search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
32


zijn isolement te halen


Mijn eerste doel is om iemand uit


OV Alex Spanhak ER


Alex Spanhak (1977) werd in 2003 en 2007 uitgezonden naar Afghanistan. In 2007 was hij pelotonscommandant bij de luchtmobiele brigade in Deh Rawod, Uruzgan. Met hulp van anderen en hard knokken wist hij zijn uitzendproblemen meester te worden. Nu zet hij al die ervaring in om veteranen bij te staan, zodat ze de juiste hulp krijgen en ook een beter leven kunnen realiseren. Gezien de resultaten die Alex in de pilotfase van dit project heeft geboekt, wil het Veteranen- instituut vanaf 2020 graag meer ervaringsdeskundigen als Alex gaan inzetten.


Snelkookpan Als coach voor deze groep veteranen reist Spanhak sinds 2017, namens het Veteraneninstituut, door heel Nederland. Hij weet als geen ander hoe het is geweest om nare gevoelens weg te stoppen, iets waar militairen volgens hem bovengemiddeld goed in getraind zijn. ‘Ik vergelijk de aandacht- mijders weleens met een snelkookpan. We proberen dan uit alle macht het deksel dicht te houden om ons gedoe maar niet naar buiten te laten ontsnappen. Soms is het deksel van de pan vastgemaakt met ducttape, of zelfs met laswerk. Daar zijn we ons in zo’n situatie niet van bewust, maar ondertussen gaat het niet goed in het leven. Zelf was ik erg boos en vaak is er sprake van een vorm van verslaving. Een veteraan had zich in zijn huis verschanst alsof het een bunker was. Hij kwam niet buiten, zijn gezin was uit elkaar gevallen en hij vermeed contact met de wereld. Vaak is het een partner, moeder of buurvrouw die aan de bel trekt. Via hen probeer ik dan in contact te komen met de veteraan. Daar kan best een tijd overheen gaan; ik kan niet zomaar aanbellen en mijn verhaal afsteken.’


Donkere kant Spanhak vervolgt: ‘Zijn we eenmaal wel in contact, dan wijs ik de ander op een gegeven moment op die snelkookpan en op de ducttape of laswerk. En ik wijs erop dat het misschien tijd wordt om het los te gaan peuteren. Dat is heel eng en de angst voor pijn is groot. Meestal ben ik wel een paar maanden met een veteraan in gesprek voordat hij of zij zich aanmeldt voor hulpverlening, voor therapie. De afgelopen twee


jaar is dat met tientallen veteranen gelukt. Maar iemand in zorg krijgen is niet mijn enige doel: als een veteraan echt geen ondersteuning wil via het Veteranenloket en het zorgsysteem, dan is dat een keuze die ik moet res- pecteren. Mijn eerste doel is dan om iemand uit zijn isolement te halen, zijn vertrouwen te winnen en hem ervan te overtuigen dat het leven weer beter kan worden, om open te staan voor steun van anderen. Zodoende houd ik contact, ik ga langs, ze komen bij mij langs of we bellen. In een gesprek met mij kunnen ze woorden geven aan hoe ze veranderd zijn. Ze mogen me alles vragen. Hoe het voor mij was om op uitzending te gaan, hoe ik me voelde in die geweldssituatie in Uruzgan, hoe ik door mijn PTSS werd overvallen. Ik kan mijn ervaringen delen, het over mijn donkere kant hebben en ik zie dat dat hen meestal ook ruimte geeft. In het geval van die man in zijn bunker mocht ik uiteindelijk een keer langskomen. Nu, vijf jaar verder, is zijn gezin weer bij elkaar en is hij voor het eerst zelfstandig op vakantie geweest. Geweldig! Dat was eerder ondenkbaar. In heel enkele gevallen lukt het niet om iemand te bereiken, om toegang te krijgen. Dat vind ik ver- drietig; veteranen zijn bereid geweest hun leven te geven voor een ander. Iedereen verdient een goed leven en deze veteranen al helemaal.’


Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel of wil je iemand spreken van het team aandachtmijders, dan kan dat via het Veteranenloket.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76