search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
888 | WEEK 26-27 27 JUNI 2018


“MIJN MOEDER EN VADER WAREN VOOR MIJ EEN ONMISBARE LEERSCHOOL” Spitsschipper Raymond Pius zet punt achter zijn lange carrière


MERKSEM De grote meerderheid van de spit- senschippers houdt – of het nu om Fransen, Belgen of Nederlanders gaat – van zijn of haar schip en beroep. Dat heeſt onderzoek in verschillende typische binnenvaartlan- den uitgewezen. “In het tijdperk van ‘tijd is geld’, waarin de spitsenvaart wordt gecon- fronteerd met een steeds moordendere con- currentie van het wegvervoer, proberen veel spitsenschippers overeind te blijven. Voor hen hoeſt het “grote geld” niet per se, nog afgezien van het feit dat dit voor hen moge- lijk zou zijn. Velen zijn al tevreden, wanneer ze - ondanks obstakels op velerlei terrein - op regelmatige basis aan de slag kunnen blijven, uit hun kosten kunnen geraken en toch zoveel kunnen overhouden dat zij er - al dan niet met hun gezin - redelijk van kun- nen leven”.


JAN SCHILS


Zo luidt de analyse van de Belg Raymond Pius (66), schipper en eigenaar van de spits ‘Avila’, die zowat alle wateren die bevaarbaar zijn in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland, heeſt bevaren. Pius komt uit een schippersfa- milie. Zijn grootvader, vader, moeder en broer brachten hun leven grotendeels door aan boord van een schip. Grootvader Pius voer met een Oud Waal schip, de andere familiele- den met een spits. Maar ondanks deze liefde voor hun vak, ver- toont het aantal spitsenschippers een dalende lijn. Succesverhalen over binnenschepen, die weer eens zoveel en zoveel vrachtwagens van de weg zullen halen of dat hebben gedaan, klinken als muziek in de oren. Helaas gaat het dan vooral om grotere schepen en niet (op en- kele uitzonderingen na) om spitsen.


Niet gemakkelijk Pius: ”Ik zal niet zeggen dat deze laatste cate- gorie van schepen tot verdwijnen gedoemd is, maar ze heeſt het niet gemakkelijk. Jongeren die ervan dromen spitsschipper te worden, botsen als ze wakker worden op de harde re- aliteit: banken staan niet te popelen hen met kredieten te hulp te komen, terwijl zij bij al- lerlei grote projecten (buiten de binnen- vaart) in de rij staan om daar wel geld, en zelfs veel geld in te steken. Wie als jongere er- van droomt om op een spits te gaan varen, kan dat alleen als ouders en familie finan- cieel een handje helpen. In de praktijk gebeurt dat ook veel, want als er een beroep is waar


solidariteit meer is dan een woord, dan is dat in de schipperswereld”.


Leerschool Pius doorliep vooraleer in 1973 op de Avila (bouwjaar 1964) terecht te komen de schip- persschool in Brussel. Zijn moeder en vader hadden elk een spits. Zo kwam het dat hij eerst een tijdje op de spits van zijn moeder ging varen en daarna op die van zijn vader: “In feite zijn zij het die mij het vak in de prak- tijk hebben geleerd. Dat is de beste en haast onmisbare leerschool. Ik leerde van hen van alles over het varen op kanalen en rivieren, de gevaren van stromingen en onderstromingen, over de kracht van de wind, over het varen door sluizen en al hetgeen daarmee gepaard gaat. Zaken die je je op de schippersschool al- leen in theorie eigen kunt maken. Waarom dacht je, dat er in de binnenvaart betrekkelijk veel on- gelukken gebeuren? Omdat wie slaagt op de schippersschool zonder praktijkerva- ring brokken dreigt te maken”.


Geen opvolger Dat het aantal spit- sen terugloopt, heeſt ook te maken met het feit dat schip- pers-eigenaars, die met pensioen gaan, dikwijls geen opvolger hebben. Dat is ook het geval met Raymond Pius: “Mijn twee zo- nen, Kevin en Bjorn, verkozen jaren geleden toen het slecht ging in de binnenvaart en zij daarin geen toekomstperspectief zagen, voor een baan aan de wal. Inmiddels ben ik ook met pensioen en heb ik besloten de Avila te verkopen. Elk bod vanaf 100.000 euro is wel- kom. Er zijn al kandidaat-kopers geweest. De een wilde van de Avila een woonschip maken. De andere kandidaat heeſt afgehaakt omdat de bank niet bereid was om financieel bij te springen”.


Niet van een leien dakje Voor Raymond Pius verliep ook niet alles van een leien dakje. Nog maar onlangs meldde hij zich in Zelzate bij het Bureau Veritas aan voor een keuring van zijn schip. Pius: “Ze slaagden erin om alles af te kammen, ook zaken die


15


Als er een beroep is waar solidariteit meer is dan een woord, dan is dat in de schipperswereld


Raymond Pius, schipper en eigenaar van de spits ‘Avila’.


tot nu nooit werden afgekeurd. Het ergste dat mijn overkwam was dat zij erover vielen dat de


Avila van voren geen aanvaringsschot heeſt. Vroeger werd dat niet gevraagd, maar nu plot- seling wel. Ik heb de keurder uitgelegd dat er geen plaats is voor alles om te bouwen. Het gevolg was dat ik geen attest kreeg, zodat ik niet meer op de Rijn mag varen. Dat vind ik wel verschrikkelijk erg. Ik geraakte in een de- pressie en kreeg er ook hartproblemen van. Wel heb ik gelukkig nog mijn communautair attest voor Nederland, België en Frankrijk”.


Waslijst Pius kreeg na de keuring door expert Johan Bekaert ook een zogeheten opmerkingslijst mee, een soort waslijst met een dertigtal te verbeteren of aan te brengen punten, waar- van hij inmiddels de meeste heeſt verricht of waarmee hij nog bezig is. De factuur die daar- mee gepaard gaat, loopt in de enkele duizen- den euro’s.


Ook moet plotseling zijn autokraan worden gekeurd, ook een nieuwe maatregel van de Vlaamse overheid. Kosten: 300 euro.


Pius: “Een nieuwe verplichting is ook de aan- schaf van een jetpomp met motor om water in het ruim te pompen als het schip moet zak- ken. Dat is totaal overbodig want dat gebeurt al sedert de bouw van het schip door een kraan open te zetten, waardoor het ruim vol loopt en het schip automatisch zakt…Om het water weg te pompen, is er al een pomp”.


Als de verkoop van de Avila achter de rug is, bent u dan niet bang in een zwart gat te val- len? Zult u ooit kunnen wennen aan de wal? Pius lacht en vertelt dan met enige trots, dat hij “op het water” zal blijven: “Ik heb een tjalk gekocht in Nederland met bouwjaar 1908, waarmee ik wel op de Rijn zal mogen varen. Dit schip van 18 meter bij 3.80 meter is totaal gerenoveerd. Als het eenmaal zover is, denk ik dat mijn eerste reis naar het Canal du Midi zal gaan, waar ik met mijn spits nooit ben ge- weest. Frankrijk was toch iets aparts”.


Pius heeſt zowat alle wateren die bevaarbaar zijn in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland bevaren.


“Inmiddels ben ik met pensioen en heb ik besloten de Avila te verkopen. Elk bod vanaf 100.000 euro is welkom”.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52