search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
ton. De tweede functie is het op peil houden van het water voor de scheep- vaart op NRL en IJssel.” Rico Tönis: “Bij hoog water is de waterverdeling tussen Waal en Nederrijn bij het splitsingspunt Pannerden extreem belangrijk, omdat de hoogte van onze rivierdijken stroom- afwaarts daarop is bepaald. Afwijken van dat percentage zou catastrofale gevolgen kunnen hebben voor het over- stromen en mogelijk bezwijken van onze dijken. Het is bijzonder dat we als Rijks- waterstaat na ruim 200 jaar nog altijd uitvoering geven aan de afspraken uit 1798! Bij de situatie midden/laag water draait het voornamelijk om het scheep- vaartbelang en zoetwatervoorziening. De waterverdeling wordt dan 80% naar de Waal (vanwege scheepvaart van en naar de mainport Rotterdam) en onge- veer 20% naar de IJssel en een kleine fractie als doorstroomdebiet naar de NRL”. Christel Holleman: “ Als de drie stuwen in de Nederrijn en Lek zijn gesloten, maakt de scheepvaart gebruik van de schutsluizen in de stuwcomplexen. Door het verlies aan schutwater, verdamping, de aanwezigheid van drinkwaterpun- ten, de waterbehoefte van de landbouw en vanuit oogpunt van waterkwaliteit, wordt er te allen tijde water doorgelaten bij Driel. Afhankelijk van de hoeveelheid water in de Boven-Rijn wordt er veel of weinig water door de stuwensemble in de Nederrijn en de Lek gelaten. Afvoeren groter dan 100 m3


/s in de Neder-Rijn en


Lek worden geregeld door het gedeel- telijk open zetten van de vizierschuiven. Afvoeren lager dan 100 m3


/s worden


geregeld met de vernieuwde fijnrege- ling via de cilinderschuiven in de stuw- complexen. De minimale afvoer door de Neder-Rijn en Lek is 30 m3


/s”.


Hoogwatercyclus De waterafvoer van de Boven Rijn heeft een regelmatige seizoensopbouw. De hoogwatercyclus begint ongeveer in december en heeft door het smelten van de sneeuw in de Alpen en de Duitse middelgebergte een na-ijleffect tot in


het voorjaar. Daarna daalt de water- stand in de maanden mei/juni/juli en ontstaat de midden/laag waterperiode. Die kan voortduren tot eind november. Rico Tönis: “De periode van maart/ april wordt gebruikt om het IJsselmeer op peil te brengen, omdat er dan water in overvloed is en er nog geen vraag is vanuit de landbouw. Stuw Driel is onge- veer negen maanden van het jaar geslo- ten. Bij hoogwater staan de stuwen omwille van de hoogwaterveiligheid in het rivierengebied volledig open. Zodra de waterafvoer op de Rijn daalt volgen de stuwen deze daling tot de waterstand wordt bereikt, waarbij ze volledig wor- den gesloten. Op dat moment gaat de cilinderschuif in de middenpijler open om de 30 m3


/s door te laten. De stuw


moet dus een betrouwbare werking heb- ben om veiligheidsrisico’s te voorkomen en de scheepvaart te kunnen bedienen.” Om de tien jaar wordt er een stuwpro- gramma vastgesteld voor het gehele stuwensemble, waarin de waterverde- ling wordt vastgelegd. Daar zijn alle belangenorganisaties bij betrokken. Het huidige stuwprogramma loopt tot 2026. Christel Holleman: “De renova- tie van stuw Driel heeft geleid tot een paar optimalisaties, omdat er nieuwe technieken konden worden toegepast. De cilinderschuif is van een fijnregeling voorzien, waardoor de waterdoorvoer exacter kan worden gestuurd en er is centrale bediening gekomen van de drie stuwcomplexen. Dat heeft als voordeel dat de schutsluizen nu het hele jaar door 24 uur per dag beschikbaar zijn voor de scheepvaart.”


Bedreiging voor de scheepvaart Rico Tönis: “Een rivier transporteert van nature sediment en zal afhankelijk van de stroomsnelheid dat sediment laten bezinken. Op sommige plaatsen leidt dit tot sedimentatie en daar waar de rivier te hard stroomt vindt erosie plaats. Waar sedimentatie leidt tot verondieping en hinder voor de scheepvaart moet er gebaggerd worden. In de bovenloop van de Rijn en haar aftakkingen vindt bode-


“DE RIJN IS IN NEDERLAND VAN EXCEPTIONEEL BELANG VOOR DE LEEFBAARHEID EN ONZE ECONOMIE.”


8 Nr. 1 - 2021 OTAR Splistingspunt Pannerdense Kop


merosie plaats. De bodem slijt daar al tientallen jaren uit, waardoor de water- stand bij lage afvoeren ook verder daalt. Ook bij Lobith zakt de waterstand con- sequent. Het


programma ‘Integraal rivierma-


nagement (IRM)’ is o.a. opgesteld om deze bodemerosie te stoppen. Dat pro- gramma is gebaseerd op twee pijlers. Het zomerbed van de rivier zal waar- schijnlijk met actief sediment moeten worden gevoed en de geometrie van de rivier zal naar verwachting moeten worden aangepast om de stroomsnel- heid te verlagen om de bodemerosie te stoppen. De huidige geometrie van de rivier is door drie normalisatierondes in


Schutsluis stuwcomplex | Foto Rijkswaterstaat


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56