“HET IS BIJZONDER DAT WE NÁ RUIM 200 JAAR NOG UITVOERING GEVEN AAN AFSPRAKEN UIT 1798!”
Hanzesteden te verbeteren. De stan- daard afvoerverdeling van het Rijnwater op het splitsingspunt de Pannerdense Kop (aangelegd in 1784), zoals in het Plan van 1798 is vastgelegd, is twee derde van de Boven-Rijn naar de Waal en één derde naar het Pannerdensch Kanaal. Deze verdeelsleutel geldt anno 2021 nog steeds, en wel bij een Boven- Rijn afvoer van 16.000 m3
/s.
Op het tweede splitsingspunt, tussen Huissen en Westervoort, vertakt de IJssel zich van de Nederrijn en Lek (NRL). Bij een Boven-Rijn afvoer van 16.000 m3
/s Open stand rivierstuw |
Fotografie: © Thea van den Heuvel Fotografie & Film
verdeling een groot probleem. Eind januari 1799 ontstaat langs de Rijn en de Waal een rampzalige toestand. Door ijsverstopping op de grote rivieren loopt het water over de dijken bij Nijmegen, waar grote delen van de stad onder water komen te staan. Bij Millingen ont- staat een dijkdoorbraak en de huizen in de Liemers komen tot de vensters in het water te staan. In 1926 waren de laatste dijkdoorbraken als gevolg van het hoog- water op de rivieren.
De verdeling van het Rijnwater Bij Lobith komt de Boven-Rijn Neder- land binnen. Bij de Pannerdense Kop bevindt zich de eerste aftakking van de Rijn. De Boven-Rijn splitst zich in de Waal en het Pannerdensch Kanaal. Dit kanaal werd tussen 1701 en 1707 gegra- ven, aanvankelijk als verdedigingslinie zonder verbinding met Rijn en Waal. Pas 20 oktober 1706 werden de door- gravingen te Arnhem aanbesteed, met als doel de watertoevoer naar de IJs- sel en de Neder-Rijn veilig te stellen om zo de Hollandse waterlinie
te kunnen voeden en om de scheepvaart naar de Stuw Amerongen | Foto Rijkswaterstaat OTAR Nr.1 - 2021 7
gaat twee negende (2/3 van 1/3) van het Boven-Rijn water naar de NRL en een negende (1/3 van 1/3) van het Boven-Rijn water naar de IJssel. In de jaren 30 van de vorige eeuw ontstonden er bij kleine lage waterafvoeren op de Boven-Rijn langzamerhand bezwaren tegen deze afvoerverdeling vanuit de landbouw, de scheepvaart en Nederland boven de lijn Arnhem-Amsterdam. Dat gedeelte van Nederland is namelijk voor haar zoetwa- teraanvoer grotendeels afhankelijk van de wateraanvoer vanuit de IJssel. Zo ontstond de gedachte om in perioden van lage afvoeren van de Boven-Rijn, de IJssel meer water te geven en het IJssel-
meer en Zeeuwse Delta als zoetwater- bekkens in te richten. Het plan voor de Rijnkanalisatie was geboren. De afvoer van de IJssel en de bevaar- baarheid van de NRL werden vergroot. Om dit te realiseren moest in de boven- mond van de NRL een stuw worden gebouwd, die het water stuwt waardoor er meer water naar de IJssel stroomt. Bij het plaatsje Driel werd de meest stroomopwaartse stuw gebouwd. Om de bevaarbaarheid van de NRL stroom- afwaarts van Driel te waarborgen waren er nog stuwen nodig bij Amerongen en Hagestein. De drie stuwcomplexen wer- den gecombineerd met schutsluizen. De stuwcomplexen zijn gebouwd in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw.
Stuw Diel, kraan van Nederland Christel Holleman: “Op de rivieren heb- ben we te maken met twee situaties, namelijk hoog water en midden/laag water. Bij hoog water staan de drie stu- wen open. Voor de situatie van midden/ laag water op de Boven-Rijn zijn de stuwen gesloten. Stuw Driel heeft dan twee belangrijke functies. De eerste is het stuwen van voldoende water naar het
IJsselmeer, onze nationale regen-
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56