Een chemische installatie in het Rijnmondgebied. Foto: TNO
onvoldoende. De onderzoekers zien wel bij alle bedrijven ruimte voor verbetering. TNO vindt ook dat overheid, inspecties, bedrijven en experts moeten komen tot een gezamenlijke visie op veiligheid in de chemische industrie.
Het onderzoek naar tanks en bijbeho- rende koel- en blusvoorzieningen loopt vooruit op een landelijk inspectieproject van bedrijven met opslagtanks. Hierin worden de resterende 38 bedrijven bekeken in het Rijnmondgebied met tanks en opslag van gevaarlijke stoffen. Het landelijke onderzoek is voor de zomer van 2013 afgerond.
De Dcmr voert toezicht en handhaving uit voor de provincie Zuid-Holland. Rik Janssen, gedeputeerde Milieu, rea-
Op deze overtredingen volgen strikte handhavingsacties om de risico’s zo snel mogelijk weg te nemen. In een aantal gevallen hebben de bedrijven al daad- werkelijk actie ondernomen en de over- tredingen ongedaan gemaakt.
Voldoende
De veiligheidscultuur bij de onderzochte bedrijven blijkt over het algemeen vol- doende. Negen bedrijven scoren voldoen- de of hoger, drie scoren wat zwakker maar zonder directe bedreiging voor de veilig- heidsprestaties, en twee bedrijven scoren
uitgerafeld in dimensies als leiderschap, veiligheidscommuni- catie, hoe gaan we om met veiligheidsaudits en hoe leren we van dingen die beter kunnen. Zo zijn er nog tien. We heb- ben bij ieder bedrijf een behoorlijk aantal mensen gesproken waarbij we interessante dingen tegenkwamen. We maakten gebruik van de zogenoemde cultuurladder à la Hearts and Minds. Dat is een methode om de kwaliteit van de veiligheids- cultuur inzichtelijk te maken, vooral gericht op arbeidsveilig- heid. Uiteindelijk hebben we nog vijf dimensies toegevoegd aan het onderzoek. Uit de totaal veertien dimensies kwam een score met vijf mogelijke niveaus. De eerste groep heeft een pathologische cultuur, een bedrijf dat doorgaat zolang het niet wordt gepakt. Die kwamen we overigens niet tegen. Wel constateerden we zogenoemde reactieve bedrijven, die zeggen ‘veiligheid is wél belangrijk, doen we ook wat aan’, maar wel reactief, na een incident. De derde categorie betreft calculatieve bedrijven. Die hebben afspraken gemaakt om allerlei risico’s te vermijden. Proactieve bedrijven zijn op continue verbetering gefocust. En de vijfde categorie betreft generatieve bedrijven, die noemen we in ons vakgebied ook
wel high reliability organisations. Dan is de veiligheid van groot belang in de manier waarop het bedrijf werkt. De conclusie is dat alle bedrijven in de middelste drie categorieën blijven. Echt reactieve bedrijven hebben we ook niet gezien maar proactieve bedrijven wel. Naarmate je verder in de keten komt (bulk en op- en overslag), wordt de cultuurscore steeds zwakker. Voorin de keten (raffinage en chemie) zie je sterke bedrijven.”
“Over het algemeen hebben de meeste bedrijven een behoorlijke veiligheidscultuur. Bij twee bedrijven signaleerden we dat de cultuur een probleem vormt. Die twee bedrijven moeten meer aandacht aan veiligheid besteden. De veiligheidscultuur is onvoldoende ontwikkeld en dat kan een negatief effect op de veiligheid hebben.” Overigens wil Bezemer niet zeggen om welke bedrijven het gaat. “Het is een anoniem rapport, over hoe het gesteld is in deze branches. Toch hoeven we ons geen zorgen te maken. Ik heb gehoord dat deze bedrijven een aantal maatregelen aan het nemen zijn. We hebben ook gezien dat er een verbeterslag wordt gemaakt.”
geert schriftelijk. “Het is goed dat er nu een breder beeld is hoe het er voor staat met de risicovolle tanks en de bijbeho- rende koel- en blusvoorzieningen in het Rijnmondgebied. De resultaten van de onderzoeken vormen een duidelijk signaal voor alle bedrijven in het Rijn- mondgebied. Er is nog werk aan de winkel. En die bedrijven zijn als eerste verantwoordelijk voor de veiligheid. De komende maanden zullen er gesprekken met de onderzochte bedrijven en brancheorganisaties plaatsvinden om de resultaten van de onderzoeken te bespreken. De Dcmr en VRR handhaven op de geconstateerde overtredingen om te zorgen dat deze binnen korte tijd teniet worden gedaan.”n