tussen voeling heeft met het pro- duct en proces.” Deze eerste batches kunnen door een vierde partner, of een eindgebruiker worden getest en op de markt gezet. Voor som- mige processen in de Bbepp is de wetenschappe- lijke kennis gege- nereerd door het Expertisecentrum voor Industriële Biotechnologie
en Biokatalyse van UGent. Dat is bijvoor- beeld het geval in het Europees gesub- sidieerde project ‘Biosurfing’, waarbij bio- surfactanten fermentatief geproduceerd worden door de genetisch gewijzigde giststam Candida bombicola. De directeur van de BBE proeffabriek, prof. ir. Wim Soetaert, staat eveneens aan het hoofd van dit Expertisecentrum.
Procesontwikkeling In de installaties gaan de grondstoffen, intermediaire stoffen bij de productie en halffabrikaten via de verschillende conversieprocessen regelmatig over van de ene naar de andere aggregatietoe- stand. “Er zijn hier geen grenzen te noe- men en dat willen we ook niet. Omdat dit de product- of procesontwikkeling in onze proeffabriek zou kunnen beperken”, stelt Dewilde duidelijk over procesont- wikkeling binnen Bbepp. Ze wijst hier op de veelzijdigheid van de te verwerken grondstoffen, de uiteenlopende proces- sen die worden gebruikt en het groot aantal verschillende eindproducten
waar het om gaat in de biogebaseerde markt. “Als proeffabriek zijn we hier ook volledig op ingericht. We knutselen aan onze installaties zo dat we een volledige productielijn kunnen inrichten, afgestemd op de mogelijke grondstoffen in gas-, vloeibare of vastestoffase.”
Afbrokkelende grenzen De ontwikkeling van productieprocessen in de biogebaseerde industrie zijn ook nog eens duidelijk sectoroverschrijdend. “De biogebaseerde economie doet de grenzen tussen de huidige industriële sectoren afbrokkelen”, formuleert zij. “Ik zie bijvoorbeeld dat chemische bedrij- ven op zoek gaan naar hernieuwbare grondstoffen voor hun van oudsher petrochemsiche monomeren. Daarbij komen ze voor het eerst in contact met biochemische conversietechnieken zoals biokatalyse en fermentatie.” Tegelijk ziet Dewilde ook dat de toepas- sing van processen die aanvankelijk zijn ontwikkeld voor bijvoorbeeld vloeistoffen worden uitgebreid naar gassen. “Zo zijn
er al heel wat ontwikkelingen waarbij de koolstofbron voor de productie van che- micaliën door microorganismen geen suikeroplossing is maar gasvormig CO of CO2.”
Een andere mogelijkheid is dat het metaboliet dat uitgescheiden wordt door het microorganisme als gas vrijkomt. “Vanzelfsprekend zijn onze fermentoren hiervoor uitgerust.”
Voornaamste uitdaging “Onze ervaring is dat het op grote schaal produceren van cruciaal belang is om daadwerkelijk te weten of een bepaald product of proces het zal maken in de markt. Je komt dan snel voor allerlei opschalingsproblemen te staan, en die moet je dan direct aanpakken”, ant- woordt de business development mana- ger op de vraag naar de voornaamste uitdaging. “Biomassa is zo complex dat je niet alles wat gaat gebeuren in het proces kunt voorspellen. Je kunt niet altijd voorzien of een product filtreerbaar is of hoever het kan worden ingedampt of
Membraaninstallaties scheiden vaste stoffen en vloeistoffen.