search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
FOTO: HENK RISWICK


ONDERNEMEN


THEMA MEST


Eind 2021 moet Brussel nieuw mestbeleid goedkeuren


ma (AP6) dat begon in 2018 en loopt tot eind dit jaar. Een van de meest ingrijpende maatregelen in het lopende AP6 is zonder twijfel de invoering van fosfaat- rechten per 1 januari 2018. Dat houdt de gemoederen en rechters nog steeds bezig. Fosfaatrechten waren het middel om de mestproductie van melkvee te beteuge- len. Inmiddels is de fosfaatproductie van melkvee fors gedaald. Voor stikstof ligt het anders, de mestproductie van melkvee bevatte in 2019 net geen 280 miljoen kilo stikstof. Dat is net iets minder dan het plafond voor melk- vee dat voor stikstof op 282 miljoen kilo ligt. Voor 2020 is nog niet duidelijk of het is gelukt om onder het sectorale stikstofplafond te blijven. Volgens de prognoses die elk kwartaal worden opgesteld, zou het net iets hoger zijn. In juni verschijnen de definitie- ve cijfers over de mestproduc- tie 2020.


Uitspoeling beperken op bouwland Een belangrijk doel van de nitraatrichtlijn is dat de hoeveelheid nitraat in oppervlakte- en grondwater niet hoger mag zijn dan 50 milligram per liter. Die norm wordt in de meeste gebieden gehaald volgens de weten- schappelijke onderbouwing van het beleid. Maar niet overal. Met name op bouwland op zuidelijke zand- en lössgrond is op meerdere meetpunten de norm nog niet gehaald. Tal van maatregelen zijn dan ook gericht op het beperken van uitspoeling met name voor de zogenoem- de uitspoelingsgevoelige gewassen. Dat gaat in de eerste plaats om de maisteelt, maar ook gewassen als aardap- pelen en vollegrondsgroenten.


In het AP6 zijn al tal van maatregelen gericht op deze teelten. Voorbeelden zijn de teelt van vanggewassen in mais, lagere stikstofgebruiksnormen voor mais en aard- appelen na het scheuren van grasland. Niet alle aange- kondigde maatregelen zijn doorgevoerd.


Onzekerheid over toekomstig mestbeleid


Demissionair landbouwminister Carola Schouten is in 2018 begonnen met een zo- genoemde herbezinning van het mestbeleid. Vanwege tegenvallende resultaten in sommi- ge gebieden, complexiteit en fraudegevoe- ligheid moest het mestbeleid op de schop. Na ruim twee jaar en heel veel overleg


werd de uitkomst gepresenteerd in de contouren voor nieuw mestbeleid: alle melkvee- en vleesveebedrijven moeten grondgebonden worden. Met eigen grond of via samenwerking met een akkerbouwer in de regio. Intensieve veehouderijbedrijven moeten kiezen: of alle mest afvoeren en ver-


10


werken, óf via samenwerkingsovereenkom- sten in de regio ook grondgebonden worden. De beperkte keuzemogelijkheid moet ervoor zorgen dat het stelsel minder fraudegevoelig wordt. Voor akkerbouwers zou het neerkomen op alleen aanvoeren van bewerkte mest of samenwerken met een veehouder in de buurt. Per gebied kan scherper beleid gelden om waterkwaliteitsdoelen te halen bijvoor- beeld als de nitraatnorm van 50 milligram nitraat per liter in het grondwater wordt overschreden. Deze gebiedsgerichte aanpak wordt overigens al vastgelegd in het mestbe-


leid vanaf 2022 (zevende actieprogramma nitraatrichtlijn). Belangenorganisaties als LTO en Cumela


reageerden uiterst kritisch op het document, net als de Tweede Kamer. De invoering van de plannen gaat in ieder geval veel tijd kos- ten. LNV verwacht dat de invoering van de volledige grondgebondenheid of volledige mestverwerking minstens tien jaar gaat duren. De contouren zijn ook nog heel vaag over belangrijke details, dat is aan een nieuw kabinet. Het is met de verkiezingen in zicht dus maar de vraag wat er uiteindelijk van terechtkomt.


Onderbouwde aanpassingen


Kritiek uit de sector over uitvoerbaarheid in de praktijk heeft soms effect en leidt tot aanpassing of een ruimere overgangsregeling. Dat geldt voor de dammetjesregels in de aardappelteelt, rijenbemesting in mais en invoe- ring van de gecombineerde indicator voor het bepalen van fosfaattoestand. Dat wil overigens niet zeggen dat dergelijke maatregelen dan helemaal van de baan zijn. Soms komt er zelfs iets voor terug, wat weer andere beperkingen oplevert. Zoals het melden van maisland op zand en löss in combinatie met een latere uitrijdatum. Dat heeft alles te maken met de afspraken die eerder zijn


BOERDERIJ 106 — no. 20 (9 februari 2021)


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76