ONDERNEMEN
THEMA MEST
INTERVIEW
NCM: Werken aan betere verwaarding mest
Het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding NCM is een samenwerking tussen overheden en agrarisch bedrijfsleven. Een belangrijke taak is het verzamelen en ver- spreiden van kennis over mestverwerking en -verwaarding. Verder is het NCM actief als coördinator en als opsteller van een landelijke onderzoeks- en innovatieagenda. Een van de projecten die onder de vlag van de NCM wordt uitge- voerd is de landelijke inventarisatie van mestverwerking en export. De NCM is een onafankelijke stichting met een bestuur en een raad van toezicht met vertegenwoordigers uit de landbouw, bedrijfsleven en overheid.
Schouten vorig jaar lanceerde. Nu is er druk in overschot- gebieden, dat wordt straks veel meer een evenwicht.”
Wel met veel meer en vooral andere mestverwerking dan nu. Dat is de kritiek van veehouders en akker- bouwers die daar helemaal niet op zitten te wachten. Bedrijven met een overschot zouden hun eigen grond niet meer met eigen mest kunnen bemesten. “Dat mensen boos worden als eigen mest niet op eigen grond zou kunnen snap ik ook, heel goed zelfs. Over het nieuwe beleid ga ik niet. Maar laten we in ieder geval met open vizier naar die visie kijken. Ja, er zijn beren op de weg, maar daar moeten we ook langs kunnen kijken. Voor de akkerbouw is het nog het meest onduidelijk, daar moet zeker nog naar gekeken worden. Wij schatten in dat er voor wel 700.000 hectare bouwland ruimte komt voor producten uit mestverwerking. En dus is de definitie van mestverwerking cruciaal, en die is nog niet bekend.”
‘Er moet weer perspectief komen, nu is
iedereen gegijzeld door onzekerheid’
Wat is de link tussen mestverwer- ken en klimaatopgaven waar u naar verwijst?
“Een van de klimaatdoelen is dat er in 2030 twee miljard kuub groen gas moet komen. Zonder mestvergisting is dat amper of niet te bereiken. Je kan al die opgaven die er zijn voor de landbou- wers, denk aan kringlopen, klimaat, stikstof, waterkwaliteit, dus niet los van elkaar zien, ook niet in het beleid. Er
moet weer perspectief komen, nu is iedereen gegijzeld door onzekerheid.”
Dan kom je op de vergunningen voor mestverwer- kingsinstallaties; nog steeds een moeizaam verhaal. “Vergunningen zijn een drama, nog steeds. Het is vrijwel overal een lang en duur traject, eisen veranderen soms tijdens de procedure en er is altijd gedoe in de buurt. In die zin zijn de Brabantse voorstellen voor een ande- re aanpak een goede stap. Er loopt onderzoek naar de wenselijkheid van verwerking, er wordt gekeken naar geschikte locaties in heel Brabant en daarna maken ge-
14
meenten en provincie samen afspraken. Ook dan zullen bezwaren niet te voorkomen zijn. Maar als de overheid mestverwerking gaat verplichten zal er ook medewer- king moeten komen om dat mogelijk te maken. Tegelijkertijd schept het ook verplichtingen voor de sector zelf, zorgen voor zo weinig mogelijk overlast. Dat begint met netjes werken en je houden aan afspraken. Doe je dat niet dan sta je sowieso al met 2-0 achter.”
Hoe doorbreek je die patstelling?
“Dat is heel moeilijk, maar begint met proactief mee- denken over oplossingen. De overheid zit echt te springen om mensen die meedenken. Het begint met het erkennen dat er een probleem is met bijvoorbeeld stikstof, direct gerelateerd aan mest. Maar ook dat er technische oplossingen zijn die perspectief bieden voor de boer. En dat soort oplossingen moeten een eerlij- ke kans krijgen. We hebben berekend dat technische maatregelen heel, heel veel beter en goedkoper zijn dan opkoopregelingen.”
Hoe gaat dat dan in de praktijk?
“Juist door meerdere doelen samen te brengen, en niet te blijven hangen in politiek geladen discussies van bui- tenaf. Daarvoor zijn we onlangs bijvoorbeeld gestart met het project ‘Betere stal, betere mest, betere oogst’ om dat uit te vinden en aan te tonen. Dat begint bij stalsys- temen voor emissiereductie. Dat heeft alleen zin als het niet teniet wordt gedaan in volgende stappen. De andere kant is kijken naar meer waarde uit mestverwerking, daar liggen echt kansen. Bijvoorbeeld om makkelijker kunstmestvervangers te maken waardoor een veehouder eerder grondgebonden is en veel minder transport van mest nodig is.
Mestverwerking, op de boerderij of centraal, is dan een cruciaal onderdeel van het hele traject. Als het goed is worden de kosten voor nieuwe stalsystemen die nodig zijn om de emissies te verlagen meer dan terugverdiend met betere opbrengsten van de mest. Er zijn voorbeel- den in het buitenland die dat al in de praktijk bewezen hebben. We moeten leren denken in oplossingen die verder gaan dan het eigen erf of het eigen product. Dat is de beste manier om verder te komen.”
BOERDERIJ 106 — no. 20 (9 februari 2021)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76