search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
De Stichting Vrienden van het Tandheelkundig Erfgoed (SVTE) is in 1992 opgericht toen het Tandheelkundig Instituut te Utrecht zijn deuren sloot en de daartoe behorende studiecollectie elders moest worden ondergebracht. Deze collectie, deels eigendom van de KNMT, geeft een uniek inzicht in de ontwikkeling van de tandheelkunde en is één van de meest diverse ter wereld. De SVTE stelt zich tot doel het tandheelkundig erfgoed onder de aandacht te brengen en draagt fi nancieel bij aan het behoud ervan. Wilt u hier ook aan bijdragen, kijk dan op www.svte.nl.


Reina de Raat


Deze klosprothese komt uit de nalaten- schap van de lector prothetische tand- heelkunde mejuff rouw J.G. Schuiringa. Zij was tussen 1921 en 1957 verantwoor- delijk voor de Tandheelkundige Chirur- gische Prothetiek in het Tandheelkun- dig Instituut te Utrecht. De eigenaar van deze prothese had een verkregen defect veroorzaakt door tuberculose of een ma- ligniteit. Een vroege beschrijving van een oplossing voor een dergelijk laat verkregen palatumdefect werd opgete- kend door Petrus Camper (1722-1789), hoogleraar Anatomie in Groningen. Ene Johannis Beck had zelf een manier be- dacht om zijn afgestorven neus te ver- vangen en zijn palatumdefect te dichten. Hij vervaardigde een neus van licht lin- dehout die beschilderd werd in de huid- kleur. Het gat tussen neus en mondholte werd gevuld met een spons die weer werd vastgemaakt aan een stukje kalfs- leer met daaraan een huig van schild- padschubben. Camper voegde aan zijn beschrijving nog wel toe dat de spons en het leer een onaangename geur verkre- gen, maar dat deze met zeer geringe kos- ten vernieuwd konden worden. Gelijk met de opkomende professionali-


sering van de tandheelkunde werden er tegen het einde van de negentiende eeuw meer casus als deze beschreven. A.A.H. Hamer DDS (1867-1946) gaf in een artikel uit 1896 aan welke moeilijk- heden het maken van een afdruk bij een groot defect met zich meebracht en hoe hij dit oploste: door het defect eerst op te vullen met een zachte oplossing, werd daarna op ‘de gewone wijze’ een afdruk genomen. Hij zag zijn moeite beloond met een prothese waarmee de patiënt kon spreken en kauwen. Ook Schuiringa heeft zich in haar werk- zame leven sterk gemaakt voor functie- herstel. Zij deed dit met verve en zeer veel aandacht voor de patiënt. Het ma- ken van dergelijke prothese vereiste niet alleen een grote handvaardigheid maar ook een zeker creativiteit. Net als bij een kunstenaar was ook toen het ene kunst- werk meer geslaagd dan het andere. De hele geschiedenis ligt verscholen in deze prothese: zij vertelt niet alleen wat over de ontwikkelingen binnen de pro- thetiek, maar zij staat ook symbool voor ernstig lijden en verdriet, waardoor de toeschouwer het verleden ook kan erva- ren. NT


45 NT


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52