This page contains a Flash digital edition of a book.
ZATERDAG9OKTOBER 2010


sport


51


Kai Reus: ‘Ik ging nadenken en topsportersmoetengewoon niet kunnen nadenken.’


FOTO ERNAFAUST/GPD Hetisnutijdvoor KaiReus zelf


Drie jaar leverde Kai Reus een gevechtomweer wiel- rennerteworden. Het lukte hem,maarde prijswas hoog.Onlangs besloot hijer tussenuittegaan.Reus gaat op zoek naar zichzelf.


THEOBRINKMAN M


isschien wordt KaiReus (25) opnieuwwielren- ner,misschien ook niet. “Ikhebsomshet ideedat


ik eentotaalandere persoonbenge- worden.Datisook niet zo gek, als je de doodindeogenhebtgekeken.” Als het levenwas gelopen zoals


het hadmoeten gaan, had Reus af- gelopen zondaginAustralië aande startvanhetWKgestaan. Misschien washet talent vandeRabobank- ploegzelfs weleen vandekopman- nen geweest.Reus konimmersal- les:tijdrijden, klimmen, afmaken. “Ik hebzelden een beterecoureur


gezien,” zei bondscoachEgonvan Kessel in 2003,nahet NK tijdrijden voor junioren. Reus wasachttien, net wielrenner.Tot dan had hij ge- schaatst.Tochfietstehijmeteeneen erelijst bijelkaar, waaronderdewe- reldtiteljunioren. Eén dingwas zeker: Reus ging een


groteworden. Maar afgelopen weekeinde wasReus in Hoogezand bijhet Nederlands clubkampioen- schap. ’s Avonds keek hijthuis nog


evennaardestartvanhetWK.Daar- na ginghij naar bed.Opteletekst zaghij de volgende ochtend de uit- slag. “Ik kijknaar wielrennen,maar alleenals ik er tijd voor heb.” MaandaggingReus naar de ijs- baan. “Ik ga dit seizoen weer lekker marathons schaatsen, bij de C-rij- ders.” Zijn ouderoepingnoemt hij het.Opzijn zestiende, zeventiende wedijverdehij met jongens als SjoerdHuismanenChristijn Groe- neveld. “Het is een mooiesportom te doen.Leukesfeerook.” Vanwegehet wielrennenmoest hij


het schaatsen altijd links laten lig- gen. Dat hij nu wél weer marathons gaat schaatsen, is het bewijs van wathij al heeft gezegd:“Hetisnu tijdvoor KaiReus zelf en niet Kai Reus de wielrenner.” Reus wasaltijdwielrenner.Erwas


geen andereKai Reus.Alles is ver- anderd op de beruchte 12 juli 2007: een trainingsrit in Frankrijk,Reus gingonderuit,brakvanallesenliep hoofdletselop. Elfdagenhieldende artsen hem in coma. Daarna: een maandenlange revalidatie. Lopen gingniet,pratenwas moeilijk, ogen, neus en oren deden niet wat ze moeten doen.Het washet begin vandrie jaar met ups endowns. Fysiek gezien heefthij er niets aan


overgehouden, kanhij nu, drie jaar later,zeggen. Tests wijzenuit dat hij op hetzelfde niveau zit als voor de val.“Daarbenik heel trotsop. Datis de grootsteoverwinningvan mijn leven, daar kangeen wereldtitelte- genop.Ikhad linksvolledig ver- lamdkunnen zijn, ikhadblindkun-


nen zijn, doof. Ik kanhet hele rijtje welweeropnoemen.Ikheb het alle- maal overwonnen.” Maar mentaal,dat is eenander


verhaal. Er is eenKai Reus vanvóór 12 juli 2007eneen KaiReus van daarna. Altijd wasernazijn revali- datiedetwijfel of hijwelwildedoor- gaan met wielrennen. Reed hijtwee dagengoed,voelde hij zichdaarna zesdagen slecht.Interesseerde het koersen hem ‘geen fuck’ meer.Hij gingopreis om zichzelf te zoeken. Kwam terugengingtochweer fiet- sen.Hij wonzelfs een koers, vorig jaar september. Daar voelde hijzich weer de oude. De oude Reus die bij de startalwist hoe hij die dagging


Reus ging onderuit. Het washetbegin vandrie jaarmetups en downs


winnen. Man,watwas hij blij.Twee jaar na het ongelukstond hij weer op een podium. Maar vakerwas er tegenslag.


Slechtedagen, ziek, zeer.Afgelopen zomerhad hij er genoegvan. Hakte de knoop door:tijdvoor eentime- out.“Na de valzei ik dat ik wilde te- rugkeren als renner.Dat is me ge- lukt,maar het is niet gemakkelijk geweest.Eriszoveel gebeurd. Op een gegevenmoment stapeldende dingenzichteveel op.” De druppel wasdeziekte van Pfeifferdie hij begin dit jaar bleek te hebben. “Ik traindewel,maarmiste


de power. Ik herinnermedeploeg- voorstelling. Iedereen laaienden- thousiast: KaiReus waserweer. Groteverwachtingenuiteraard. En dan ga je op trainingskamp en ben je na vierdagen knock-out.Pfeiffer. Bij alles watikhad meegemaakt wasdat maar eendingetje. Maar voor mij betekendehet heel veel. In anderhalf jaar revaliderenhadik al- lesoverwonnen, kwam dit er over- heen. Mentaal gezien wasdat voor mijdedruppel.Ikgingnadenkenen topsporters moeten gewoon niet kunnen nadenken. Je moet totaal gefocust zijn op watjemoet doen. Dat konikaltijdverschrikkelijk goed.Datwasnunietmeerzo.” Eenmaalteruginhet peloton


kreegReus beginjuli in de Ronde vanOostenrijk buikgriep.“De ploegleider pepte me nogop, maar toenik indederdeetappenatien ki- lometerloste, zaghij het meteen. Hetwas over.Ikheb de rest vande etappebij de verzorgerindeauto gezeten. De volgende dagben ik naarhuisgegaan.Datismijnlaatste koersgeweest.” Voor zichzelf wist hij het toen al.


Hijmoest weguit het wielrennen. Hoemoeilijk ook. “Die maand was ik heelemotioneel. TegenHarold Knebel,dedirecteurvan de ploeg, hebikgezegd:jullie hebbenmedrie jaar geholpen, nu kanikhet alleen nogmaar zelf oplossen. Dit is mijn laatstekans.Als het niet uit mezelf komt,komik er niet.” Reus heeftzichnog geen moment


verveeld.Hij houdtvan lezen. Hij vindthetmooiomdiepgravendege-


sprekkentevoeren. “Ik kanook urenin gedachtenzitten. Ikbenniet depressief, hoor.Dat hebikmis- schienwelgehad,nuniet meer.” En hijblijft een buitenmens.Fiet-


sen, skeeleren, wandelen: heerlijk. “Dat is voor mij nu het bestemedi- cijn:ontspanning.”Geen verwach- tingen, geen verplichtingen. “Top- sportbrengtheel veel verwachtin- genenverplichtingenmet zichmee. Niks ergs aan, als je je goed voelt. Maarnueven niet meer.” Nu is er eentweede KaiReus.“Ja,


zo zie ik het.Deuitdagingisdat ik weer goed in het levenkomte staan. Als eenenergiekejongenvan 25 jaar.Overeen tijdje ga ik eenbe-


‘Ikwil een topper zijn. Datkan alleen door nu de tijd te nemen’


roepskeuzetest doen.Ikgahet wel zien.Het kanechtalle kanten op.” Eenterugkeer als wielrenner kan


wathem betreft maar op éénma- nier.“Ik wil die topper worden die in me zat.” De enige manier om dat teworden, isnuafstandnemen.“Er zijnnuteveel dingenwaar ik tegen- aan hik. Ik wil eentopper zijn. Dat kanalleen doornudetijdtenemen. Kijkenof hetgevoel ernogis. Als het er noginzit,komthet erweer uit.'' Niet iedereen snaptzijn besluit.


“Het is ook moeilijk. Ik begrijp het somszelfookniet.Het isookeenge- voelskwestie.”


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76  |  Page 77  |  Page 78  |  Page 79  |  Page 80  |  Page 81  |  Page 82  |  Page 83  |  Page 84  |  Page 85  |  Page 86  |  Page 87  |  Page 88  |  Page 89  |  Page 90  |  Page 91  |  Page 92  |  Page 93  |  Page 94  |  Page 95  |  Page 96  |  Page 97  |  Page 98  |  Page 99  |  Page 100  |  Page 101  |  Page 102  |  Page 103  |  Page 104  |  Page 105  |  Page 106  |  Page 107  |  Page 108  |  Page 109  |  Page 110  |  Page 111  |  Page 112  |  Page 113  |  Page 114  |  Page 115  |  Page 116  |  Page 117  |  Page 118  |  Page 119  |  Page 120  |  Page 121  |  Page 122  |  Page 123  |  Page 124  |  Page 125  |  Page 126  |  Page 127  |  Page 128  |  Page 129  |  Page 130  |  Page 131  |  Page 132  |  Page 133  |  Page 134  |  Page 135  |  Page 136
Produced with Yudu - www.yudu.com