Raffinagesector worstelt met Brussel en vooral zichzelf
RAFFINAGE Pieter van den Brand
Industrie van de
Structurele overcapaciteit, hoge olieprijzen, een moordende internationale concurrentie, flinterdunne marges, afnemende vraag en export en – last but not least – de milieuknoet van Brussel. De Europese raffinagesector zit in zwaar weer. De afgelopen twee jaar is een derde van de raffinaderijen opgekocht, gesloten of in de mottenballen gezet. Is er nog hoop voor wat zelfs de industrie van de ondergaande zon wordt genoemd?
44
Fluids Processing Nr. 6 - december 2012
Nog geldt de zogeheten ARA-regio (Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen) als het grootste petrochemisch cluster in de wereld. Zo’n honderd miljoen ton ruwe olie komt er jaarlijks binnen in de Rotterdamse haven, om door te worden gepompt naar een tiental raffinaderijen in de Maasstad zelf, Vlissingen, Antwerpen en Duitsland. Grootmachten als BP, Exxon- Mobil, Shell en Total investeren miljarden in de modernisering van hun raffinage- installaties, niet alleen in Rotterdam maar ook in Antwerpen. Leuke opsteker, denk je dan. Maar de mega-investeringen zijn onafwendbaar. Wie A Cinderella story? – Restructuring of the European Refining Sector leest, begrijpt dat de toestand van de raffinagesector verre van gezond is te noemen. “In twee jaar tijd is een derde van de Europese raffinaderijen stilgelegd, van eigenaar veranderd of te koop gezet”, zegt Aad Correljé. De Delftse weten- schapper is een van de auteurs van de april dit jaar verschenen studie onder de vlag van het Clingendael International Energy Programme (CIEP), waar Correljé research-fellow is. Binnen het Haagse onderzoeksinstituut wordt de raffinage- sector al aangeduid als de industrie van de ondergaande zon. “De grote inter- nationale maatschappijen gaan het wel redden, maar voor de kleine jongens zijn de overlevingskansen aanzienlijk kleiner.” De teloorgang van Petroplus, dat volle- dig afhankelijk was van de inkomsten uit raffinage, spreekt volgens Correljé boek- delen. Het afgelopen decennium kon het van oorsprong Nederlandse bedrijf voor weinig geld acht raffinaderijen in Engeland, Duitsland, Frankrijk en Zwitser- land opkopen. De raffinage-activiteiten konden zo nog een tijdje doorgaan. Allengs werden de marges dunner en
moest Petroplus begin dit jaar uitstel van betaling aanvragen. In augustus viel het bedrijf definitief om. “Als pure-play refiner kon Petroplus de verliezen niet met andere activiteiten compenseren. Van de puur raffinagebedrijven in Europa is de helft stilgelegd”, zegt Correljé. “Uitzicht op verbetering is er niet.”
Stel echter niet het nut om in Europa nog langer ruwe olie te raffineren in twijfel, want dan heb je zonder aarzelen plaats- vervangend secretaris-generaal Chris Beddoes van de European Petroleum Industry Association (Europia) op de kast. Elke historische vergelijking met langs ‘natuurlijke’ weg verdwenen industrie- takken zoals de textiel en de mijnbouw, gaat mank. De Engelsman somt een waslijst aan argumenten op voor het behoud van Europa’s raffinagecapaciteit. Los nog van het harde gegeven dat de downstream olie-industrie zeshonderd- duizend Europeanen een baan geeft. Beddoes: “We kunnen niet vertrouwen op de import van olieproducten. Wereld- wijd zijn er tal van producenten van ruwe olie, maar er zijn veel minder leveranciers van destillaatproducten die het over- grote deel van de Europese oliecon- sumptie beslaan. We zullen zijn overge- leverd aan de grillen van prijsschom- melingen en ook beschikbaarheid.”
Toonbeeld
Juni 2012. Feestje bij Shell in Pernis. Burgemeester Ahmed Aboutaleb opent de nieuwe ontzwavelingsfabriek (kosten: 390 miljoen euro). ‘Een van de meest geavanceerde installaties ter wereld en een toonbeeld van het produceren van schonere autobrandstoffen’, tamboe- reert een trotse president-directeur Dick Benschop van Shell Nederland. Mede
Ook bij Shell’s troetelkind Pernis blijven kostenverbeteringen en efficiencyslagen noodzakelijk.
door deze fabriek, aldus de voormalig PvdA-politicus, blijft het olieconcern een belangrijke speler op de wereldwijde markt voor raffinage. Wat hij er niet bij vertelt is dat de nieuwe fabriek niet meer is dan het logische gevolg van de steeds strengere milieueisen vanuit Europa. Brussel slaat de raffinaderijen met low- carbon beleidsplannen voor transport, energie en in feite de hele Europese eco- nomie om de oren. De politieke bood- schap is dat Europa olie in de ban moet doen ten faveure van niet-fossiele ener- gie. De Brusselse wetgeving die hieruit volgt, jaagt de Europese raffinagesector op hoge kosten en is een van de hoofd- schuldigen voor de huidige flinterdunne marges, stelt Beddoes. Om de nieuwe Europese eisen voor lucht- en waterkwa- liteit tegemoet te kunnen treden, ziet de sector zich geconfronteerd met investe- ringen die in de miljarden lopen. Volgens een studie van onderzoeksbureau Concawe van de olie-industrie zorgt het
CO2-emissiehandelssysteem voor een stijging van dertien procent van de ope- rationele kosten. “De concurrentie buiten