gedaan. Al met al verwacht ik niet dat er minder mka-chirurgen nodig zijn in 2030, misschien wel dat het aantal mka-chirurgen minder hard groeit. Bij de planning van de opleidingscapaciteit voor mka-chirurgen wordt met alle genoemde facto- ren rekening gehouden. Op dit moment zijn we redelijk in evenwicht met onze beroepsgroep. Jaarlijks stromen er nu twaalf tot vijftien mensen in de opleiding tot mka-chirurg in.”
mka-chirurgen buiten het ziekenhuis in een zelfstandig behandelcentrum of in een groepspraktijk met meerdere specialismen. “Dat is momenteel erg in ontwikkeling. Er zijn in Nederland behoorlijk wat mka-vakgroepen die buiten het ziekenhuis activiteiten ontwikke- len. Een deel van de zorg die wij bieden, kan ook prima buiten het ziekenhuis plaatvinden. Daar zitten enkele voordelen aan. Zo is de omgeving vaak minder klinisch en daardoor patiëntvrien- delijker. Ook kunnen wij in een dergelijke setting als professional zelf meer invloed uitoefenen op de omstandigheden waaronder wij ons werk moe- ten doen. Wel is het zo dat mka-chirurgie onlos- makelijk verbonden blijft met de ziekenhuiszorg. Alleen in een ziekenhuissetting kun je ons spe- cialisme in de volle omvang aanbieden. Ik schat dat ongeveer de helft van de mka-chirurgen mo- menteel ook buiten het ziekenhuis werkt. Een deel van de behandelingen kun je op deze wij- ze goedkoper aanbieden. Maar het deel dat in het ziekenhuis achterblijft, wordt onherroepelijk duurder. Dat blijft vaak onderbelicht.”
5 In 2030 werkt het merendeel van de
onderdeel van de mka-chirurgie. De profylactische verwij- dering van derde molaren is daarvan een goed voorbeeld. Op het gebied van de oncologie doen we aan secundaire en tertiaire preventie. Maar we spreken patiënten ook aan op ongezond gedrag als drinken en roken. Verder hebben we voorlichtingsprogramma’s voor patiënten én voor eerste- lijnswerkers in de mondzorg, die ervoor moeten zorgen dat wij patiënten in een zo vroeg mogelijk stadium zien en kun- nen behandelen. Preventie doe je op de eerste plaats voor de patiënt, maar het kan op den duur ook geld besparen. Ik denk dat preventie in de toekomst steeds meer aandacht gaat krijgen.”
7 Het werk van de mka- 6 Om de toenemende
zullen mka-chirurgen zich in 2030 ook meer met preventie gaan bezighouden. “Dit is niet alleen vanwege toenemende zorg- kosten. Preventie is van oudsher een belangrijk
zorgkosten te beteugelen,
meer dan nu beïnvloed door de zorgverzekeraars. “Voor de mka-chirurgie geldt dat het merendeel van de zorg die wij bieden onder de basisverzekering valt. Daarmee bie- den we een vangnetfunctie: als het met de mondgezond- heid echt uit de hand loopt kunnen patiënten bij ons terecht. Deze maatschappelijke taak brengt ook verantwoordelijk- heid met zich mee. Het is vast omschreven wat er allemaal onder het basispakket valt. Hierover maken we afspraken met zorgverzekeraars. De weerstand tegen zorgverzeke- raars komt met name door een gebrek aan dialoog en onin- voelbare keuzes die ze wel eens maken bij het afgeven van machtigingen voor individuele gevallen. Dat komt omdat er de laatste jaren erg bezuinigd is op adviserende tandart- sen, waardoor beslissingen minder op basis van kwaliteit en meer op basis van de kosten worden genomen. Ik zou graag zien dat er in 2030 meer sprake is van wederzijdse beïnvloe- ding tussen ons en de zorgverzekeraars.” NT
chirurg wordt in 2030
35 NT
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52