search.noResults

search.searching

saml.title
dataCollection.invalidEmail
note.createNoteMessage

search.noResults

search.searching

orderForm.title

orderForm.productCode
orderForm.description
orderForm.quantity
orderForm.itemPrice
orderForm.price
orderForm.totalPrice
orderForm.deliveryDetails.billingAddress
orderForm.deliveryDetails.deliveryAddress
orderForm.noItems
DAGBOEK VAN EEN TANDARTS


Bente van Leeuwen (29) werkt sinds vijf jaar als tandarts. Ze houdt van fotograferen, cactussen en haar patiënten (meestal)


ZATERDAG 4 NT


“Kan ik vanavond even met je pra- ten?” vroeg Mark. Als iemand dat zegt weet je: dit wordt geen leuk gesprek. Na het werk kwam hij naar mijn huis. “Wil je koffi e?” vroeg ik. Het voelde alsof hij een vage beken- de was in plaats van de man van wie ik weet welke kleur boxers hij draagt. We gingen op de bank zitten en uit nervositeit kletste ik over een patiënt die ik vandaag in de stoel had. Een man van een jaar of 45 die zo bang was voor de tandarts dat hij in geen vijftien jaar was geweest. “En het enige dat hij had was tandsteen. Ongeloof- lijk toch?” Mark haalde zijn schouders op. “Misschien goed speeksel.” Daar- na was het zo stil dat we de regen tegen de ramen hoorden tikken. Toen schraapte hij zijn keel en zei: “Ik heb het idee dat we niet hetzelf- de van deze relatie verwachten.” Ik onderbrak hem: “Dat ik niet wil trouwen, wil nog niet zeggen dat ik niet van jou…” Hij hief zijn hand op. “Laat me


even uitpraten. Ik heb het idee: het is er of het is er niet. Ik geloof niet dat liefde moet groeien of je er aan toe moet zijn. Op een ge- geven moment weet je: met deze persoon waag ik de sprong. Jij heb dat gevoel nu eenmaal niet bij mij en ik heb geen zin om een relatie te hebben met iemand die er niet helemaal voor gaat.” Bij elk woord verkreukelde hij mijn hart een beetje meer. Maar wat kon ik doen? Het sloeg nergens op


‘En het enige dat hij had was tandsteen. Ongeloofl ijk toch?’


om te zeggen: Ja Mark, ik wil wel trouwen, een huis kopen en dan kinderen. Want dat wil ik niet, of in elk geval niet nu. Met een verdrietige blik keek hij me aan. Toen legde hij mijn sleutels op tafel, en zei; “Dan ga ik maar.” Nog een kus op mijn voorhoofd en weg was hij. En toen stortte ik in.


DINSDAG


Elke dag voelt als zwemmen door pannenkoekbeslag. Op de praktijk weten ze allemaal dat Mark en ik uit elkaar zijn. Liefdesverdriet is nu eenmaal lastig te verbergen als je rondloopt met rood opgezwollen ogen. Vooral de dagen dat Mark hier werkt zijn stomvervelend. Niet alleen omdat hij alles doet om mij te ontlopen, maar ook omdat iedereen ons in de gaten houdt. Na een lange vermoeiende dag komt Annewil, de praktijkbeheerder, naar me toe. “Kan ik even met je praten?” O nee, weer een slecht nieuws gesprek. Ik neem de kop thee van haar aan en denk: kom maar door met je effi ciëntie, agendabeheer en kostenplaatje. Tot mijn verba− zing zegt ze: “Ach meid, wat heb jij een rottijd. En daarom dacht ik: moet je er niet een poosje tussen− uit? Neem lekker een week of twee vrij.” NT


Tekst: Maartje Fleur Beeld: Joost Reijmers


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52