This page contains a Flash digital edition of a book.
Veiligheidscultuur bedrijven in Rijnmondgebied onderzocht


HANDHAVING Jelle Vaartjes


‘Veiligheid risicob


TNO heeft de afgelopen zomer in opdracht van de Dcmr Milieudienst Rijnmond en de provincie Zuid-Holland een onderzoek uitgevoerd naar de veiligheidscultuur bij veertien risicovolle bedrijven in het Rijnmondgebied. Dit naar aan- leiding van de discussie over de veiligheid van risicovolle industrie in het gebied. Wat blijkt: de veiligheidscultuur bij onderzochte risicovolle bedrijven in het Rijnmondgebied is over het algemeen genomen voldoende.


Na de constateringen bij tankopslag- bedrijf Odfjell deze zomer, kwam de vraag naar voren hoe veilig het is bij risicovolle industrie in het Rijnmondgebied. De pro- vincie Zuid-Holland en Dcmr gaven het onderzoeksinstituut TNO de opdracht om de veiligheidscultuur bij bedrijven in het Rijnmondgebied te onderzoeken. Het hoofddoel was een beeld te krijgen van de veiligheidscultuur. Maar Dcmr wilde ook weten hoe de veiligheidscultuur kan worden opgenomen in het reguliere toezicht. Dit sluit aan op de ontwikkeling dat veiligheidscultuur een belangrijk onderdeel is van de veiligheidsprestatie van bedrijven.


Onder ‘veiligheidscultuur’ wordt dan ver- staan de houding, waarden, (impliciete) aannames, percepties en gewoonten met betrekking tot het omgaan met veiligheidsrisico’s.


Cultuurscore


“Wij hebben met name gekeken naar de veilig- heidscultuur bij de geselecteerde veertien bedrijven. Over het algemeen is die goed te noemen.” Dat zegt Robert Bezemer, werkzaam bij TNO als projectleider op trajecten die te maken hebben met veiligheid in de breedste zin van het woord, hoewel de focus ligt op veiligheid in de industrie. “Denk daarbij niet alleen aan arbeidsveiligheid maar ook veilig- heid in de bredere zin.”


Robert Bezemer: “Over het algemeen hebben de meeste bedrijven een behoorlijke veiligheidscultuur.”


28


Bezemer was projectleider bij het onderzoek voor Dcmr naar de veertien bedrijven in het Rijnmond- gebied. Hij werkte samen met onderzoeksleider en collega Gerard Zwetsloot.


Fluids Processing Nr. 6 - december 2012


Bezemer over de selectie van de veertien bedrijven: “Dcmr droeg de bedrijven aan en had die geselecteerd op een aantal criteria. Eén daarvan was dat ze uit de verschillende branches moesten komen: raffinage, chemie of petro-


Resultaten Onlangs presenteerde Dcmr Milieudienst Rijnmond samen met de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) de resultaten van het onderzoek. Dcmr had vooraf veertien bedrijven geselecteerd waar de veiligheidscultuur moest worden onder- zocht. Het onderzoek concentreerde zich op bedrijven in de raffinage, (petro) chemie, natte bulk en op- en overslag. Het waren uiteenlopende bedrijven, enkele waarbij in het verleden overtre- dingen werden geconstateerd en enkele met een ‘goed’ verleden. Bij al deze bedrijven is de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam of de gemeente Albrandswaard bevoegd gezag. Parallel vond onderzoek plaats naar tanks en de bijbehorende koel- en blusvoorzieningen bij twaalf bedrijven. Dit spitste zich toe op bedrijven in het


Rijnmondgebied waar oudere tanks staan waarin gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen. Er kwam niet een bedrijf naar voren met overtredingen in de zwaarste categorie. Daarnaast is bij de zogenoemde live tests van de koel- en blusvoorzieningen gebleken dat deze in alle gevallen werkten.


Bij de onderzochte bedrijven zijn wel overtredingen geconstateerd die een risico kunnen vormen voor de omgeving. Zoals onvoldoende onderhoud aan de brandblussystemen en het niet tijdig hebben uitgevoerd van tankinspecties.


chemie, natte bulk en overslag. Een tweede criterium was dat sterke én zwakke bedrijven moesten worden geselecteerd. Daardoor ontstond een dwarsdoorsnede. Wij wisten in ieder geval bij TNO niet welke de zwakke of sterke bedrijven waren. We hebben gewoon een lijst met namen gekregen.” Dcmr legde zelf de link met het bedrijf en maakte een afspraak voor een tweedaags bezoek van het onderzoeksteam. Op de vraag of er dan wel sprake was van een onaangekondigd bezoek, antwoordt Bezemer: “Nee, maar dat is niet van belang. In dit geval hebben we ons namelijk beperkt tot een onderzoek naar de veiligheidscultuur. We hebben niet gekeken wat precies de technische veiligheidskwesties zijn en hoe het zit met het veiligheidsbeheerssysteem. Bij de veiligheidscultuur zitten dingen die bedrijven niet even kunnen veranderen als je een bezoek aankondigt. Bedrijven hebben jaren nodig om een cultuur te veranderen.”


Cultuur is een breed en zacht begrip. Bezemer: “Het onder- zoek richtte zich op aspecten van veiligheid die we belangrijk vinden om naar te kijken en die met elkaar iets zeggen over hoe het bedrijf omgaat met veiligheid. Veiligheidscultuur is


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56