Uw mening
geen haatdragend volk. Woorden van de president van Indonesië luidden dan ook: we zijn gelijkwaardig. Hij ging niet op de woorden van onze koning in. En zo is het, de woorden die de koning uitsprak zijn teleurstellend, verdrietig en onterecht. Dat het ons zweet, bloed en tranen heeft gekost en bovenal onze gesneuvelde vrienden die daar geble- ven zijn, blijkbaar is dat van minder belang. Mensen gered uit de kampen en de bevolking rust gegeven is men ver- geten. Voor de zoveelste keer heeft men ons in verkeerd daglicht gezet. Terwijl je je leven gaf voor het goede doel: vre- de brengen. En dat gaf voldoening. Als een van de laatste strijders, van 1946 tot en met 1948, was dat mijn deel. Als er al excuus had moeten worden aangeboden voor misdragingen, dan had de koning het wetenschappelijk on- derzoek wat nu gedaan wordt, moeten afwachten. Nog vorig jaar werd ik bij een provin- ciale herdenking door een aanwezige dame bedankt, dat we haar uit een kamp bevrijd hadden!
SIMON CORBIJN 2-14 RI (BATALJON ZEELAND)
Excuses koning (2)
In CP08 stond een artikel over het onderzoek dekolonisatie Nederlands- Indië. Het Veteraneninstituut heeft hieraan medewerking verleend/ toegezegd. Daarbij werd gesteld, dat ‘het een historisch onderzoek betreft en niet het vellen van allerlei morele oor- delen’. Maar ook wordt gesteld, dat het omvangrijke onderzoek als aanleiding heeft de rechtszaken van Indonesische slachtoff ers en een reeks recente publi- caties. Gevaarlijk uitgangspunten, die toch weer zouden kunnen leiden tot het vellen van morele oordelen. Voeg daaraan toe de in maart j.l. door de koning in Indonesië aangeboden spijt van, en excuses voor, het buiten- sporige geweld van Nederlandse zijde in de periode 1945/49 en de eerste mo- rele oordelen zijn dan toch geveld . Er kunnen dus nu al vraagtekens worden gezet bij het verdere nut van bovenge-
noemd onderzoek. In de desbetreff ende toespraak is ook nadrukkelijk gezegd, dat een en ander weloverwogen is gedaan. De Indonesische autoriteiten hebben in de afgelopen jaren voldoende blijk gegeven van het feit, het verleden te willen laten rusten. Dit is ook nog eens bevestigd door de president in zijn ant- woord op de toespraak van de koning waarin de president stelde lessen uit het verleden te trekken en de blik op de toekomst te richten. Het kan niet voldoende worden bena- drukt dat het voornaamste doel van de inzet van onze militairen bestond uit het bereiken van orde en vrede in de archipel, in eerste instantie gericht op de bescherming van de ongeveer 300.000 weerloze, na de capitulatie van Japan in 1945 in dodelijk gevaar verkerende Nederlanders binnen en buiten de Japanse kampen. Zij waren overgeleverd aan de grillen van de door de Japanners opgeleide en opge- hitste inheemse jongeren: Azië voor de Aziaten! Men schat dat van die groep Nederlanders alleen al in de periode 1945/49, 20.000 gewelddadig zijn omgekomen. Het toen heersende ge- zagsvacuüm was ontstaan door het in- adequate optreden en de tegenwerking van de Engelsen, die in eerste instantie door de geallieerde leiding waren belast met de bezetting van Indië. In een televisieprogramma einde vorig jaar werd een aantal hoogbejaarde Indiëveteranen ondervraagd over hun beleving van die traumatische periode. Ondanks het nadrukkelijke aandringen van de interviewer lieten de meesten zich geen schuldcomplex aanpraten en maakten duidelijk nog steeds geen probleem te hebben bij de keuze hij of ik, bij het geweld van beide zijden. Hulde aan al de mannen, die met de bekende Nederlandse nuchtere aanpak hebben gezorgd dat een groot deel van de Nederlanders in Indië, waaronder ikzelf, kon worden gerepatrieerd. Hulde ook aan de KNIL-eenheden, waaronder veel Molukkers, en aan de NICA- organisatie, die vóór de komst van de troepen uit Nederland op zeer dappere wijze de Nederlanders in en buiten de Japanse kampen en andere groepen hebben verdedigd tegen de moordende bendes. Dat, zoals ter inleiding van uw ar-
tikel wordt gesteld, het excessieve Nederlandse geweld in Indië al de- cennia lang een open zenuw in onze samenleving zou vormen meen ik te moeten tegenspreken. Het betreft voornamelijk een jarenlange hetze van elementen in onze samenleving, die nu openlijk hun invloed doen gelden maar ook, gedreven door dezelfde negatieve doelen, in de jaren veertig niets hebben nagelaten om anoniem het moreel van het thuisfront te breken. Familieleden van in Indië gesneuvelde militairen kregen berichten met hij heeft zijn ver- diende loon, of op vervalst papier van het toenmalige Ministerie van Oorlog gefi ngeerde overlijdensberichten. Bovendien ontvingen de dienstplichtige militairen in Indië een rondschrijven van de regering dat Nederland vol was, er wellicht geen plaats voor ze zou zijn en of het niet beter was, emigratie te overwegen. Als klap op de vuurpijl wer- den in Nederland teruggekeerde mili- tairen uitgemaakt voor moordenaars. Ondanks die negatieve factoren bleven onze jongens zich onvoorwaardelijk inzetten.
MR. R. RUBAY BOUMAN, KMR NIEUW-GUINEAVETERAAN, 1956/57
Excuses koning (3)
• Het infanteriebataljon in Srebrenica voerde daar een (onmogelijke) taak uit in opdracht van de Verenigde Naties. • In coalitieverband ter bestrijding van IS bombardeerden gevechtsvliegtuigen een bewezen IS-doel. • Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Nederlands-Indië pasten beide partij- en excessief geweld toe.
Al deze inzetten kunnen worden ge- typeerd met oorlogsomstandigheden. Het mag niet verwonderen dat daar rake klappen vallen met ongewilde neveneff ecten. Daarom moet dat aspect worden ingecalculeerd bij de besluit- vorming tot deelname en achteraf niet worden geëxcuseerd. Tenzij er oorlogs- misdaden zijn gepleegd. In alle genoemde gevallen werden door de Nederlandse staat excuses aangebo-
65
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60 |
Page 61 |
Page 62 |
Page 63 |
Page 64 |
Page 65 |
Page 66 |
Page 67 |
Page 68 |
Page 69 |
Page 70 |
Page 71 |
Page 72 |
Page 73 |
Page 74 |
Page 75 |
Page 76