COLUMN ONDERNEMEN
Vleesindustrie
Dirk Strijker, emeritus hoogleraar Mansholtleerstoel voor plattelandsontwik- keling, Rijksuniversiteit Groningen
P
olitieke partijen die meer om dieren dan om mensen geven, gebruiken vaak de term ‘vleesindustrie’. Ze bedoelen dan vooral de intensieve veehouderij, die ze graag negatief wegzetten. Ik denk bij die term ech- ter altijd meteen aan de verwerkers, de slachterijen en aanpalende industrie.
Die vleesindustrie is de afgelopen tijd onder verdenking gekomen vanwege corona. Het begon met Vion De Groene Weg in Groenlo, met veel besmettingen onder vooral Oost-Europees personeel. Een paar dagen later was Vion Apeldoorn aan de beurt, waar te veel Oost-Europeanen in te kleine busjes werd vervoerd. En ook in het buitenland was het raak, recent in Gütersloh bij Tönnies en in Wales bij 2 Sisters en bij Rowan Foods. En ook in Frankrijk waren besmettingen in slachterijen. Naar nu duidelijk wordt, zijn het grote bedrijven, Groenlo heeft meer dan 600 medewerkers, en Gütersloh 6.650.
Het beeld dat ontstaat, is niet erg fi jn. De bedrijven werken vooral met Oost-Europeanen, die te dicht op elkaar staan in een virusvriendelijke omgeving, die matig of slecht gehuisvest zijn en in te kleine busjes rondgereden worden. In het bijzonder voor De Groene Weg is dat ongelukkig. Ik kom een enkele keer in een winkel van hen, en daar hangt altijd een bord dat het varken van de week opgegroeid is bij boer Pietersen in Koefl attermade. Dat suggereert niet alleen traceerbaarheid, maar ook kleinschaligheid, en daar worden hun klanten blij van. Met die traceerbaarheid zit het vast wel goed, maar kleinschalig zijn ze niet. Het is een groot modern gebouw aan de N18, ik heb er eerder over geschreven. Niks mis mee, maar had het gewoon verteld. Naar nu blijkt, is het gebouw vooral gevuld met Oost-Europese arbeiders. Dat is niet duurzaam, en bij De Groene Weg betalen de klanten daar nu juist wel voor.
Maar los van de speciale situatie van De Groene Weg, het publiek komt er nu achter dat in de vleesverwerkende schakel de arbeid en de arbeidsomstandigheden verdacht zijn. Dat de arbeiders massaal uit Bulgarije en omgeving gehaald worden en hutjemutje op oude vakantieparken wonen, is niet goed. Maar ik weet ook dat de meeste van die slachterijen, zeker ook die van Vion in Groen- lo, technisch gezien moderne bedrijven zijn, met witte tegels en roestvrij staal.
Bedrijven die aan consumenten leveren, moeten altijd erg voorzichtig zijn met hun imago. Ze komen er nu achter dat ze maar beter helder hadden kunnen zijn over hun schaal en hun techniek, daar valt best een goed verhaal over te houden. In het achterhuis van mijn schoonvader, die was slager en slachter, kwamen de var- kens vast slechter aan hun eind. Zorg voor het imago betekent ook dat je goed en professioneel met je personeel om moet gaan. Daar valt klaarblijkelijk nog heel wat aan te verbeteren.
SLACHTERIJEN BLIJKEN CLUSTERS VAN CORONA
BOERDERIJ 105 — no. 40 (30 juni 2020)
19
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76