Radboudumc. Hieruit zijn de twee celpopulaties geïsoleerd: SVF & ADMSCs. Met behulp van het aanhechtingspercen- tage voor beide celpopulaties, is de celzaaidichtheid genor- maliseerd. SVF & ADMSCs zijn vervolgens in vitro in kweek gebracht in zowel een medium dat osteogene differentiatie stimuleert als een controle medium. Deze celkweek is uitge- voerd in schaaltjes waarin de cellen tweedimensionaal op de bodem groeiden, waarbij het medium twee keer per week ver- verst is. De cellen zijn 28 dagen lang gekweekt, waarbij er metingen zijn uitgevoerd op dag 7, 14, 21 en 28. Op deze vier tijdspunten werd voor beide celpopulaties de mate van proli- feratie (op basis van aanwezig DNA), differentiatie (op basis van de alkaline fosfatase activiteit), en mineralisatie (op ba- sis van aanwezig calcium) bepaald. De opgetreden minera- lisatie is aan de hand van een Alizerine roodkleuring visu- eel gemaakt. De verkregen kwantitatieve waarden zijn statis- tisch geanalyseerd met behulp van een paired samples t-test, uitgevoerd in GraphPad Prism 5.03. De data van donor mat- ched SVF & ADMSCs werd binnen deze analyse met elkaar vergeleken, waarbij een significantieniveau van p < 0.05 werd gehanteerd.
RESULTATEN Onze data laten zien dat het percentage aangehechte cellen
binnen de ADMSC-groep groter is, dan dat dit percentage is voor SVF. Binnen deze kweek laten zowel SVF als ADMSCs een vergelijkbare toename van proliferatie zien, wat inhoudt dat het DNA van beide groepen ongeveer evenveel is ver- meerderd. De differentiatie van beide celpopulaties is geba- seerd op de alkalinefosfatase-activiteit die de aanwezigheid van osteoblasten indiceert. Hierbinnen is geen significant verschil zichtbaar waaruit we conclusies zouden kunnen trekken over de bruikbaarheid van SVF dan wel ADMSCs. Maar wanneer we kijken naar de mineralisatie, die direct ge- linkt is aan het proces van osteogene differentiatie, zien we wel een significant verschil (figuur 1*). De mineralisatiegraad van SVF is hoger dan die van ADMSCs, wat zichtbaar maakt dat SVF duidelijk een groter osteogeen differentiërend ver- mogen heeft.
DISCUSSIE Uit ons onderzoek is gebleken dat SVF een groter vermogen
heeft om osteogene differentiatie te ondergaan dan ADM- SCs. Onduidelijk blijft echter waardoor het significante ver- schil dat waarneembaar was veroorzaakt werd. Een verkla- ring voor dit verschil zou kunnen zijn dat de heterogene sa- menstelling van SVF, in tegenstelling tot de homogene sa-
menstelling van ADMSCs, meerdere celtypen bevat die een stimulerende werking uitoefende op de stamcellen. Om deze theorie te bevestigen zou er meer onderzoek gedaan moe- ten worden naar dit verschijnsel. Daarnaast hebben eerdere studies met betrekking tot stamceltherapie bij dieren aan- getoond dat de cellen die bij deze experimenten worden ge- bruikt, vaak al snel na het inbrengen op de plaats van het defect in het bot niet meer aanwezig zijn. Ondanks het feit dat de recent aangebrachte stamcellen het aangetaste weef- sel blijkbaar snel verlaten, lijken deze cellen het proces van botvorming te blijven stimuleren in het aangetaste weefsel. Het begrijpen van de bovengenoemde processen is belang- rijk om de voordelen van SVF volledig te kunnen benutten.
KLINISCHE RELEVANTIE Deze studie heeft het osteogenedifferentiatie-potentieel van
SVF geëvalueerd, dat intra-operatief kan worden toegepast in vergelijking met ADMSCs die worden gebruikt in stan- daard celtherapieën na een meerdere weken durende in vitro cel expansie. Deze nieuwe procedure zou ons in staat kun- nen stellen om meerdere nadelen te omzeilen binnen de op celdifferentiatie gebaseerde botregeneratieve behandelme- thoden, zoals tijdrovende in vitro procedures, onnodig hoge kosten en beperkte patiëntvriendelijkheid. Deze ontstaan doordat de patiënt bij het gebruik van ADMSCs twee opera- ties dient te ondergaan over een periode van meerdere we- ken. In tegenstelling tot SVF waarbij het mogelijk zou kun- nen zijn om de operatie voor cel-isolatie en botregeneratie op dezelfde dag te ondergaan. Uit onze waarden blijkt dat SVF dus een groter potentieel heeft voor osteogene differentiatie, maar aanvullend onderzoek zou zich moeten richten op het mechanisme dat verantwoordelijk is voor dit effect en het op de donor afgestemde botregeneratieve vermogen van SVF en ADMSC-constructen.
CONCLUSIE SVF geeft een significant hoger en sneller mineralisatiepro-
ces weer in vergelijking tot ADMSCs. Dit maakt het aanne- melijk dat SVF dus over een groter potentieel voor osteogene differentiatie beschikt en beschouwd zou kunnen worden als geschikt alternatief voor het gebruik van ADMSCs bij botre- generatieve behandelmethoden. SVF geeft in vitro veelbelo- vende resultaten, echter is nader onderzoek essentieel voor klinische realisatie. NT
* De tabellen en referentielijst zijn terug te vinden op
knmt.nl/scriptieprijs.
Elk jaar belonen het NT en GSK de beste bachelorscriptie tandheelkunde met de NT-GSK Bachelorscriptie Award. Vanaf oktober kun je stemmen op je favoriete genomineerde. De winnaars van de publieks- en juryprijs worden in november bekendgemaakt. Kijk voor alle genomineerden op
knmt.nl/scriptieprijs.
31 NT
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52