search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
36


Drie Indiëveteranen over hét onderzoek


Gemengde gevoelens


Wat vinden Indiëveteranen zelf van het onderzoek naar het gebruik van extreem geweld aan Nederlandse zijde tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië, tussen 1945–1950. Checkpoint vroeg het Gerard van der Lee, Goos Blok en Ad Jansen.


Tekst Else de Jonge Fotografi e NIMH


De dochter van Gerard van der Lee kwam op een dag halverwege de jaren zeventig thuis van school met een vraag. Of papa ook zo’n SS’er was geweest in Nederlands-Indië. ‘Ik was verbluft,’ zegt Van der Lee. ‘Ik sprak maar zelden over mijn Indiëverleden. Was dit wat mijn kind erover te horen kreeg op school?’ Bij de schooldirectie pleitte hij, met succes, voor andere, genuanceerdere lesstof. ‘Ik ben naar Indië gegaan met de de-


D


cemberrede van koningin Wilhelmina in mijn hoofd’, vertelt Van der Lee. Hij doelt op de historische toespraak die de toenmalige koningin op 7 december 1942 uitsprak via radio Oranje. Daarin zinspeelde ze op toekomstige zelfstan- digheid van de Nederlandse koloniën. ‘Onze militaire inzet was rust en orde herstellen en het land helpen bij de wederopbouw, zodat het uiteindelijk zelfstandigheid kon krijgen, in een of andere vorm. In de chaos en rech- teloosheid die er heersten kon dat alleen met militaire kracht.’ Ja, ook zijn peloton heeft incidenteel geweld gebruikt, maar dat werd, zegt Van der Lee, nooit ingezet om moedwillig men- sen te doden of te schaden. ‘We reden of liepen patrouilles, maakten wegen vrij van hindernissen en hinderlagen, begeleidden konvooien en transporteer- den gewonden. We werden geregeld belaagd. Je leefde 24 uur per dag onder hoogspanning.’


Veroordeling De 92-jarige veteraan is sceptisch over het onderzoek Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in


Indonesië, 1945–1950. Met name de nagenoeg exclusieve gerichtheid op door onder Nederlandse vlag strijdende militairen gepleegd geweld, baart hem zorgen. ‘Toen wij in 1950 aankwamen in de haven van Amsterdam, was er “moordenaars” op de kademuren gekalkt. Jonge mannen die na vijf jaar oorlog naar de andere kant van de we- reld getrokken waren om daar hun bur- gerplichten te vervullen, hebben voor zover ze nog leven al zeventig jaar lang te maken met morele veroordeling. Ik ben bang dat dit onderzoek dat alleen maar zal versterken. In dit bijzondere herdenkingsjaar zou het voor hen en hun nageslacht juist passend zijn deze mannen eerherstel te geven en hen alsnog te bedanken voor hun inzet.’ Het stelt hem niet gerust dat de onder- zoekers zich focussen op de dynamiek van het geweld en dat eventuele geweldsdaden beschreven worden tegen de achtergrond van de chaotische politieke situatie toen: het machtsva-


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76