search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
54


Ooggetuige


(UNPROFOR). Hoewel er natuurlijk van alles mis was met de opdracht, was voor mij op dat moment duidelijk waarom ik dit werk deed. Alle stukjes vielen in 1992 op hun plaats.’ Mulder en zijn collega’s waren als een van de eersten in voormalig Joegoslavië. Zijn opdracht was: probeer zoveel mogelijk lokale ver- bindingen te organiseren, omdat de meegekregen satellietverbindingen erg kostbaar waren. Ik organiseerde onder meer een kleine veldcentrale met vier telefoonlijnen, tussen Zagreb en Belgrado. Het had een diploma- tieke rel kunnen worden, maar ik vond het een goed idee om ’s avonds als het rustig was, mensen te laten bellen. Het waren de vertalers, schoonma- kers en de klusjesmannen die bij ons rondliepen. Soms hadden ze hun familieleden al jaren niet gesproken. Ik was ervan overtuigd dat ik daarmee mensen hielp.’


Belangrijke taak De humanitaire hulp werd een rode draad door het werk van Mulder. Zo berichtte Elsevier in juni 1992 over zijn zoektocht naar de ouders van Petar, het hoofd van de PTT in Osijek, een zwaar beschadigd stadje in Kroatië. ‘Het zijn kleine acties, maar op persoonlijk niveau maken ze een groot verschil.’ Zo herinnert Mulder zich nog een voorval, nu met de directeur van de PTT in Servië: ‘Hij en zijn vrouw konden geen kinderen krijgen. Ze moesten hun kinderwens opgeven omdat de vruchtbaarheidsmedicijnen niet meer verkrijgbaar waren. Later die week raakte ik aan de praat met een Kroatische legerarts. Ik vertelde over deze mensen en vroeg of hij de juiste medicijnen had. Hij moest lachen, want die had hij natuurlijk niet in zijn medicijnkastje. Maar hij was bereidwillig en zei dat hij zou kijken wat hij kon doen. Een week later was het geregeld.’ Deze voorvallen lieten Mulder inzien dat zijn werk ertoe deed. ‘Sinds die missie heb ik nooit meer getwijfeld of kerk en kazerne met elkaar te


verenigen valt. Ik heb gezien dat niemand oorlog wil (met een enkele uitzondering) en dat mensen goed zijn. En dat wij als Defensie de belang- rijke taak hebben om mensen te helpen. Ik zag met eigen ogen dat we een bijdrage kunnen leveren. Hoe klein of groot dan ook.’


‘ Het zijn kleine acties, maar ze maken een groot verschil’


Toen zijn missie erop zat, kwam Mulder te werken in het Defensie Crisis Beheersings Centrum, ook wel liefkozend de bunker genoemd. Daarna vertrok hij voor ruim tien jaar naar de NAVO in Brussel aanvankelijk als luitenant-kolonel. Hij hield zich voornamelijk bezig met crisisbeheer- singsoefeningen en vredesmissies. ‘Het was een leerzame tijd, de complexe materie van geschiedenis, belangen, escalatie.’ Na vijf jaar moest hij met flo (‘verschrikkelijk!’), maar gelukkig mocht hij nog zes jaar blijven als burgerconsultant.


Internationale solidariteit In 2013 was het toch tijd om te stoppen. Maar dat bleek zo makkelijk nog niet voor bezige bij Mulder. Gelukkig vond hij een nieuwe uitdaging: de Eduardo Frei Foundation. Deze organisatie helpt politiek onderdrukte landen kennis- maken met democratie. Als trainer zet Mulder zich in voor internationale solidariteit. ‘Ik reis af naar landen als Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië en Marokko om daar met geëngageerde jongeren in gesprek te gaan over democratie, leiderschap, crisisbeheer- sing en onderhandelen.’ Die discussies blijven hem energie geven. ‘Het is nadrukkelijk niet mijn idee dat ik les wil geven. Ik wil met de mensen in de zaal in gesprek. Het is mooi dat mogelijk de toekomstige leiders open met elkaar in gesprek gaan om zo uit te vinden


wat hun verwachtingen zijn en dat het besef groeit dat ze zelf allemaal hun bijdrage kunnen leveren.’ De deelnemers staan allemaal te trappelen om de situatie in hun land te verbeteren. ‘Ik ga ze niet vertellen hoe het moet, sterker nog: ik heb er moeite mee om democratie als grote oplossing te verkopen. Maar ik kan ze wel bijstaan om ze bewust te laten kijken naar de toestand van hun land en wat er moet veranderen. En ik zie successen.’ Mulder haalt veel voldoening uit de discussies die hij voert met deze groepen. ‘Het is een verademing om te zien met hoeveel energie en verve deze jongelui kansen pakken en moge- lijkheden zien voor de toekomst.’ In voormalig Joegoslavië leerde Mulder dat militairen er niet alleen zijn voor oorlog. ‘Maar we kunnen ook vrede brengen. Dat heeft het besef ook doen groeien dat ik – ondanks mijn eigen aanvankelijke aversie – voorstander ben van de dienstplicht. Het idee dat je een bijdrage kan leveren aan het ontstaan van een stabielere situatie is belangrijk. Want laten we de humanitaire kant van het defensiewerk niet onderschatten. En dat is waar ik me altijd op gefocust heb. En daarmee verdween mijn innerlijk conflict tussen kerk en kazerne: het kan goed naast elkaar bestaan. Sterker nog, het is mijn levenswerk geworden.’


OV Jan Mulder ER


Jan Mulder (68) ging in 1972 in militaire dienst. Van 1983 tot 1996 werkte hij als compagniescom- mandant van vijf verschillende verbindingseenheden. In 1992 nam hij deel aan UNPROFOR. Na te- rugkeer werkte hij voor het DCBC (het huidige DOC). In zijn vrije tijd volgde hij de studie psychologische operaties. Van 2002 tot 2013 werkte hij voor de NAVO (Brussel) als ex- pert crisisbeheersingsoperaties. Na zijn pensioen werkt hij onder meer voor de Eduardo Frei Foundation.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76