Technische installatie sluiscomplex| Foto Rijkswaterstaat.
Evaluatie-unit voor monitoring met verschillende verwerkingsunits om trillingen te meten | Foto Rijkswaterstaat
ander belangrijk leerpunt is de manier
waarop we aannemers contracteren en de werkwijze buiten Rijkswaterstaat. “Bij onze huidige onderhoudscontracten ontvangt de aannemer elke maand geld voor het in stand houden van de sluis en het repareren van storingen, maar niet voor het voorkomen van storingen”, stelt Westdorp. “Die samenwerking met de markt wordt anders. Dankzij voor- spelbaar onderhoud is het werk beter te plannen. Aannemers zien werkzaam- heden van tevoren aankomen en kunnen de juiste monteur op het juiste moment op pad sturen in plaats van dat ze in het weekend met piepende banden naar een storing moeten rijden.” Voorspel- baar onderhoud op basis van storings- analyses betekent ook dat monteurs veel gerichter kunnen zoeken. “Bij Sluis Eefde was op een gegeven moment een
relais doorgebrand. Op basis van de SCADA-data en de sensoriek kon snel de achtergrond van de storing achter- haald worden en gericht tot een oplos- sing worden gekomen. Dat scheelt heel veel zoekuren en ook de stremmings- duur van de sluis wordt een stuk korter”, zegt De Bruijne. “Een stap verder is dat je die afwijking ziet aankomen en ingrijpt voordat de storing zich voordoet.”
Vijf sporen Het Vitale Assets-programma kent vijf sporen. De eerste twee betreffen het aanbrengen van de IT en OT (informa- tie-
en operationele technologie)
Server om sensordata te verzamelen Foto: Rijkswaterstaat.
dat zij met andere incentives te maken krijgen. En dat Rijkswaterstaat mogelijk andere contracten zal moeten opstel- len”, verklaart De Bruijne. Het derde spoor omvat het leren en ontwikke- len van assetmanagers, zodat zij bin- nen de nieuwe werkwijze kunstwerken goed kunnen analyseren en weten welke maatregelen zij moeten treffen om sto- ringen te voorkomen. Op basis van de pilots wordt een vierde spoor ontwik- keld: de uitrolstrategie. “Zodra de voor- spelbaarheid van onderhoud voldoende is getest, moet bekeken worden hoe de uitrol kan plaatsvinden,
rekening hou- en
een verkenning van nieuwe vormen van samenwerking met de markt, zoals hiervoor beschreven. “Dat laatste bete- kent ook dat er andere verdienmodel- len voor aannemers kunnen ontstaan en
“ACTEREN OP BASIS VAN OBJECTIEVE GEGEVENS SCHEELT VEEL GESTEGGEL”
20 Nr. 1 - 2021 OTAR
dend met andere programma’s bin- nen Rijkswaterstaat”, aldus De Bruijne. “Het vijfde spoor volgt hieruit en omvat het aanpassen van interne processen en van de organisatie, waarbij ook de opzet van een Asset Informatie Centrum (waar alle expertise op het gebied van voorspelbaar onderhoud samenkomt) wordt onderzocht. Van daaruit worden assetmanagers in het land ondersteund. En op langere termijn moet het ons in
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56