verlichting”, vertelt Naber. “Die ingangs- verlichting is vooral overdag belangrijk. Als de zon fel schijnt, wil je voorkomen dat weggebruikers een zwart gat in rij- den door te zorgen voor een geleidelijke overgang. Daarvoor zijn bij de tunnelin- gang veel lampen nodig. Als je met slim- me maatregelen op deze verlichting kunt besparen, dan levert dat veel op. Nu werken we met acht verschillende licht- standen in de tunnel, waarbij de nacht- stand de minste energie vraagt en in de dagstand bij felle zon de meeste. Als we beter weten welk verlichtingsniveau mi- nimaal nodig is om veilig de tunnel in te rijden, kunnen we ook de ingangsverlich- ting nauwkeuriger en dynamischer rege- len. Overigens is de meest energiezuini- ge optie een daglichtrooster, een soort pergola boven de tunnelingang die zorgt voor een geleidelijke afname van het daglichtniveau. Zo’n rooster vergt echter hoge investeringen, waardoor ze de laat- ste jaren wat in de vergetelheid zijn ge- raakt. Bij tunnels als Tunnel de Noord en de Velsertunnel bewijzen ze echter dat het zeker de moeite is om ze te herintro- duceren.”
Volgens Naber kunnen de energie redu- cerende maatregelen die bij de Benelux- tunnel zijn toegepast, zonder problemen gebruikt worden bij andere tunnels: “We hebben deze keer gekozen voor maat- regelen die eenvoudig pasten binnen de huidige regelgeving, zoals de Landelij- ke Tunnelstandaard. Een volgende stap die gezet zou kunnen worden, is bekij- ken in hoeverre regelgeving kan worden aangepast om verdere energiebesparing mogelijk te maken. Ons onderzoek naar het dimmen van de ledverlichting en het aanpassen van de Richtlijn Tunnelver- lichting is daar een goed voorbeeld van. Natuurlijk staat hierbij voorop dat de ver- keersveiligheid niet in het geding komt.”
Verdere energiebesparingen “Daarnaast zijn er vaak nog allerlei an- dere besparingsmogelijkheden”, zegt Naber. “Bij de Beneluxtunnel hebben we bijvoorbeeld onlangs een ‘energierond- je’ gemaakt en gemeten waar de ener- gie blijft. Hierbij is gekeken naar simpe- le besparingsopties, het laaghangende fruit. Die blijken er nog legio te zijn. Het toegangsgebouw voor fietsers en voet- gangers baadt met de nieuwe ledlam-
Vervangingsinvestering tunnels (VIT 2) De renovatie van de Beneluxtunnel is onder- deel van het project VIT 2. Dit project is gericht op het vervangen van diverse tunnel- technische installaties en het aanpassen van de software in acht tunnels in Noord- en Zuid- Holland. Het betreft de Benelux-, de Noord-, de Drecht-, de Eerste en Tweede Heinenoord-, de Sytwende-, Schiphol- en Wijkertunnel. Door deze projecten na elkaar uit te voeren, kunnen de ervaringen van een vorig project worden meegenomen bij een volgend project. Voor de installaties en de aanpassing van de bedienings- en besturingssystemen (b&b) zijn twee verschillende marktpartijen ingeschakeld.
De installaties worden vervangen door de Combinatie Croon Siemens, de aanpassingen aan de b&b worden uitgevoerd door Dynniq. De belangrijkste reden voor RWS om het werk door twee partijen te laten uitvoeren, is om ervaringen op te doen met het koppelvlak tus- sen installaties en besturingssystemen. De komende jaren dienen diverse installaties in diverse tunnels vervangen te worden. Ook die- nen de bestaande b&b systemen op termijn vervangen te worden. De werkwijze als recent uitgevoerd in de Velsertunnel, geheel afsluiten voor langere periode, is niet overal toepas- baar. De ervaringen zoals nu binnen VIT 2 worden opgedaan, kunnen daarbij als basis dienen voor aankomende projecten.
Ledverlichting Beneluxtunnel In navolging op de grootscheepse renovatie van de Velsertunnel, waarvoor Schréder en Phoenix Contact de verlichting voor hun reke- ning namen, hebben zij nu ook de Beneluxtunnel uitgerust met ledverlichting.
De renovatie van de Tunnel Technische Installaties (TTI’s) van de Beneluxtunnel maken onderdeel uit van het project VIT2. Dat is in 2015 door Rijkwaterstaat gegund aan de Combinatie Croon Siemens (CCS), bestaande uit Croonwolter&dros en Siemens. Schréder ontving april 2016 de intentieverklaring voor het vervangen van de verouderde verlichtings- installatie. De Beneluxtunnel is de tweede tunnel in Nederland, na de Velsertunnel, die Schréder en Phoenix Contact omzetten naar de nieuwe landelijke tunnelstandaard (LTS) 1.2. Voor vier tunnelbuizen is gekozen voor in
totaal 416x Omnistar armaturen als ingangs- verlichting en voor 275x FV32 armaturen als basis- en uitgangsverlichting. De tunnelbuis die gebruikt wordt voor fietsers en brommers, is uitgerust met 80x FV32 armaturen en voor de inleidende weg is gekozen om 36x Teceo armaturen op 5 meter met onderlinge afstand van 25 meter aan de wand te plaatsen. Door de puntverlichting in lijn te plaatsen, wordt een hoge gelijkmatigheid met een goede wand- luminantie behaald. Met de nieuwe ledverlich- ting wordt een energiebesparing van minimaal 30 procent behaald. Daarnaast wordt met slimme configuratie van het systeem bespa- ring gecreëerd bij het installeren, het inbedrijf- stellen en voor het beheer- en onderhoud.
De gehele verlichtingsinstallatie inclusief besturing is in maart 2017 gerealiseerd en opgeleverd.
pen bijvoorbeeld in een zee van licht en in het middentunnelkanaal brandt de verlichting altijd. Verder zag ik dat de verschillende klimaatinstallaties niet op- timaal op elkaar zijn afgestemd. Deze opties en de maatregelen die we nu al hebben genomen, laten zien dat er al veel kan als je een beetje je best doet, laat staan als je echt de schouders er onder zet!”
Gewoon haalbaar
Naber vertelt dat twee jaar geleden bij het COB begonnen is met een idee van een potentiele besparing van vijftig pro- cent. “Toen werd daar nog erg cynisch
op gereageerd. Ondertussen lijkt deze 50 procent gewoon haalbaar. Na het te- rugbrengen van het energieverbruik kun- nen ook nog stappen volgen om de toch nog benodigde energie duurzaam op te wekken. Op en rondom een tunnel is vaak veel vrije ruimte aanwezig. Deze zou bijvoorbeeld ingezet kunnen worden om met zonnepanelen eigen energie op te wekken. In de wat verdere toekomst zouden zaken als warmtewinning uit as- falt, het gebruiken van rijwind en het in- zetten van smart-grids, DC-netwerken en de interactie met de zelfrijdende au- to’s nog meer kunnen bijdragen aan ons einddoel, de energieneutrale tunnel.”
Nr.4 - 2017 OTAR O Nr.4 - 2017TAR 15
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48