k, want ik was verbindelaar en hij zat bij de militaire politie. We zij n vrienden geworden tij dens onze verlofweekenden naar Tel Aviv en Eilat. Hij moest dan mee op de bus op weekenddienst, zorgen dat we ons niet misdroegen. Vooral de Fij i’s konden niet tegen drank, dan werden ze net kinderen en ook heel opvliegend. Tegenwoordig mag je helemaal niet meer drinken op missie. Wij wel hoor, flink zelfs. Op het kamp tapten ze Oranjeboom. Wij kregen voor elkaar dat dat Heineken werd.’
Heeft hij je leven veranderd? ‘Wij hebben elkaars leven mooier gemaakt. Ik werd vroeger veel gediscrimineerd, kwam geen discotheek binnen. Als Molukkers woonden wij jarenlang in barakken in kampen. Ik ben op Kamp Westerbork geboren en pas toen ik 10 jaar was verhuisden we naar een stenen huis. Toen ik in het leger ging, was het de eerste keer dat ik buiten de Molukse
checkpoint
gemeenschap kwam. Voor het eerst moest ik slapen, eten en douchen met Nederlandse jongens. Na drie weken viel het mij op dat ze mij als mens behandelden. Ze keken niet naar mij n kleur. Daarom ben ik bij Defensie gebleven, het was zo’n fij ne ervaring. Ook Fred behandelde mij als een gelij ke. Ik had van kinds af een hekel aan het politie-uniform en hij droeg dat! Ik vertelde hem dat ik de pee had aan marechausseejongens, maar dat hij anders was.’
Waar ben je dankbaar voor? ‘Laatst kreeg mij n oom postuum een KNIL-onderscheiding. Daarvan heeft Fred foto’s gemaakt. Later stuurde hij ze kosteloos op. Dat vind ik zo lief. Hij is fotograaf dus het is ook zij n broodwinning hè. Dat hij dat voor me doet, ontroert me.’
Wat maakt jullie vriendschap zo bij zonder? ‘Zulke vrienden als Fred worden familie. Ik beschouw hem als mij n broertje. In het Moluks noem ik hem adik (broertje) of saudara (dierbaar). En we beginnen en eindigen een ontmoeting altij d met een pollo, een stevige omhelzing op zij n Moluks.’
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76