RUNDVEEHOUDERIJ ACTUEEL Steeds lagere zwavel-index in graskuil
Eurofins Agro signaleert een da- lende trend van de zwavel-index in graskuilen. Bemesting kan het zwavelaanbod op peil houden.
De zwavelgehalten in graskuilen, met name de voorjaarsgraskuilen, lopen langzaam maar zeker terug. Eurofins Agro meldt op de analyse van de graskuilen de zwavel-in- dex (S-index). Het geeft aan of het gras in de kuil te weinig, of wellicht ook te veel zwavel heeft opgenomen. In beide gevallen moet de bemesting met zwavel worden aangepast. Tekort aan zwavel komt steeds vaker voor omdat de depositie uit de lucht de laatste decennia afneemt. En doordat in het voorjaar de bodem nog te koud is, komt er uit mineralisatie ook nog niet veel zwavel vrij. Daarom vindt bijbemesten van zwavel voor de eerste en soms ook voor de tweede snede plaats.
Omdat zwavel een onmisbare bouwsteen is van aminozuren, heeft het direct invloed op de vorming van eiwit en de kwaliteit daarvan. Ook leidt tekort aan opbrengst- derving in kilo’s droge stof.
De S-index heeft een streefwaarde van 92 tot 108. Onder 92 is er tekort en boven 108 een overschot. Dat de trend van de index dalend is blijkt uit het gemiddelde van de graskuilen. In het voorjaar van 2018 lag de
Via kunstmest, vloeibaar of korrel, kan een eventueel tekort aan zwavel worden opgeheven.
S-index in voorjaarskuilen nog op 103. In 2020 is dat gedaald tot ongeveer 97. Ook in de zomerkuilen is de trend dalend, al ligt het gemiddelde van de zomerkuilen in 2020 nog wel op 104.
Eurofins Agro adviseert veehouders de S-index van hun graskuilen te checken en op basis daarvan actie te ondernemen in hun bemestingsplan en de te bestellen
kunstmest. In dat kader levert het bodem- onderzoek ook waardevolle informatie. Op de bodemanalyse staan waarden zoals S-to- taal en Zwavel Leverend Vermogen (SLV). Deze waarden geven aan hoeveel zwavel beschikbaar komt in de bodem door mi- neralisatie. Op basis hiervan kan bepaald worden of het zinvol is om voor de eerste sneden zwavel bij te bemesten.
ACM bekijkt klachten rechtsongelijkheid KoeMonitor
KoeMonitor is dit jaar echt verplicht, maar toe- zichthouders hebben het laatste woord er nog niet over gezegd. De ACM studeert nog op klachten.
Brancheorganisatie ZuivelNL wil dat dit jaar definitief verder wordt gewerkt met borgings- systeem KoeMonitor. Alle Nederlandse melkveehouders moeten daarmee werken, zo hebben ook de zuivelbedrijven afgesproken. Toch lijkt het laatste woord er nog niet over gezegd, zelfs nu een aantal bedrijven bezig is de naleving van de afspraken
30
af te dwingen bij leveranciers. Er wordt gekort tot 8,56 cent per kilo melk, zo bevestigen boeren.
Ondertussen loopt nog een discussie met de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Want ACM heeft een uitgebreid dossier met klachten gekregen. Niet alleen over gebrek aan reële keuzevrijheid voor boeren om over te stappen (alleen aanvoercoöperatie Eko Holland werkt niet met KoeMonitor) en ook boetes en mogelijke melkweigering (want opgeno- men in de leveringsvoorwaar- den), maar ook over ongelijke behandeling. Voor wat betreft dit laatste geldt de verplichting tot deel-
Controle op diergezondheid is een van de onderdelen van KoeMonitor.
name aan KoeMonitor alleen voor Nederlandse melkveehou- ders en hun product. Zelfs bij zuivelbedrijven die leden/leve- ranciers hebben in meerdere landen. Geïmporteerde melk verdwijnt in de grote plas van
BOERDERIJ 106 — no. 20 (9 februari 2021)
hier verwerkte melk en krijgt een Nederlands stempel, maar valt niet onder de eisen van KoeMonitor, zo is de klacht. Naast de 13,8 miljard kilo Nederlandse melk die in 2019 werd aangevoerd, komt nog rond 1 miljard kilo buiten- landse melk, inclusief room, Nederland binnen, vooral uit Duitsland, maar ook uit België en Groot-Brittannië.
De klagende melkveehouders vragen zich af hoe het kan dat voor deze melk kennelijk ande- re eisen gelden dan voor hun melk. Over deze kwestie loopt nog een discussie. ZuivelNL zou half januari hierover met ACM spreken, maar dit gesprek is door de ACM uitgesteld.
FOTO: MICHEL VELDERMAN
FOTO: KOOS GROENEWOLD
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76