search.noResults

search.searching

dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
dan moet deze zo klein en licht mogelijk te zijn, zodat de persoon weinig tot geen last ondervindt van het instrument. Indien de primaire functie echter lekdetectie betreft, dan is een instrument met een elektrische monsternamepomp aan te raden. Door de pomp reageert het instrument sneller en kan een dunne meetsonde worden ge- bruikt waarmee de locatie van een lek beter kan worden vastgesteld.


een 10,6 eV lamp met een voorzetfi lter naar 10,0 eV verdient voorkeur boven het gebruik van een 9,8 eV lamp. De reden hiervoor is de langere levensduur, hogere stabiliteit en lagere kosten van de 10,6 eV lamp t.o.v. de 9,8 eV variant. Daarnaast maakt een sensor met 10,0 eV het mogelijk alle aromaten te detecteren.


lamp gemakkelijk gemeten worden. Omdat benzeen echter vrijwel altijd een onderdeel is van een cocktail met andere stoff en, kan het gebruik van een 10,0 eV of 9,8 eV sensor uitkomst bieden. Hiermee is de sensor selec- tiever en reageert deze niet op componen- ten die de meting van PAK’s ongewenst be- invloeden, zoals H2


S en NH3 . Het gebruik van


BTEX detectie We hebben vastgesteld dat het gebruik van een PID-sensor met een 10,0 eV lamp een goede oplossing biedt voor het meten van BTEX, maar er spelen nog andere factoren bij de keuze van een instrument. Het meetbe- reik, de nauwkeurigheid en vooral de klein- ste meeteenheid (resolutie) zijn belangrijk. Benzeen is het meest toxische lid van de BTEX familie. De wettelijke grenswaarde voor benzeen is in 2017 aangepast van 1 ppm (3,25 mg/m3


) naar 0,2 ppm (0,7 mg/m3 ).


Om deze grenswaarde goed te kunnen me- ten is een instrument met een resolutie van tenminste 0,01 ppm nodig. Een ander punt van aandacht is vocht. Bij een hoge lucht- vochtigheid kan de meetwaarde van een PID-sensor ernstig afwijken.


25


Er dient een eff ectieve oplossing te worden geboden waarbij de voorkeur uitgaat naar het elimineren van de invloed van vocht in plaats van het aanpassen van de meetwaar- de naar aanleiding van het vochtgehalte.


Houd ook rekening met de toepassing van de meting. Indien het een draagbaar instru- ment betreft voor persoonlijke veiligheid


Ook vaste gasdetectie is beschikbaar met en zonder monsternamepomp. Een pomp maakt het mogelijk om gasmonsters te nemen uit lastig toegankelijke ruimten, maar vergt ook iets meer onderhoud. In- dien vaste gasdetectoren in de buitenlucht worden toegepast, zoals op raffi naderijen en booreilanden, dan is het belangrijk dat deze goed blijven werken in extreme weersomstandigheden. In dit geval wordt de PID-sensor wellicht niet alleen blootge- steld aan een hoge luchtvochtigheid, maar zelfs aan condenserend vocht. Hier moet een goede oplossing voor worden geboden. Indien een benzeen-specifi eke meting is gewenst zijn er gespecialiseerde oplossingen beschikbaar in de vorm van een draagbaar toestel en een stationair model.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48