diepgang van 4,3 meter. Daardoor is de sluis geschikt voor klasse 4 binnenvaart- schepen.” Zowel aan het boven- als aan het benedenhoofd is gekozen voor één draaideur, die hydraulisch wordt aan- gestuurd. Belangrijkste reden voor een enkele deur met grendelconstructie is de kans op waterhoogteverschil van beide kanten. Beide deuren kunnen tegen de waterdruk in worden gesloten.
Bouw schutsluis en spuisluis Als eerste is gestart met de bouw van de schutsluis. Voor de bouw van de schut- sluis is voor de aanvoer van materieel en bouwmaterialen gebruik gemaakt van het ‘open’ gat waar de spuisluis moest komen.
Na de schutsluis volgde de bouw van de spuisluis. Logistiek gezien was dat een complexe en uitdagende opgave. Bouwmateriaal en materieel konden niet via de Reevedam worden aangevoerd en de nieuwe sluis was al in gebruik voor de scheepvaart. Met de vaarweg- beheerder is een protocol opgesteld, waarbij in bloktijden scheepvaart- stremmingen en bouwwerkzaamheden met elkaar zijn afgestemd. Een toren- kraan op het middeneiland zorgde voor het overzetten van bouwmaterialen. Via een tijdelijke schuifbrug kon het materieel naar de andere kant worden verplaatst. Niels Prosé: “De bouw is naar tevredenheid verlopen. Er was veel aandacht voor veiligheid. Het project is opgeleverd binnen de afgesproken tijd en het budget, ondanks corona, stikstof en PFAS. Discussies zijn er wel geweest, over de hydraulische aandrijving, de bouwlogistiek en de toevoeging van een vismigratietrap.
Leerpunten
Zoals altijd zijn er leerpunten te benoe- men. Een leerpunt is de versnelde toe- voeging van het sluiscomplex aan het contract, waardoor de tijd ontbrak om een uitgebreid klanteisentraject te door- lopen. Daardoor lag de positie van de eindbeheerder onvoldoende vast en sloot het oorspronkelijke contract niet geheel aan op de toegevoegde scope, waardoor er extra energie moest worden gestoken in een goede overdracht. Een ander leerpunt gaat over omgevings- management. De aanleg van het Reeve- diep was een samenwerking van acht
Inhangen van een van de sluisdeuren
eindbeheerders, waarbij de opdracht- geversrol was belegd bij Rijkswater- staat en de provincie Overijssel. Er is voor gekozen om de rol van omgevings- manager te beleggen bij de provincie. Door middel van bewonersparticipatie, co-creatie en keukentafelgesprekken is omgevingsmanagement daar grootscha- lig en succesvol ingezet. Dit heeft geleid tot een grotere maatschappelijke waarde van het gebied door recreatie, natuur en cultuur hand in hand te laten gaan met waterveiligheid. Het project Reevesluis is onderdeel van het programma IJssel- delta, maar als apart project belegd bij Rijkswaterstaat. Ook het omgevingsma- nagement werd ingevuld door Rijkswa- terstaat, echter beperkter vanwege de schaalgrootte van het project. Omdat de omgeving het project zag als onderdeel van het IJsseldelta Programma sloot het omgevingsmanagement onvoldoende aan bij de verwachtingen van die omge- ving. Een overweging is om bij faserin- gen in een programma, waarbij onderde- len onder de verantwoordelijkheid vallen van één organisatie, toch het omge- vingsmanagement onder de paraplu van het programma te laten uitvoeren.
Duurzame sluis
Rijkswaterstaat heeft bij het ontwerp en de bouw van de Reevesluis voor duur- zame maatregelen gekozen terzake van energie, klimaat en hergebruik van mate- rialen. Door slim te ontwerpen is energie
bespaard en de CO2 -uitstoot beperkt.
Bij de gekozen bouwmethode was aan- zienlijk minder beton nodig, omdat o.a. de wanden van de sluis in staal zijn uitge- voerd en er gebruik gemaakt is van circu- lair (gerecycled) onderwaterbeton. Dam- wanden van de kolk zijn permanente damwanden, dus het zichtbare beton gaat maar tot net onder de waterlijn. Damwanden zijn verankerd met gewi- trekankers in beide richtingen onder 45 graden. De kolk kan niet worden leeg- gepompt in verband met de opwaartse druk (alleen maar ontlastkorven). Het bedieningsgebouw op de sluis is volle- dig circulair gebouwd. Mocht Rijkswater- staat op termijn overgaan naar centrale bediening, dan kunnen alle onderde- len van het bedieningsgebouw elders worden hergebruikt. Niels Prosé: “Het topic op het gebied van duurzaamheid is het circulaire viaduct. In 2018 werd een prototype van een cir- culair viaduct gebouwd en getest op de bouwplaats door het bouwverkeer.” Het viaduct is eind 2019 zonder rest- afval
weer uit elkaar gehaald, kan
opnieuw worden gebruikt en kan op die manier ongeveer 200 jaar mee. Normale viaducten hebben een levensduur van 30 tot 50 jaar.” Op p14 van deze OTAR- editie is een apart artikel gewijd aan deze innovatieve ontwikkeling en de zoektocht naar het circulaire viaduct.
Foto’s: licentie Rijkswaterstaat OTAR Nr. 6 - 2021 13
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56