van stoffen
dat de vonken voldoende heet moeten zijn om als ontstekingsbron te kunnen fungeren.
De KST waarde
geen gevaarlijke situaties te creëren. De druktoename kan liggen tussen zes en tien bar, dit is niet voor alle stoffen hetzelfde. In de tabel ‘Kengetallen’ staan de waar- den die bij de verschillende stoffen horen.
Kengetallen
Het al of niet geleidend zijn van een stof komt later in deze serie aan bod. Vochtigheid speelt ook een rol, want als de vochtigheid hoog is dan kan er geen stofwolk ontstaan, vanzelfsprekend zal er dan ook geen explosie ontstaan. Vochtig houden is dus ook een methode om stofexplosies te voorkomen. De besproken kengetallen zijn voor een aantal verschillende stoffen in bijgaande tabel ‘Kengetallen’ opgenomen. De waarden in de tabel zijn richtwaarden en kunnen afwijken. Bijvoorbeeld zaag- of schuurstof heeft bij verschillende hout- soorten andere waarden. Het valt op dat de smeultemperatuur in veel gevallen lager ligt dan de ontstekingstemperatuur. Poeder- suiker is in deze tabel een uitzondering.
In de praktijk kan het voorkomen dat voor een bepaalde samenstelling van stoffen of voor onbekende stoffen geen waarden bekend zijn. Voor het bepalen van de kengetallen van die stof is een daarvoor ingericht laboratorium of onderzoeks- instituut dan de aangewezen instantie.
Ontstekingsbronnen
In het vorige deel zijn de acht ontstekings- bronnen genoemd en het procentuele aandeel van elk in stofexplosies. Om een stofexplosie te kunnen veroorzaken, moet de ontstekingsbron aan bepaalde voor- waarden voldoen: de temperatuur dient hoog genoeg te zijn of de ontstekings- energie is voldoende krachtig.
Mechanische vonken die bij slijpwerk- zaamheden ontstaan, leveren een groot aandeel in het ontstaan van stofexplosies. De grafiek met ontstekingsbronnen in het vorige deel laat daar geen twijfels over bestaan. Ongetwijfeld zijn er nog meer voorbeelden te noemen maar de essentie is
Open vuur wordt direct geassocieerd met een ontstekingsbron. Moeilijker wordt het met hete oppervlakken zoals lagers die aanlopen en daardoor oververhit raken. Zeker als het lager niet zichtbaar is gemonteerd. Veelal merkt men de over- verhitting te laat op. Motoren kunnen we thermisch beveiligen waardoor over- verhitting gecontroleerd wordt en de op- pervlaktetemperatuur binnen de gestelde grenzen blijft. Bij lagers is deze controle niet direct voorhanden, we gaan niet zo gauw elk lager van een temperatuur- opnemer voorzien.
Zwerfstromen kunnen ontstaan door slechte of een onjuist aangebrachte aar- ding. Het gevaar bij zwerfstromen is dat te dunne aarddraden om zwerfstromen te voorkomen, te warm worden. Een aarddraad kan daardoor veranderen in een ontstekingsbron. Een goed aardings- concept is in deze belangrijk.
Vonken die ontstaan door kortsluiting, losse contacten, vonkende schakelaars vormen ook een gevarenbron. Deze gevarenbronnen zijn te controleren omdat ze vaak op bekende plaatsen ontstaan. Toepassen van de juiste componenten is noodzaak.
Maar waar materialen door wrijving in staat zijn statische ladingen op te wek- ken, is extra alertheid geboden. Statische ladingen kunnen overal ontstaan. De vonken moeten wel voldoende energie leveren om als ontstekingsbron te kunnen dienen. De hoogte van de energie is af- hankelijk van het materiaal en de vochtig- heidsgraad. De andere ontstekingsbronnen zoals blik- seminslag en elektromagnetische straling komen minder vaak voor en deze worden verder buiten beschouwing gelaten.
Kengetallen
Zuurstof Zuurstof is voor een explosie onontbeerlijk. Zonder zuurstof geen explosie. Hierin schuilt ook het probleem: zuurstof is namelijk overal aanwezig. Uit praktische overwe- gingen omdat het niet anders kan, zal
g
Solids Processing Nr. 3 - juni 2011
55
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68