search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
Klare taal Wolter Brands


Boeven zijn het! T


oen onlangs demissionair premier Mark Rutte werd geïnterviewd, onderbrak de interviewster hem ineens met het woord ‘controle’.


Blijkbaar kan Rutte beter tegen dit soort bliksemaanvallen dan ik, want hij beaamde meteen dat controle ook wel een achtergrond was van de oude bestuurscultuur. Het deed me denken aan het Grote Zorgdebat van een paar maanden eerder. Alle woordvoerders van de Tweede Kamerfrac- ties verklaarden dat de overheid bij een hulp-


verlener moet uitgaan van vertrouwen. Niet zo


gek, want in die tijd speelde de toeslagenaf-


faire –die haarfi jn laat zien waar een overmaat aan wantrouwen toe leidt. Maar toen was ik wel even de weg kwijt, aangezien er momenteel wetten op stapel staan die uitgaan van frauderende en niet te vertrouwen zorgverleners.


Maar tijdens het interview met Rutte viel alles op zijn plaats. We zien bij de overheid een enorme data- honger, want wie de data heeft, controleert de professional en de beroepsgroep. Echter, de overheid moet zich aan basale spelregels houden, waaronder het begrip proportionaliteit: er moet een redelijke verhouding zijn tus- sen de reden van wetgeving en het ingezette middel. En datahonger mag heel nadrukkelijk nooit een re-


‘Voor onze


sector zijn die wetten níet


proportioneel’ Op 30 miljoen rekeningen! Als de overheid tegenover dit procentueel uiterst


geringe deel bijzonder belastende wetten ontwerpt, is het duidelijk dat die (althans voor de mondzorg) niet proportioneel zijn. Daarom speelt hier ook het (fi ctieve) schot-hagel-beginsel mogelijk mee: als er 1 sector in de eerste lijn relatief vaker frau- deert, zet je meteen maar de hele eerstelijns- zorg als fraudeur weg. Voor de zondigende sector zijn draconische wetten dan misschien te rechtvaardigen. Maar voor onze sector zijn die wetten níet proportioneel, is de bijbe- horende framing beledigend en tast het het belangrijkste aspect aan van de tandarts-pa- tiëntrelatie: de vertrouwensrelatie. En het lijkt me ook hoogst onverstandig om in een sector die toch al capaciteitstekorten moet opvullen met onder meer gepensioneer- de hulpverleners, die hulpverleners standaard te framen als feitelijk niet integer. Z


WOLTER BRANDS, VOORZITTER KNMT SPECIAL VRIJHEID NT DENTZ 5


den zijn het proportionaliteitsbeginsel aan de kant te zetten. En verzin dan maar eens een zwaarwegende reden voor datamining bij een beroepsgroep die grotendeels niet eens met overheidsgeld gefi nancierd wordt. Daarom heeft de overheid fraude gekozen als reden voor enkele zeer ingrijpende wetten. Dat kan, mits er sprake is van evenredigheid tussen de omvang van de fraude en de ingezette maatregelen. En daar zit in de mondzorg het probleem. Het aantal meldin- gen over mogelijk fraude in de mondzorg varieert, maar komt hooguit in de buurt van de 100 per jaar. Meldingen, geen vastgestelde gevallen!


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60