De mondzorg in 2030
DE VISIE VAN DE NVMKA
Hoe ziet de mondzorg eruit in 2030? In een serie
interviews laat het NT de wetenschappelijke verenigingen hierover aan het woord. Voorzitter Jeroen Fennis van
de Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA) ziet de komende jaren
veel innovatie in het vak van mka-chirurg. TEKST: KAREL GOSSELINK // BEELD: ROB TER BEKKE
1 Over tien jaar is de
32 NT
patiënten in Nederland ingeburgerd. “De naam van ons specialisme luidt alweer twin- tig jaar mka-chirurgie. De formele beroepstitel is echter nog steeds kaakchirurg, wat een heel krachtige term is waarvan bijna iedereen weet wat die inhoudt. Formeel juridisch gezien is kaak- chirurg nog steeds de beschermde titel. Tegelij- kertijd zien we dat de term mka-chirurgie bin- nen de mondzorg vanzelfsprekend is geworden en dat de meeste specialisten zich in hun interne en externe communicatie mka-chirurg noemen. Ons specialisme is continue in ontwikkeling en de naamgeving volgt hierop. Zo’n twintig jaar ge- leden werd er op sommige opleidingen tandheel- kunde nog gesproken van mondheelkunde, een term van zo’n zeventig jaar geleden. Maar dat is in de loop der jaren ook weer veranderd in kaak- chirurgie en dat zal ook met mka-chirurgie ge- beuren. Ik denk dat onze patiënten daar oog voor hebben en zij ook geleidelijk over mka-chirurg zullen spreken. Maar het is wel een kwestie van lange adem.”
term mka-chirurg bij
patiënt moet verwijzen naar een MKA-chirurg. “Dat is nu ook al het geval. Als we kijken hoe de verwijsstro- men lopen, is onze indruk dat de tandarts in het algemeen uitstekend weet wanneer er wel of niet verwezen moet wor- den, en dat geldt ook voor de huisarts. En daar waar twijfel bestaat, is altijd overleg mogelijk. Het is belangrijk om je te realiseren dat de mka-chirurg een tweedelijns zorgaanbie- der is met een ‘ultimum refugium-functie’. Dat betekent dat we hulp moeten bieden als een verwijzer om bijstand vraagt. In eerste instantie probeert de eerste lijn het zelf op te los- sen. Pas als men er daar niet uitkomt, kan verticaal worden verwezen. Achteraf zie je maar heel zelden dat een verwij- zing op onterechte gronden heeft plaatsgevonden.”
2 In 2030 weet elke tandarts wanneer hij wel of niet een
de mka-chirurg over. “Dat zou mooi zijn! We zien binnen ons specialisme enorm
3 Robots nemen over tien jaar een groot deel van het werk van
veel innovatie. Denk aan virtuele 3D-planningen en navi- gatie, geprinte boor- en zaagmallen en patiënt specifi c im- plants (psi’s) die we bij orthognatische, oncologische en re- constructieve chirurgie gebruiken. We zijn ook aan het be- kijken hoe we artifi ciële intelligentie en ‘deep learning’ (een
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52