search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
28


Essay


verwacht. Geweldsincidenten worden breed uitgemeten. Niet dat het primaat van de politiek bij Nederlandse mili- tairen ter discussie staat. Integendeel. Maar soms ergeren militairen zich aan de ‘onwetendheid’ en bemoeizucht van politiek en burgers. Kortom, het is lastiger geworden voor samenleving en militairen om elkaar te snappen: de tweede paradox.


gewoon beroep. Een Amerikaanse veteraan wond er geen doekjes om: ‘Ik mis het vechten, omdat het zo authentiek is. Geen flauwekul. Geen grijze gebieden. Geen twijfel, geen nutteloze vragen. Vechten of niet vechten. Leven en dood. Kameraden en vijanden.’ Oké, misschien geen pareltje van genuanceerde expressie. Maar veel militairen zullen dit herkennen: op missie geen gezeur over bankaf- schriften en weekendboodschappen. Wél de zekerheid van kameraadschap die alles overstijgt. En van de spanning, die verslavend kan zijn. Out of the box denken, improviseren, initiatief nemen. Het is de essentie van het militaire vak. Van hun kant eisen militairen een werkgever die actief voor ze opkomt. Logisch, het gaat immers nogal ergens over: gezondheid en risico’s. Niet voor niets reageren militairen extra geprikkeld als hun werkgever


3


Heet en koud Ten slotte de derde ingebakken tegenstrij-


digheid. Op missie proeven militairen aan een professioneel gevoel dat haast versla- vend is. Als gezegd, het militaire vak is geen


elkaar soms lastig


steken laat vallen, zoals bij de chroom 6-kwestie (giftige verf) of de vuilverbranding (burn pits) in Afghanistan. En dan raken we vanzelf aan die derde paradox. Zijn defensieapparaten überhaupt in staat om aan die basale vraag van hun krijgers te voldoen? Een vraag die eigenlijk al eeuwen speelt. De krijgsmacht is een zichzelf selecte- rende en stugge organisatie: loyaal, hiërarchisch en nog steeds overwegend heteroseksueel. Een log systeem van professionele waardering uitgedrukt in rangen en onder- scheidingen. Kameraden op het slagveld zijn bij terugkeer weer gewoon collega’s en concurrenten voor diezelfde baan. De ‘hete’ gevechtskant van de defensieorganisatie botst voortdurend met de ‘koude’ kant: de bureaucratie. Met die laatste kant heeft de krijger al helemaal niets op. De spullen die hij nodig heeft voor zijn gevaarlijke werk, die moeten er gewoon zijn. En die houding versterkt dan weer – in een vicieuze cirkel – de neiging om bureaucratische bottlenecks te lijf te gaan met nóg meer bureaucratie: de spreekwoordelijke ‘regelkramp’ en de wereld van onbegrij- pelijke ‘fantoomregels’. Inspraak? Prima. Tegenspraak? Onverstandig.


Oplosbaar? Zijn deze paradoxen oplosbaar? Haast niet, zo lijkt het.


Sommige karaktereigenschappen die op het slagveld effect sorteren zijn terug in de negen-tot-vijfwereld lastig. In een ideale wereld verenigt de militair beide werelden in zich. Krijger én kruidenier. Het type blanke pit én blanke bolster. Misschien een soort luitenant-kolonel Gijs Tuinman, die na Marco Kroon met een Militaire Willems-Orde werd onderscheiden. Het type ogenschijnlijk ideale schoonzoon, over wie de Volkskrant in 2014 schreef: ‘Een intelligente killing machine vermomd als knuffelbeest. Niet al te groot, het puppyvet nog altijd een beetje op de wangen.’ Tja, stem dáár je wervingscampagne maar eens op af.


Militairen en burgers snappen


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75  |  Page 76