staat stellen om op regionaal en uitein- delijk zelfs op landelijk niveau alle kunst- werken met elkaar te vergelijken qua industriële automatisering.”
Intussen is een aantal pilots met voor- spelbaar
onderhoud uitgevoerd en
heeft het bestuur van Rijkswaterstaat opdracht gegeven alle opgedane kennis samen te brengen in een nieuwe pilot: West Nederland Noord. “Voorspelbaar onderhoud blijkt goed te werken. Nu is het onze taak een uniforme werkwijze te formuleren en te komen tot een presta- tiecontract voor het hele Noordzeeka- naal, alle bruggen, sluizen en gemalen in Noord-Holland, met een nieuwe opzet voor de samenwerking met de markt en alle processen eromheen”, schetst De Bruijne. “Die pilot moet ook inzicht geven in de kosten van het programma, het is een grote inspanning voor zowel Rijkswaterstaat als de markt. Uit onder- zoek van WCM (World Class Mainte- nance), het netwerk voor voorspelbaar onderhoud in Nederland, zijn de kosten naar verwachting echter een fractie van de te realiseren besparingen.” Westdorp illustreert dit aan de hand van een voor- beeld. “Normaal gesproken wordt een pomp elk jaar gesmeerd, krijgt deze elke vijf jaar een revisie en wordt hij elke tien jaar vervangen. Maar als een pomp toe- vallig erg goed is, of een monteur heeft slecht werk geleverd, of omgevings-
factoren veranderen, kan die tien jaar te krap of juist te ruim zijn”, zegt hij. “Voor- spellend onderhoud helpt de vervan- gingstermijn op te rekken, de levensduur te verlengen en de kosten te verlagen, onder meer doordat direct minder mate- riaal nodig is.”
Uniforme werkwijze Ook voor aannemers maakt inzicht in de conditie van een kunstwerk een groot verschil. “Als wij die conditie niet kennen, dan weet een aannemer het ook niet. Dat betekent dat hij bij het maken van een prijs voor het onderhoud een hogere risico-opslag zal meenemen. Als je kunt acteren op basis van objectieve gege- vens, scheelt dat Rijkswaterstaat en de aannemer veel gesteggel. Want gaat die pomp stuk omdat hij oud is of omdat het werk niet goed is uitgevoerd?” zegt Westdorp, die nog een voordeel voor aannemers benoemt. “Technisch perso- neel is schaars en wordt steeds schaar- ser. Voorspelbaar onderhoud zorgt dat je minder werk voor niks doet en dus ook minder capaciteit nodig hebt. En als je precies weet wat er moet gebeuren, kun je ook monteurs beter inzetten op klussen.” Verder zal het goed functione- ren van kunstwerken een modal shift in vervoer voorkomen. “Hoe betrouwbaar- der de vaarweg, hoe beter de logistiek en hoe efficiënter het goederenvervoer kan verlopen. Het vervoer over water is
per ton/kilometer goedkoper, maar dan moet die sluis het wel doen”, betoogt De Bruijne.
Brengt de transitie naar voorspellend onderhoud naast voordelen ook nog risico’s met zich mee? “Het programma vergt een hele verandering in onze orga- nisatie en interne processen. Dat kost tijd en geld. Want ondanks de verwachte besparingen is eerst wel een investe- ring vereist”, zegt De Bruijne. Ook voor de Rijkswaterstaat-medewerkers gaat er het een en ander veranderen. “Asset- managers moeten leren omgaan met voorspelbaar onderhoud en op een andere manier kunstwerken goed leren analyseren. En onze interne processen veranderen ook. Nu is er bij onderhoud vaak nog sprake van langcyclische pro- cessen voordat een opdracht aan een aannemer verstrekt wordt. Tekeningen moeten worden aangepast en het duurt even voor alle seinen op groen staan”, aldus De Bruijne. “Als je een storing aan ziet komen, moet er sneller actie onder- nomen kunnen worden.” De eerstvolgende stap is nu het goed afronden van de pilot West Nederland Noord en komen tot een uniforme werk- wijze. “Dan kunnen we aan het werk met de uitrol van voorspelbaar onderhoud. Een belangrijke stap in het in control blij- ven bij en het gezond houden van ons areaal aan kunstwerken.”
Sluis Eefde: nieuwe kolk erbij en oude in groot onderhoud
Tussen 2016 en april 2020 is in het sluizencomplex Eefde een nieuwe sluiskolk gebouwd door de aannemerscombinatie Lock to Twente (L2T).
De bestaande sluis had te maken met uitgesteld groot onder- houd, dat alleen aangepakt kon worden met een langdurige stremming. Zo’n stremming heeft behoorlijke economische ge- volgen voor het achterland, doordat de sluizen in Eefde in feite de enige toegangspoort tot het Twentekanaal vormen. De regio Twente ligt in het hart van Corridor2 van het Trans-Europese Netwerk voor Transport (TEN-T). Schepen vervoeren via de sluis jaarlijks 70.000 containers en 60 miljoen ton lading tussen Noord- en Oost-Europa en de grote havens van Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen. Een langdurige stremming was dan ook uit econo- misch oogpunt geen optie. Omdat er ook al een capaciteitstekort was, is ervoor gekozen om eerst een nieuwe sluis te bouwen en vervolgens de oude sluis te renoveren.
Die nieuwe sluis is dus sinds een klein jaar in gebruik en draagt de naam Noordersluis. Nu de scheepvaart gebruik maakt van de
Noordersluis, is er tijd en ruimte om groot onderhoud uit te voe- ren aan de oude sluis, die nu de naam Zuidersluis draagt, zonder dat de scheepvaart daar ernstige hinder van ondervindt.
OTAR Nr. 1 - 2021
21
Foto: Rijkswaterstaat
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56